De gemeenteraad keurt de notulen en het verslag van de gemeenteraad van 1 september 2022 goed.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Op 3 september 2020 werd de opdracht tot de opmaak van een plan van heraanleg Kapelstraat wordt toegewezen aan IOK dienstverlenende vereniging waarbij voldaan is aan de voorwaarden van een 'in-house' opdracht.
In het kader van de opdracht “Infrastructuurwerken Kapelstraat. ” werd een bestek met nr. 475058 opgesteld door de ontwerper, IOK, Antwerpseweg 1 te 2440 Geel.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 831.136,79+ € 113.532,56 (btw medecontractant) = € 944.669,35.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode 227000/3/0310 (riolering) en 224000/3/0200 (wegenis).
Het voorziene krediet zal verhoogd worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
Artikel 1 :
Het bestek met nr. IOK_475058 en de raming voor de opdracht “Infrastructuurwerken Kapelstraat”, opgesteld door de ontwerper, IOK, Antwerpseweg 1 te 2440 Geel worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 831.136,79 + € 113.532,56 (btw medecontractant) = € 944.669,35.
Artikel 2 :
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Artikel 3 :
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Artikel 4 :
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode 227000/3/0310 (riolering) en 224000/3/0200 (wegenis).
Artikel 5 :
Het krediet zal verhoogd worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
Besluit van de gemeenteraad van 7 oktober 2021 met betrekking tot het advies voor de afbakening van het werkingsgebied van de toekomstige eengemaakte woonmaatschappij.
Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2022 met betrekking tot het advies voor de stemverdeling tussen de gemeenten en OCMW's gelegen in het werkingsgebied van de toekomstige eengemaakte woonmaatschappij.
De Vlaamse Codex Wonen 2021 dwingt de sociale huisvestingsmaatschappijen en de sociale verhuurkantoren tot een ingrijpende herstructurering, met de creatie van woonmaatschappijen en tot aanzienlijke overdrachten van patrimonium en contracten. De Vlaamse overheid heeft de werkingsgebieden van de woonmaatschappijen definitief vastgesteld op basis van de voorstellen van de lokale besturen. De uitvoering hiervan is dwingend.
De documenten die aan de gemeenteraad worden voorgelegd hebben betrekking op de basisprincipes en fundamentele bouwstenen van de beslissingen die moeten worden genomen om uitvoering te geven aan de doelstellingen van de Vlaamse overheid. Het 'Fusieprotocol' beschrijft de fundamentele principes en gemaakte keuzes voor het totstandbrengen van de woonmaatschappij voor het werkingsgebied Kempen-Midden. Het 'Fusievoorstel' beschrijft de basisprincipes voor het samengaan van DE ARK en de Molse Bouwmaatschappij, terwijl het 'Voorstel van Overdracht' de essentiële elementen weergeeft voor de inkanteling van SVK Noorderkempen in de fusiemaatschappij die het statuut van woonmaatschappij zal aanvragen. De gemeenteraad wordt gevraagd deze basisprincipes en fundamentele bouwstenen, zoals uitgewerkt binnen de krijtlijnen uitgetekend door de Vlaamse regelgeving, goed te keuren. In het laatste trimester van 2022 of uiterlijk in het eerste semester van 2023 zullen deze basisprincipes verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd door middel van beslissingen van de betrokken bestuursorganen en/of algemene vergaderingen. Daarbij zal het louter nog gaan om de formele uitwerking van de nu ter goedkeuring voorgelegde basisprincipes.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het Fusieprotocol en de daarin vastgelegde basisprincipes goed.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het Fusievoorstel goed.
Artikel 3
De gemeenteraad keurt het Voorstel van Overdracht goed.
Ten gevolge van de wetswijziging dd. 21/03/2018 van de Wet op het politieambt krijgen politiediensten meer mogelijkheden om mobiele camera’s in te zetten en de beelden te gebruiken. Een bodycam is een kleine draagbare camera, dewelke zichtbaar wordt gedragen op de borst, hoofd of schouder die bedoeld is om de interactie tussen politie en burger te filmen. De bodycam kan videobeelden en audio registreren en opslaan. Het filmen met een bodycam is feitelijk een waarneming met behulp van een technisch middel: een vorm van versterkte waarneming. De camera registreert datgene waarop hij gericht is, in veel gevallen dus de gebeurtenissen die de drager zelf meemaakt, ziet en/of hoort.
