De voorzitter opent de zitting op 15/12/2022 om 20:30.
De gemeenteraad keurt de notulen en het verslag van vorige vergadering van 3 november 2022 goed.
Het perceel gelegen voor de woning Looiend 23, ten kadaster gekend “De Veertels”, gekadastreerd of het geweest, volgens kadaster sectie A, nummer 0522/02/C/P0000, met een oppervlakte volgens meting van één are drieënveertig centiare (1a 43ca). Het opmetingsplan en schattingsverslag werd opgemaakt door LSG landmeters.
De verkoopprijs werd geschat op 13 055,90 EUR.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om een voorliggend stuk gemeentegrond gelegen volgens kadaster sectie A, nummer 0522/02/C/P0000 met een oppervlakte van 1a 43ca verkopen mits de prijs van 13 055,90 EUR. De verkoop geschiedt onder de voorwaarden vermeld in het ontwerp van authentieke akte.
Artikel 2
De voorzitter en de algemeen directeur worden gemachtigd om de akte en alle hierop betrekking hebbende stukken te ondertekenen.
De General Data Protection Regulation (GDPR) of, naar het Nederlands vertaald, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) trad in werking op 24.05.2016 en werd van toepassing in ons land op 25.05.2018.
Jef Van Beylen, informatieveiligheidsconsulent bij Welzijnszorg Kempen, werd aangesteld als functionaris gegevensbescherming of data protection officer (DPO) voor gemeente en OCMW. Er werd een informatieveiligheidscel opgericht met als opdracht de uitwerking van een informatieveiligheidsbeleid. De DPO is lid van de informatieveiligheidscel. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en met het oog op juridische transparantie en efficiënte werking, stellen het schepencollege en het vast bureau op 23.05.2019 rechtspersoon Welzijnszorg Kempen als DPO.
De informatieveiligheidscel voerde een risicoanalyse en maturiteitsmeting uit waaruit blijkt welke aspecten van het informatieveiligheidsbeleid nog werk nodig hebben. Aan deze werkpunten worden acties gekoppeld met verantwoordelijken, uitvoerders en deadlines. Al deze informatie wordt samengebracht in het informatieveiligheidsplan. Dit plan vormt de basis van de werking van de cel.
Huidige samenstelling van informatieveiligheidscel:
In bijlage: het ontwerp van het informatieveiligheidsplan.
Informatieveiligheid wordt in het ICT-masterplan voorgesteld als eerste bouwsteen en startpunt om te komen tot een veilige en efficiënte digitale organisatie.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het informatieveiligheidsplan opgemaakt door de informatieveiligheidscel goed.
Elk schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.
De gemeenteraad is bevoegd dit reglement vast te stellen. Meer specifieke afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen, na overleg met de schoolraad, opgenomen in een infobrochure.
Het ontwerp werd reeds goedgekeurd op de personeelsvergadering en het afzonderlijk bijzonder onderhandelings- en overlegcomité (ABC).
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan het schoolreglement voor de gemeentelijke basisschool goed. Het bestaande schoolreglement met inbegrip van de infobrochure, goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 juni 2020, wordt opgeheven.
Artikel 2
De meer specifieke regels en afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen opgenomen in een infobrochure.
Artikel 3
Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging ter beschikking gesteld aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
De wijzigingen aan het schoolreglement voor de gemeentelijke basisschool, versie oktober 2022, worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het ontwerp werd reeds goedgekeurd op de personeelsvergadering en het Afzonderlijk bijzonder onderhandelings- en overlegcomité (ABC).
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan het schoolreglement voor de gemeentelijke basisschool, versie oktober 2022 goed.
Besluit gemeenteraad van 28.04.2009 - Personeel: goedkeuring rechtspositieregeling.
Besluit gemeenteraad van 27.02.2018 - Personeel: wijziging rechtspositieregeling - Onbetaald verlof.