De korpschef van de lokale politie Kempen N-O vraagt om binnen de omschrijving van de politiezone, waarbinnen de gemeenten Arendonk, Ravels, Retie vallen, mobiele camera’s te mogen gebruiken ten behoeve van alle medewerkers van de geïntegreerde politie. De Korpschef wenst deze mobiele camera’s te gebruiken op het grondgebied van de lokale politie Kempen N-O en mits toestemming verleend door andere gemeentebesturen, ook daarbuiten bij het verlenen van laterale bijstand. Art. 25/4§3 van de Wet op het politieambt bepaalt dat in het geval van een met reden omklede hoogdringendheid, waarbij de toestemming zoals hierboven beschreven nog niet werd bekomen, de korpschef mondeling de toestemming kan vragen aan de bevoegde overheid voor het gebruik van camera’s in het kader van de specifieke opdracht die de hoogdringendheid rechtvaardigt. Wat betreft de politiezones kan de bevoegde overheid vertegenwoordigd worden door de burgemeester. Deze mondelinge toestemming wordt evenwel zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd door de bevoegde overheid.
De voorwaarden waaronder de bodycams ingezet kunnen worden en maatregelen met betrekking tot de gegevensverwerking worden uitgewerkt in de nota van de Korpschef.
Door het gebruik wil de politie:
Artikel 1
De gemeenteraad geeft principiële toestemming om in de gemeenten van de politiezone Kempen N-O gebruik te maken van bodycams door alle leden van de geïntegreerde politie onder de voorwaarden die opgenomen zijn in de nota 'Aanvraag van de Korpschef tot het verkrijgen van een principiële toestemming voor het gebruiken van bodycams door de operationele leden van de geïntegreerde politie in een niet besloten plaats en desgevallend een besloten plaats waarvan ze niet de beheerder is.'
Besluit gemeenteraad van 28.04.2009 - Personeel: goedkeuring rechtspositieregeling.
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de financieel beheerder van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies. (B.S. 14.04.2021).
Het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 houdende de aanpassing van de koopkrachtmaatregelen uit het VIA6-akkoord, de vervroegde uitkanteling van de publieke socio-culturele sector uit de VIA-akkoorden en de compensatie aan de lokale besturen voor het personeel dat niet onder het VIA6-akkoord valt;
Besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2022 tot wijziging van artikel 135 en 209 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. (B.S. 04.04.2022).
Besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2022 tot wijziging van artikel 164 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en tot wijziging van artikel 8 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies. (B.S. 12.04.2022);
Besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022 en de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2022 houdende vaststelling van het nieuw organogram voor Lokaal Bestuur Retie waarin diverse nieuwe, statutaire functies werden voorzien of functietitels werden aangepast die bij voorkeur zijn voorbehouden voor Belgen, omdat uit de functiebeschrijving blijkt dat ze een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de uitoefening van het openbaar gezag inhouden of werkzaamheden omvatten die strekken tot de bescherming van de belangen van het gemeentebestuur of het OCMW.
Rechtspositieregeling d.d. 28 april 2009 voor het gemeentepersoneel;
Naar aanleiding van de vaststelling van het nieuwe personeelsorganogram voor Lokaal Bestuur Retie en de publicatie van besluiten van de Vlaamse regering (BVR) moet de rechtspositieregeling aangepast worden. Concreet moeten volgende artikelen in de rechtspositieregeling gewijzigd worden:
In het kader van een correct en duidelijk personeelsbeleid is het nodig om de rechtspositieregeling in overeenstemming te brengen met de recente wijzigingen.
Voorliggende aanpassingen van de rechtspositieregeling werden besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties dd. 26.09.2022. Er werd een protocol van akkoord afgeleverd.
In het ontwerp van meerjarenplan 2023-2025 kunnen de nodige kredieten voorzien worden.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan volgende aanpassingen van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
TITEL II – DE ADMINISTRATIEVE LOOPBAAN
Hoofdstuk 2 De aanwerving
Afdeling I. De algemene toelatings- en aanwervingsvoorwaarden
Artikel 6
§1. Om toegang te hebben tot een functie bij het gemeentebestuur [ocmw], moeten de kandidaten:
1° een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor ze solliciteren;
2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
3°medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, in overeenstemming met de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Het passend gedrag vermeld in punt 1°, wordt getoetst aan de hand van een uittreksel uit het strafregister. Als daarop een ongunstige vermelding voorkomt, mag de kandidaat daarover een schriftelijke toelichting voorleggen.
De medische geschiktheid van de kandidaat, vermeld in punt 3°, moet vaststaan vooraleer de werknemer effectief wordt tewerkgesteld.
§2. De volgende statutaire functies, en hun eventuele vervangers in contractueel verband, zijn voorbehouden voor Belgen, omdat uit de functiebeschrijving blijkt dat ze een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de uitoefening van het openbaar gezag inhouden of werkzaamheden omvatten die strekken tot de bescherming van de belangen van het gemeentebestuur:
- algemeen directeur
- financieel directeur
- hoofd Technische Dienst
- stafmedewerker Organisatieontwikkeling en Strategie
- diensthoofd Personeel en Organisatie
- diensthoofd Omgeving - omgevingsambtenaar
- diensthoofd Burger en Welzijn
- diensthoofd Vrije Tijd
Voor de overige statutaire functies moeten de kandidaten Belg zijn, of onderdaan van een EU-lidstaat of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat;
De aanstellende overheid kan bij de openverklaring van een contractuele functie waar uit de functiebeschrijving blijkt dat ze een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de uitoefening van het openbaar gezag inhouden of werkzaamheden omvatten die strekken tot de bescherming van de belangen van het gemeentebestuur beslissen dat deze voorbehouden wordt voor Belgen.
De overige contractuele functies zijn toegankelijk voor kandidaten die tot het wettige verblijf in België zijn toegelaten en een algemene toegang hebben tot de arbeidsmarkt.
TITEL VII – DE TOELAGEN, VERGOEDINGEN EN SOCIALE VOORDELEN
Hoofdstuk 2 De verplichte toelagen
Afdeling III. De eindejaarstoelage
Artikel 175
Het bedrag van de eindejaarstoelage is de som van het forfaitaire gedeelte en het veranderlijke gedeelte, aangepast volgens de indexverhogingscoëfficiënt die van toepassing is op het salaris van de maand oktober van het in aanmerking te nemen jaar.
Het forfaitaire gedeelte en het veranderlijke gedeelte worden als volgt berekend :
1° het forfaitaire gedeelte :
a) het forfaitaire gedeelte bedraagt voor het jaar 2011 349,73 euro;
b) vanaf 2012 wordt het forfaitaire gedeelte dat toegekend is tijdens het vorige jaar, telkens vermeerderd met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober van het vorige jaar en de teller gelijk is aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober van het in aanmerking te nemen jaar. Het resultaat daarvan wordt berekend tot op twee decimalen nauwkeurig;
c) het bedrag dat het resultaat is van de berekening, vermeld in punt b), wordt verhoogd met 698,74 euro;
d) voor het jaar 2012 wordt het bedrag dat het resultaat is van de berekening, vermeld in punt c), voor alle personeelsleden verhoogd met 100 euro;
e) vanaf het jaar 2013 wordt het bedrag dat het resultaat is van de berekening, vermeld in punt c), voor alle personeelsleden verhoogd met 200 euro;
2° het veranderlijke gedeelte :
3,6 procent van het jaarsalaris, aangepast volgens de indexverhogingscoëfficiënt die van toepassing is op het salaris van de maand oktober van het in aanmerking te nemen jaar. Als het personeelslid in de maand oktober van het in aanmerking te nemen jaar geen of slechts een gedeeltelijk salaris ontvangen heeft, dan wordt het percentage berekend op basis van het salaris dat voor diezelfde maand betaald zou zijn als het personeelslid zijn functie wel volledig had uitgeoefend.
Artikel 178
Er is geen cumulatiebeperking meer van toepassing voor een personeelslid dat twee of meer functies met recht op een eindejaarstoelage in de openbare sector combineert.
Hoofdstuk 6 De sociale voordelen
Afdeling III. De vergoeding van de kosten voor het woon-werkverkeer
Artikel 204
§1. Een fietsvergoeding wordt toegekend aan het personeelslid dat de verplaatsing van en naar het werk volledig of gedeeltelijk met de fiets of de speedpedelec, vermeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 aflegt.