Wet van 19.12.1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 07.12.2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Besluit van de Vlaamse Regering van 02.12.2016 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft verloven en afwezigheden;
Bij besluit van de gemeenteraad van 27.02.2018 werden het onbetaald verlof als gunst en als recht ingeschreven in de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
De regeling van het onbetaald verlof als gunst en recht werd ingevoerd ter compensatie voor het afschaffen van de niet-gemotiveerde loopbaanonderbreking en ter vervanging van het vroegere 'verlof voor deeltijdse prestaties' en het 'onbetaald verlof'.
In de praktijk wordt het onbetaald verlof als recht niet alleen opgenomen als einde-loopbaan-maatregel of vermindering van prestaties om het werk werkbaar te houden, maar eveneens als tijdelijke oplossing om buiten de eigen organisatie een andere functie op nemen. Dit verstoort een stabiele invulling van de personeelsformatie en de goede werking van de eigen organisatie.
Om de essentie van het onbetaald verlof als einde-loopbaan-maatregel en middel tot werkbaar werk opnieuw na te streven wordt voorgesteld om het recht op onbetaald verlof te beperken voor sommige personeelscategorieën.
Voorliggende aanpassing werd besproken in vergadering van het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties d.d. 21.11.2022.
De raad kan in de plaatselijke rechtspositieregeling bepalen voor welke categorieën personeelsleden het onbetaald verlof als recht niet van toepassing is. De uitsluitingen van het onbetaald verlof als recht mogen niet van die aard zijn, dat dat verlof volledig op de helling komt te staan of volledig wordt uitgehold. Uitsluitingen vormen de uitzondering en niet de regel.
De voorgestelde beperking van het onbetaald verlof als recht voor sommige personeelscategorieën heeft een mindere impact op de goede werking van de diensten van het lokaal bestuur zonder de betrokken functiehouders het recht volledig te ontzeggen.
Over de voorgestelde aanpassing werd een protocol van akkoord bereikt in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties.
Onderhavige beslissing heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de aanpassing van onder vermeld artikel in de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
TITEL VIII – VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN
Hoofdstuk 10. Het onbetaald verlof
Artikel 259. - Onbetaald verlof als recht
§1. Het personeelslid heeft het recht om tijdens de loopbaan 12 maanden voltijds de loopbaan te onderbreken in periodes van minimaal een maand. Zodra het personeelslid 55 jaar is, verwerft het een bijkomend recht om 12 maanden voltijds de loopbaan te onderbreken, te nemen in periodes van minimaal een maand.
Het personeelslid heeft het recht om tijdens de loopbaan gedurende 60 maanden de prestaties te verminderen tot 90%, 80%, 75%, 60% of tot 50% van een voltijdse betrekking. Dat deeltijdse onbetaald verlof kan alleen genomen worden in periodes van minimaal 3 maanden. Zodra het personeelslid 55 jaar is, heeft hij altijd het recht om de prestaties te verminderen tot 90%, 80%, 75%, 60% of tot 50% van een voltijdse betrekking.
§2. Als een vast aangesteld statutair personeelslid binnen de diensten van het bestuur een contractuele betrekking, een mandaat, een tijdelijke aanstelling of een andere functie waaraan een proeftijd verbonden is, opneemt, wordt ambtshalve onbetaald verlof toegestaan voor maximaal de duur van het mandaat, de tijdelijke aanstelling of de proeftijd.
§3. Het hoofd van het personeel kent het verlof toe.
§4. Het verlof is gelijkgesteld met dienstactiviteit.
§5. Het verlof wegens arbeidsongeschiktheid, met uitzondering van de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, maakt geen einde aan het toegekende onbetaalde verlof.
§6. Als een feestdag op een dag onbetaald verlof valt, wordt die feestdag niet vervangen.
§7. Volgende personeelscategorieën zijn uitgesloten van het voordeel van het recht op onbetaald verlof om voltijdse prestaties te verminderen tot minder dan 80%:
Deze personeelscategorieën kunnen tijdens de loopbaan gedurende 60 maanden de prestaties verminderen tot 80% van een voltijdse betrekking. Van zodra het personeelslid 55 jaar is, verwerft hij altijd het recht om de prestaties te verminderen tot niet minder dan 80% van een voltijdse betrekking.
§9. Het personeelslid dat gebruik wil maken van het recht op onbetaald verlof vraagt dit minstens drie maanden op voorhand aan. De algemeen directeur kan op basis van een gemotiveerde aanvraag een kortere termijn toestaan.
Het personeelslid kan een voorstel toevoegen met betrekking tot zijn prestatieregeling. De aanstellende overheid stelt de uurregeling vast rekening houdend met het advies van het managementteam in het kader van de algemene dienstregeling.
Elke nieuwe aanvraag moet in dezelfde vormen en termijnen worden ingediend als een eerste aanvraag.
Elke vraag tot verlenging, aansluitend op de lopende periode van onbetaald verlof, moet uiterlijk één maand voor het verstrijken van de lopende periode van onbetaald verlof, in dezelfde vorm worden ingediend. In dit geval geldt een minimumduur van één maand voor ingang van de verlenging.
§10. Het personeelslid kan een toegestaan verlof voortijdig beëindigen mits inachtneming van een opzegtermijn van één maand. De termijn kan ten vroegste ingaan de dag na de opzegging van het verlof. De algemeen directeur kan op basis van een gemotiveerde aanvraag een kortere termijn toestaan.
§11. De algemeen directeur, de adjunct-algemeendirecteur en de financieel directeur van de gemeente kunnen op hun verzoek het onbetaald verlof aanvragen voor een vermindering tot 80% van voltijdse prestaties van zodra hij 55 jaar is. In voorkomend geval kan het college het onbetaald verlof toekennen als en voor zover de goede werking van de organisatie niet wordt verstoord. Dit onbetaald verlof kan enkel toegekend worden als gunst en zal in dit geval gelijkgesteld worden met dienstactiviteit.
§12. Om het verlofcontingent ‘onbetaald verlof’ te bepalen, wordt gerekend vanaf 1 februari 2017.
Besluit gemeenteraad van 20.12.2016 - Personeel: arbeidsreglement.
Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen;
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
Wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen;
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
De gemeenteraad keurde op 20.12.2016 een arbeidsreglement met bijlagen goed voor het gemeentepersoneel. Bijlage 2 van het arbeidsreglement omvat een reglement over glijdende werktijden voor de administratieve diensten.
Naar aanleiding van de Covid-19-pandemie legde de federale overheid gedurende de periode 2020-2022 verschillende maatregelen inzake arbeidsorganisatie en verplicht telewerk op aan de werkgevers om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Hierdoor werd binnen de diensten van het lokaal bestuur noodgedwongen en versneld een nieuw systeem van flexibele arbeidstijden en telewerk ingevoerd, getest en bijgestuurd.
Thans wordt aan de raad voorgesteld om het flex- en telewerken te formaliseren voor de diensten waar dit mogelijk is en ter zake een reglement vast te stellen dat dient als kader waarbij regels en praktische afspraken worden bepaald. Dit nieuwe reglement houdt een wijziging in van het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel.
Voor het uitwerken van een flex- en telewerkbeleid is de wetgeving een belangrijke leidraad. Het lokaal bestuur liet zich inspireren door toepasselijke regelgeving voor contractueel personeel over structureel en occasioneel telewerk.
Het occasionele telewerk wordt geregeld met de Wet op werkbaar en wendbaar werk van 5 maart 2017. Voor overheidspersoneel zijn er andere wetgevende kaders van toepassing maar deze bieden voorlopig nog geen reglementering voor telewerken. De reglementering omtrent telewerk voor de private sector vormt in die zin de inspiratiebron tot een flex - en telewerkbeleid.
Voorliggend reglement inzake flex- en telewerken werd besproken in vergadering van het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties d.d. 21.11.2022.
De versnelde invoering van flexibele werktijden en telewerk tijdens de corona-pandemie was een nieuwe uitdaging die na evaluatie als positief werd ervaren. De verplichtingen die een openbare dienst heeft tegenover het publiek en de goede werking van een dienst mogen bij de invoering van het flex- en telewerken echter niet uit het oog verloren worden.