Het bedrag van de fietsvergoeding is gelijk aan 0,145 euro per afgelegde kilometer wanneer het personeelslid de afstand van en naar het werk volledig of gedeeltelijk aflegt met de fiets of speedpedelec. Deze vergoeding wordt jaarlijks aangepast aan de fiscale index.
§2. De fietsvergoeding wordt toegekend voor maximum twee verplaatsingen per werkdag. Het college van burgemeester en schepenen stelt de berekeningswijze vast van de afstand tussen de woon- en werkplaats.
§3. Het personeelslid houdt zijn woon-werkverkeer per fiets bij op de daartoe vastgestelde wijze.
TITEL VIII – VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN
Hoofdstuk 4 Het bevallingsverlof, opvangverlof, pleegzorgverlof en pleegouderverlof
Artikel 221. - Het opvangverlof
§ 1. Het statutaire personeelslid krijgt op zijn verzoek opvangverlof als een minderjarig kind in zijn gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie of pleegvoogdij.
Het opvangverlof bedraagt zes weken per personeelslid. Dat verlof verhoogt met twee weken voor een adoptieouder of pleegvoogd en, voor beide adoptieouders of pleegvoogden samen:
1° met drie weken vanaf 1 januari 2023;
2° met vier weken vanaf 1 januari 2025;
3° met vijf weken vanaf 1 januari 2027.
De bijkomende weken, vermeld in het tweede lid, worden onderling verdeeld als beide ouders het kind adopteren of pleegvoogd worden.
De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld als het opgenomen kind aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
1° het heeft een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66%;
2° het heeft een aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag;
3° het heeft een aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste negen punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag.
De maximumduur van het opvangverlof wordt per personeelslid met twee weken verlengd bij de gelijktijdige adoptie of pleegvoogdij van meerdere minderjarige kinderen.
Als maar een van de samenwonende partners het kind adopteert of de pleegvoogdij uitoefent, heeft alleen die persoon recht op het verlof.
Tijdens het opvangverlof behoudt het statutaire personeelslid het recht op zijn gebruikelijke salaris.
Het verlof begint binnen twee maanden nadat het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin.
In het kader van een interlandelijke adoptie kan het opvangverlof ook de periode bestrijken die voorafgaat aan de daadwerkelijke opvang van het geadopteerde kind in België, als die voorafgaande periode niet meer bedraagt dan vier weken en als ze wordt besteed aan de voorbereiding van de daadwerkelijke opvang van het kind.
§ 2. De werknemer die gebruik wenst te maken van het recht op opvangverlof dient zijn werkgever ten minste één maand vóór de opname van het verlof hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen.
De kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekend schrijven of door overhandiging van een geschrift, waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever. De kennisgeving dient de begin- en einddatum van het opvangverlof te vermelden.
De werknemer dient uiterlijk op het ogenblik waarop het opvangverlof ingaat aan de werkgever de documenten te verstrekken ter staving van de gebeurtenis die het recht op opvangverlof doet ontstaan.
§3. Voor de contractuele werknemers is de regeling van toepassing vermeld in artikel 30ter van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004.
Artikel 222 – Specifieke bepalingen over het opvangverlof
Het adoptieverlof moet opgenomen worden in een aaneengesloten periode.
Artikel 222bis – Pleegzorgverlof
Het statutaire personeelslid heeft per kalenderjaar recht op zes dagen pleegzorgverlof.
Het pleegzorgverlof wordt aan het statutaire personeelslid toegekend conform
Het statutaire personeelslid heeft recht op 82 % van het brutosalaris.
Artikel 222ter – Pleegouderverlof
§ 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder langdurige pleegzorg: de pleegzorg waarvan bij het begin duidelijk is dat het pleegkind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin zal verblijven.
In geval van langdurige pleegzorg heeft het statutaire personeelslid dat pleegzorger is als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, een eenmalig recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes weken voor de zorg van het pleegkind.
Het pleegouderverlof van zes weken van het statutaire personeelslid verhoogt met twee weken voor een pleegouder en, voor beide pleegouders samen:
1° met drie weken vanaf 1 januari 2023;
2° met vier weken vanaf 1 januari 2025;
3° met vijf weken vanaf 1 januari 2027.