In het kader van de profilering van het lokaal bestuur als een aantrekkelijke werkgever met een motiverend personeelsbeleid, een goede work-life-balance voor de medewerkers alsook in het belang van een moderne, klantvriendelijke en duurzame dienstverlening wordt voorgesteld om de flexibele arbeidstijden en telewerk (post-corona) beleidsmatig te verankeren binnen de organisatie voor de diensten waar dit mogelijk is en een kader te voorzien waarbij regels en praktische afspraken in verband met flextijden en telewerk worden vastgelegd.
Over voorliggend reglement werd een protocol van akkoord bereikt in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties.
Onderhavige beslissing heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
Onderstaand reglement betreffende flex- en telewerken voor het gemeentepersoneel wordt goedgekeurd.
1. Flexwerken:
Volgende personeel-teams komen in aanmerking voor flexwerken op werkdagen tussen 6:00u-22:00u mits permanentieregeling:
De flexroosters worden niet meer gedefinieerd in uurroosters. Medewerkers presteren op werkdagen tussen 6:00u en 22:00u en bepalen daarbinnen hun werktijden. Belangrijk hierbij is dat de dienst- en hulpverlening steeds gegarandeerd is en blijft. De diensthoofden / teamleiders maken hiertoe de nodige afspraken met hun team(s). Aanwezigheid op de werkvloer en telefonische permanentie van één of meerdere medewerkers per team dient geregeld te zijn binnen de kantoor- en openingsuren, ook al wordt het dienstverleningsconcept aangepast met het principe van 'werken op afspraak' en inperking van 'vrije inloopuren'. Het dienstverleningsconcept vormt het kader voor de planning van de prestaties.
Medewerkers team logistiek komen in aanmerking voor flexwerken tussen 6:00u - 22:00u op voorwaarde dat hun taken uitgevoerd worden rekening houdend met de opdrachten en werking van de diensten die zij logistiek ondersteunen. Deze personeelsgroep kan buiten het dienstverleningsconcept zijn arbeidstijd inplannen.
Onthaalmedewerkers dienen hun prestaties te koppelen aan de openingsuren en telefonische permanentie. Het dienstverleningsconcept vormt het kader voor de planning van de prestaties.
Volgende personeel-teams komen niet in aanmerking voor flexwerken. Het aanvangsuur van de dagdelen kan bij winter- en zomertijd wel verschillen. Er is voor deze functies in principe enkel stamtijd.
Volgende voorwaarden worden bepaald binnen het systeem van flexwerken voor de vernoemde personeel-teams:
1.1. arbeidstijd
Er worden geen stam- en glijtijden meer bepaald. Dit wil zeggen dat medewerkers hun prestaties leveren tussen 6:00u en 22:00u op werkdagen. Dit binnen de afspraken qua dienstverlening die gemaakt worden binnen iedere dienst. Medewerkers zijn verplicht een pauze te nemen na 6 uren onafgebroken te werken. Na een arbeidstijd van 6 uren, moet 30 minuten pauze toegekend worden. Referteperiode voor gemiddelde arbeidsduur verloopt over zes maanden met aftopping op 1 april en 1 oktober.
1.2. flexibilteitsmarge
De werknemer moet zijn normale wekelijkse arbeidsduur op gemiddelde wijze naleven binnen de toepasselijke referteperiode. In het kader van een flex-uurrooster kan tot maximum 11 uren per dag worden gewerkt en dit is uitzonderlijk.
Een werknemer die tewerkgesteld is op basis van een flex-uurrooster kan nog steeds op vraag van de werkgever de arbeidsduurgrenzen van zijn flexrooster overschrijden, wanneer dit toegelaten is (bv. in geval van buitengewone vermeerdering van werk). Het presteren van overuren komt binnen dit systeem nog maar zelden voor. Sowieso dient het presteren van overuren aangevraagd te worden.
1.3. mogelijkheid tot overdracht van plus- of minuren
Er is voorzien dat een aantal uren dat meer of minder werd gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op het einde van de referteperiode het voorwerp kan uitmaken van een overdracht naar de volgende referteperiode. Overdracht plusuren op einde van referteperiode bedraagt max. 20u voor een voltijdse of à rato van prestatiebreuk. Overdracht minuren op einde van referteperiode bedraagt max. 5u voor een voltijdse of à rato van prestatiebreuk.
1.4. dienstvrijstelling volgens art. 281 RPR e.a.
Het verlenen van dienstvrijstelling door algemeen directeur om gewichtige redenen van medische aard aan het personeelslid voor de daartoe hoogstnoodzakelijke tijd, komt te vervallen voor flexwerkers.
Familiaal verlof (Dienstvrijstelling volgens art. 284 RPR)
Een flex-medewerker behoudt het recht om wegens overmacht, mits voorlegging van een doktersattest, dienstvrijstelling te vragen ingeval van ziekte of van een ongeval overkomen aan de volgende persoon met wie hij samenleeft, een kind van de persoon met wie hij samenleeft, een bloed- of aanverwant, een persoon opgenomen met het oog op zijn adoptie of de uitoefening van een pleegvoogdij. De duur van deze dienstvrijstelling is tot vier dagen per jaar beperkt. ingeval van deeltijdse arbeid wordt de duur van de dienstvrijstelling in evenredige mate verminderd.
1.5. garantie dienstnoodwendigheid
Op dienstniveau, binnen een team, dienen goede afspraken gemaakt met alle medewerkers over de bezetting van het loket / dienst tijdens de openingsuren en de uren van telefonische / digitale permanentie. Klantvriendelijkheid dient gegarandeerd en collegialiteit evenzeer. Het gebruik van een planningstool door diensthoofden / teamleiders en een accuraat ingevulde professionele agenda per medewerker is in deze vereist.
1.6. aanrekening verlof of afwezigheden
Elke werkdag krijgt een standaardtijd toegekend. Dit is belangrijk voor de berekening van de flextijd voor een bepaalde dag. De som van de prestaties en afwezigheden wordt vergeleken met de standaardtijd. Het verschil wordt dagelijks verrekend met het saldo flextijd.
Een evenredige verdeling van de wekelijkse arbeidstijd betekent dat de wekelijkse arbeidstijd gedeeld wordt door 5 (mogelijke arbeidsdagen). Het resultaat van deze deling wordt de standaardtijd van elke weekdag.
|
|
voltijds |
4/5e |
halftijds |
|
| Evenredige verdeling |
Evenredige verdeling |
Evenredige verdeling |
|
|
| Maandag |
07:36 |
06:05 |
03:48 |
|
| Dinsdag |
07:36 |
06:05 |
03:48 |
|
| Woensdag |
07:36 |
06:05 |
03:48 |
|
| Donderdag |
07:36 |
06:05 |
03:48 |
|
| Vrijdag |
07:36 |
06:04 |
03:48 |
|
| Totaal |
38:00 |
30:24 |
19:00 |
|
Negatief saldo flextijd kan gecompenseerd worden (verplicht bij overdrachtmoment) met afwezigheidsaanvragen. Een positief saldo kan aangewend worden om minder te werken dan de standaardtijd. Duidelijke afspraken binnen dienst voor permanentie of planningstool zijn hierbij essentieel. Bij invoering van het reglement vormt de outlook-agenda het instrument om afwezigheid wegens opnemen flextijd, aan te geven.
2. Telewerken:
Verwijzend naar de reglementering, onze lokale organisatie-ervaringen en de verschillende uitgangspunten, wordt voorgesteld om administratief en budgettair een eenvoudige formule van telewerk in te voeren: occasioneel telewerk zonder kostenvergoeding, gekoppeld aan verschillende voorwaarden, met aandacht voor een kwaliteitsvolle dienstverlening en werkbaar werk.
Volgende functies komen in aanmerking voor occasioneel telewerken:
Volgende functies komen niet in aanmerking voor occasioneel telewerken:
Voorwaarden tot occasioneel telewerken:
2.1. garantie dienstnoodwendigheid
Telewerk mag de continuïteit en de goede werking van de dienstverlening niet in de weg staan. Dit impliceert dat de permanentie en de publieke dienstverlening steeds voorrang heeft en op geen enkel moment in het gedrang mag komen, ook al had de werknemer bijvoorbeeld vooraf afgesproken om thuis te werken.