De bijkomende weken, vermeld in het tweede lid, worden onderling verdeeld als het pleeggezin bestaat uit twee personen, die beide zijn aangesteld als pleegouder van het kind.
De maximumduur van het pleegouderverlof wordt verdubbeld als het opgenomen kind voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° het kind heeft een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66%;
2° het kind heeft een aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag;
3° het kind heeft een aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste negen punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag.
De maximumduur van het pleegouderverlof wordt met twee weken per pleegouder verlengd bij het gelijktijdige onthaal van meerdere minderjarige kinderen naar aanleiding van een plaatsing in het kader van langdurige pleegzorg.
§ 2. Het verlof begint binnen twaalf maanden nadat het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin.
Tijdens de eerste drie dagen van het pleegouderverlof heeft het personeelslid recht op een doorbetaling van het salaris. Vanaf de vierde dag heeft een statutair personeelslid recht op 82 % van het brutosalaris.
Hoofdstuk 9 Het omstandigheidsverlof
Artikel 255
Het personeelslid krijgt omstandigheidsverlof naar aanleiding van de volgende gebeurtenissen:
| …… |
….. |
| 3° overlijden van de samenwonende of huwelijkspartner, van een kind van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner, of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden: |
10 werkdagen, te nemen als volgt: - de eerste 3 dagen tijdens de periode die begint te lopen op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis; - de 7 resterende dagen tijdens het jaar dat volgt op de dag van het overlijden. |
| 3°/1 overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: |
4 werkdagen, te kiezen binnen de week waarin de gebeurtenis zich voordoet of tijdens de volgende week |
| 3°/2 overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van het personeelslid in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden: |
4 werkdagen, te kiezen binnen de week waarin de gebeurtenis zich voordoet of tijdens de volgende week |
| 3°/3 overlijden van een pleegkind in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden: |
1 werkdag, te kiezen binnen de periode die aanvangt op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis of crematie |
| …. |
|
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° langdurige pleegzorg: de pleegzorg, vermeld in artikel 222ter, § 1, eerste lid, waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
2° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg, vermeld in punt 1°.
Artikel 285bis
De bepalingen van dit artikel werden geïntegreerd in Artikel 222bis betreffende het Pleegzorgverlof
Besluit gemeenteraad van 27.01.2022 - Personeel: vaststelling nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie. (GR/2022/009)
Besluit schepencollege van 22.09.2022 - Personeel: onderhandelingscomité vakbond - bespreking agendapunten en ontwerp van protocollen. (CBS/2022/1231).
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017;
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de financieel beheerder van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Rechtspositieregeling d.d. 28 april 2009 voor het gemeentepersoneel, inzonderheid Bijlage I - Aanwervings-, bevorderings- en benoemingsvoorwaarden.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 27 januari 2022 een nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie goedgekeurd met instelling van een nieuwe functie van stafmedewerker Organisatieontwikkeling & Strategie.
Met het oog op het opstarten van een aanwervings- en selectieprocedure voor de invulling van de functie van stafmedewerker Organisatieontwikkeling & Strategie is het noodzakelijk om de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, het examenprogramma en de samenstelling van de selectiecommissie vast te stellen.
Voorliggend ontwerp van aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling van de selectiecommissie voor de graad van stafmedewerker Organisatieontwikkeling & Strategie werd besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties dd. 26.09.2022. Er werd een protocol van akkoord afgeleverd.
In het ontwerp van meerjarenplan 2023-2025 kunnen de nodige kredieten voorzien worden op de algemene rekening AC000323/0110/620100/10/BH-GEEN/IP-GEEN/KP-GEEN.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling selectiecommissie voor de functie van stafmedewerker Organisatieontwikkeling & Strategie vast. Deze worden toegevoegd aan Bijlage I van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
FUNCTIETITEL: STAFMEDEWERKER ORGANISATIEONTWIKKELING & STRATEGIE
Niveau A – Rang Av
Aanwervingsvoorwaarden
Bevorderingsvoorwaarden
Examenprogramma
1. Schriftelijk gedeelte: (100 p)
Rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie.
Toetsing van de kennis en vaardigheden, zoals vermeld in het functieprofiel.
2. Mondelinge gedeelte: (100 p )
De kandidaat wordt door de jury geëvalueerd inzake overeenstemming van het profiel van de kandidaat met specifieke vereisten van de functie, de motivatie en interesse voor het werkterrein.
Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 50 % van de punten behalen op elk onderdeel van ieder gedeelte, 60 % op elk gedeelte afzonderlijk en 60 % op het geheel van het examen.
3. Niet-bindend assessment:
De best gerangschikte kandidaten zullen een assessmentproef afleggen bij een extern selectiebureau om hun persoonlijkheidsprofiel en andere relevante vaardigheden na te gaan.
Samenstelling selectiecommissie:
De jury is samengesteld uit drie leden.
Ten minste drie leden zijn van niveau A van lokale of voogdijoverheden die niet behoren tot het Lokaal Bestuur Retie en die over de specifieke deskundigheden beschikken om de kandidaten te beoordelen op de voor de functie vastgestelde selectiecriteria.
De algemeen directeur is secretaris van de jury.
Besluit gemeenteraad van 27.01.2022 - Personeel: vaststelling nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie. (GR/2022/009)
Besluit schepencollege van 22.09.2022 - Personeel: onderhandelingscomité vakbond - bespreking agendapunten en ontwerp van protocollen. (CBS/2022/1231).
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017;
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de financieel beheerder van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Rechtspositieregeling d.d. 28 april 2009 voor het gemeentepersoneel, inzonderheid Bijlage I - Aanwervings-, bevorderings- en benoemingsvoorwaarden.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 27 januari 2022 een nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie goedgekeurd met instelling van een nieuwe functie van diensthoofd Burger & Welzijn.
Met het oog op het opstarten van een aanwervings- en selectieprocedure voor de invulling van de functie van diensthoofd Burger & Welzijn is het noodzakelijk om de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, het examenprogramma en de samenstelling van de selectiecommissie vast te stellen.
Voorliggend ontwerp van aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling van de selectiecommissie voor de graad van diensthoofd Burger & Welzijn werd besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties dd. 26.09.2022. Er werd een protocol van akkoord afgeleverd.
In het ontwerp van meerjarenplan 2023-2025 kunnen de nodige kredieten voorzien worden op de algemene rekening AC000323/0130/620100/10/BH-GEEN/IP-GEEN/KP-GEEN.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling selectiecommissie voor de functie van diensthoofd Burger & Welzijn vast. Deze worden toegevoegd aan Bijlage I van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
FUNCTIETITEL: DIENSTHOOFD BURGER & WELZIJN
Niveau A – Rang Av
Aanwervingsvoorwaarden
Bevorderingsvoorwaarden
Examenprogramma
1. Schriftelijk gedeelte: (100 p)
Rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie.
Toetsing van de kennis en vaardigheden, zoals vermeld in het functieprofiel.
2. Mondelinge gedeelte: (100 p )
De kandidaat wordt door de jury geëvalueerd inzake overeenstemming van het profiel van de kandidaat met specifieke vereisten van de functie, de motivatie en interesse voor het werkterrein.
Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 50 % van de punten behalen op elk onderdeel van ieder gedeelte, 60 % op elk gedeelte afzonderlijk en 60 % op het geheel van het examen.
3. Niet-bindend assessment:
De best gerangschikte kandidaten zullen een assessmentproef afleggen bij een extern selectiebureau om hun persoonlijkheidsprofiel en andere relevante vaardigheden na te gaan.
Samenstelling selectiecommissie:
De jury is samengesteld uit drie leden.
Ten minste drie leden zijn van niveau A van lokale of voogdijoverheden die niet behoren tot het Lokaal Bestuur Retie en die over de specifieke deskundigheden beschikken om de kandidaten te beoordelen op de voor de functie vastgestelde selectiecriteria
De algemeen directeur is secretaris van de jury.
Besluit gemeenteraad van 27.01.2022 - Personeel: vaststelling nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie. (GR/2022/009)
Besluit schepencollege van 22.09.2022 - Personeel: onderhandelingscomité vakbond - bespreking agendapunten en ontwerp van protocollen. (CBS/2022/1231).
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017;
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de financieel beheerder van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Rechtspositieregeling d.d. 28 april 2009 voor het gemeentepersoneel, inzonderheid Bijlage I - Aanwervings-, bevorderings- en benoemingsvoorwaarden.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 27 januari 2022 een nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie goedgekeurd met instelling van een nieuwe functie van diensthoofd Personeel & Organisatie.
Met het oog op het opstarten van een aanwervings- en selectieprocedure voor de invulling van de functie van diensthoofd Personeel & Organisatie is het noodzakelijk om de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, het examenprogramma en de samenstelling van de selectiecommissie vast te stellen.
Voorliggend ontwerp van aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling selectiecommissie voor de graad van diensthoofd Personeel & Organisatie werd besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties dd. 26.09.2022. Er werd een protocol van akkoord afgeleverd.
In het ontwerp van meerjarenplan 2023-2025 kunnen de nodige kredieten voorzien worden op de algemene rekening AC000323/0110/620100/10/BH-GEEN/IP-GEEN/KP-GEEN.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden, examenprogramma en samenstelling selectiecommissie voor de functie van diensthoofd Personeel & Organisatie vast. Deze worden toegevoegd aan Bijlage I van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
FUNCTIETITEL: DIENSTHOOFD PERSONEEL & ORGANISATIE
Niveau A – Rang Av
Aanwervingsvoorwaarden
Bevorderingsvoorwaarden
Examenprogramma
1. Schriftelijk gedeelte: (100 p)
Rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie.
Toetsing van de kennis en vaardigheden, zoals vermeld in het functieprofiel.
2. Mondelinge gedeelte: (100 p )
De kandidaat wordt door de jury geëvalueerd inzake overeenstemming van het profiel van de kandidaat met specifieke vereisten van de functie, de motivatie en interesse voor het werkterrein.
Om geslaagd te zijn moet de kandidaat 50 % van de punten behalen op elk onderdeel van ieder gedeelte, 60 % op elk gedeelte afzonderlijk en 60 % op het geheel van het examen.
3. Niet-bindend assessment:
De best gerangschikte kandidaten zullen een assessmentproef afleggen bij een extern selectiebureau om hun persoonlijkheidsprofiel en andere relevante vaardigheden na te gaan.
Samenstelling selectiecommissie:
De jury is samengesteld uit drie leden.
Ten minste drie leden zijn van niveau A van lokale of voogdijoverheden die niet behoren tot het Lokaal Bestuur Retie en die over de specifieke deskundigheden beschikken om de kandidaten te beoordelen op de voor de functie vastgestelde selectiecriteria.
De algemeen directeur is secretaris van de jury.
Besluit gemeenteraad van 27.01.2022 - Personeel: vaststelling nieuw organogram voor het Lokaal Bestuur Retie. (GR/2022/009)
Besluit schepencollege van 22.09.2022 - Personeel: onderhandelingscomité vakbond - bespreking agendapunten en ontwerp van protocollen. (CBS/2022/1231)
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de financieel beheerder van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Rechtspositieregeling d.d. 28 april 2009 voor het gemeentepersoneel, inzonderheid Bijlage I - Aanwervings-, bevorderings- en benoemingsvoorwaarden.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 27 januari 2022 een nieuw organogram voor het lokaal bestuur goedgekeurd met instelling van de functie van teamleider / hoofd maatschappelijk werk.
Overwegende dat de functie van teamleider / hoofd maatschappelijk werk zich situeert op het niveau van een bevorderingsgraad Bx waaraan de salarisschalen B4 – B5 worden gekoppeld.
Overwegende dat hiermee samenhangend het verloop van de functionele loopbaan in de bevorderingsgraad Bx moet worden vastgesteld.
Gelet op het voorstel van de administratie om de salarisschalen en de functionele loopbaan voor de bevorderingsgraad B4 – B5 proactief op te nemen in de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
Voorliggend ontwerp van salarisschalen en verloop van de functionele loopbaan in de bevorderingsgraad niveau B werd besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties dd. 26.09.2022. Er werd een protocol van akkoord afgeleverd.
Onderhavige beslissing heeft geen financiële gevolgen voor het meerjarenplan 2023-2025 van de gemeente aangezien momenteel geen betrekkingen in de bevorderingsgraad B4-B5 zijn voorzien in de personeelsformatie.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft goedkeuring om Bijlage IV – Uitgewerkte salarisschalen van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel aan te passen door toevoeging van de salarisschalen B4-B5.
| salarisschalen |
B1 |
B2 |
B3 |
B4
|
B5 |
| Minimum Maximum |
17.300 23.350 |
18.850 26.450 |
19.550 29.150 |
19.950 29.750 |
21.400 32.500 |
| Verhoging |
1x1x500 |
1x1x600 |
1x1x800 |
1x1x800 |
1x1x900 |
|
|
5x2x500 |
1x2x650 |
1x2x750 |
1x2x850 |
1x2x950 |
|
|
1x2x450 |
2x2x600 |
6x2x800 |
1x2x800 |
2x2x900 |
|
|
4x2x500 |
1x2x650 |
1x2x750 |
1x2x850 |
1x2x950 |
|
|
1x2x600 |
1x2x600 |
2x2x800 |
2x2x800 |
2x2x900 |
|
|
|
1x2x650 |
1x2x900 |
1x2x850 |
1x2x950 |
|
|
|
2x2x600 |
|
2x2x800 |
2x2x900 |
|
|
|
1x2x650 |
|
1x2x850 |
1x2x950 |
|
|
|
1x2x600 |
|
2x2x800 |
2x2x1000 |
|
|
|
1x2x800 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 0 |
17.300 |
18.850 |
19.550 |
19.950 |
21.400 |
| 1 |
17.800 |
19.450 |
20.350 |
20.750 |
22.300 |
| 2 |
17.800 |
19.450 |
20.350 |
20.750 |
22.300 |
| 3 |
18.300 |
20.100 |
21.100 |
21.600 |
23.250 |
| 4 |
18.300 |
20.100 |
21.100 |
21.600 |
23.250 |
| 5 |
18.800 |
20.700 |
21.900 |
22.400 |
24.150 |
| 6 |
18.800 |
20.700 |
21.900 |
22.400 |
24.150 |
| 7 |
19.300 |
21.300 |
22.700 |
23.250 |
25.050 |
| 8 |
19.300 |
21.300 |
22.700 |
23.250 |
25.050 |
| 9 |
19.800 |
21.950 |
23.500 |
24.050 |
26.000 |
| 10 |
19.800 |
21.950 |
23.500 |
24.050 |
26.000 |
| 11 |
20.300 |
22.550 |
24.300 |
24.850 |
26.900 |
| 12 |
20.300 |
22.550 |
24.300 |
24.850 |
26.900 |
| 13 |
20.750 |
23.200 |
25.100 |
25.700 |
27.800 |
| 14 |
20.750 |
23.200 |
25.100 |
25.700 |
27.800 |
| 15 |
21.250 |
23.800 |
25.900 |
26.500 |
28.750 |
| 16 |
21.250 |
23.800 |
25.900 |
26.500 |
28.750 |
| 17 |
21.750 |
24.400 |
26.650 |
27.300 |
29.650 |
| 18 |
21.750 |
24.400 |
26.650 |
27.300 |
29.650 |
| 19 |
22.250 |
25.050 |
27.450 |
28.150 |
30.550 |
| 20 |
22.250 |
25.050 |
27.450 |
28.150 |
30.550 |
| 21 |
22.750 |
25.650 |
28.250 |
28.950 |
31.500 |
| 22 |
22.750 |
25.650 |
28.250 |
28.950 |
31.500 |
| 23 |
23.350 |
26.450 |
29.150 |
29.750 |
32.500 |
Artikel 2
De gemeenteraad geeft goedkeuring aan volgende wijziging van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel:
Hoofdstuk 9 De functionele loopbaan
Afdeling I. De functionele loopbanen per niveau
Artikel 109 – Niveau B
De functionele loopbanen en de voorwaarden voor doorstroming naar de volgende salarisschalen zijn voor het niveau B:
| 1° voor de graden van rang Bv: |
| B1-B2-B3: |
| * van B1 naar B2 na 4 jaar schaalanciënniteit in B1 en een gunstig evaluatieresultaat; * van B2 naar B3 na 18 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in B1 en B2 en een gunstig evaluatieresultaat; |
| 2° voor de hogere graad van rang Bx: |
| B4-B5: |
| * van B4 naar B5 na 9 jaar schaalanciënniteit in B4 en een gunstig evaluatieresultaat. |
Aldus beslist in zitting, de datum als voormeld.
Namens de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Roel Slegers
Algemeen directeur
Karolien Adriaensen
Voorzitter