Diensthoofden / teamleiders organiseren minimaal maandelijks teamoverleg om de organisatie van occasioneel telewerk te kunnen autoriseren binnen het gestelde kader. Bij de evaluatie van het functioneren van medewerkers zal naast de klassieke beoordelingscriteria ook het resultaatsgericht werken beoordeeld worden, eerder dan aanwezigheid.
Alle administratief medewerkers, deskundigen, maatschappelijk assistenten, jurist, diensthoofden en directie onderhouden accuraat hun professionele digitale agenda in het belang van een performant onthaalbeleid.
2.2. aanvraag - planning
Telewerken wordt aangevraagd bij de leidinggevende. Leidinggevende kan ad hoc, om reden van overmacht iemand anders telewerk toestaan en een telewerker terugroepen in het belang van dienstnoodwendigheid.
Telewerken is niet onbeperkt. Een medewerker kan op onderstaande manier telewerken:
Mogelijkheden voltijdse tewerkstelling
Mogelijkheden deeltijdse tewerkstelling
Een vaste dag of vaste halve dagen voor telewerk is niet mogelijk, de medewerker dient voor elke dag telewerken opnieuw de goedkeuring te vragen via het tijdsregistratiesysteem aan de teamleider / diensthoofd. In de praktijk is het echter mogelijk dat er een zekere systematiek ontstaat in de dagen van de week waarop men gewoonlijk telewerkt, maar dit kan nooit beschouwd worden als een verworven recht. De werknemer moet dan ook naar de werkplek komen op dagen dat hij normaal zou telewerken als dit om organisatorische redenen noodzakelijk is. Tijdens telewerken is het niet toegelaten om een zorgfunctie op te nemen.
2.3. tijdsregistratie
Medewerkers kunnen telewerken tussen 6:00u en 22:00u. Ze registreren hun arbeidstijd via het tijdsregistratiesysteem en zijn bereikbaar voor burgers en collega’s zowel via mail als telefonisch tijdens de kantooruren (openingsuren en telefonische / digitale permanentie-uren).
2.4. vergoeding
Er wordt geen vergoeding uitbetaald voor telewerk. Telewerk is niet verplicht, het is een gunst. Het bestuur voorziet in performant ICT-materiaal om occasioneel telewerk mogelijk te maken.
2.5. materiaal
Het bestuur investeert zelf niet in meubilair, internetaansluiting of -kosten of andere zaken voor telewerk. Het ICT-aankoopbeleid van het lokaal bestuur wordt wel aangepast zodat standaard meer laptops en smartphones (bereikbaarheid) voorzien worden voor medewerkers die in aanmerking komen voor telewerk. Telewerken kan enkel met een laptop van het bestuur en via beveiligde verbinding (informatieveiligheid). Het intern reglement op het gebruik van communicatiemiddelen dient aangevuld met specifieke richtlijnen voor telewerk en procedure voor technische ICT-ondersteuning tijdens telewerk.
Het lokaal bestuur investeert in passend softwarepakket en telefooncentrale voor performant onthaalbeleid (voorwaarde flexwerken).
Artikel 2
Onderhavig reglement inzake flex- en telewerken wordt opgenomen als Bijlage 2 van het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel. Het vervangt de vorige Bijlage 2 - Reglement glijdende werktijden.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere praktische uitwerking en opvolging van onderhavig reglement.
Artikel 4
Dit besluit wordt ter kennis gebracht aan het gemeentepersoneel en aan het regionaal bureau van de Inspectie van de Sociale Wetten.
De conformiteit van de woning of kamer kan vastgesteld worden door de bevoegde personen, zoals opgenomen in art. 3.4 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In het kader van het conformiteitsonderzoek zijn de mogelijke gebreken aan een woning onderverdeeld in 3 categorieën (art. 3.1, §1, derde lid Vlaamse Codex Wonen van 2021):
1° gebreken van categorie I: kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken;
2° gebreken van categorie II: ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
3° gebreken van categorie III: ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners, waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.”
De burgemeester of de gewestelijk ambtenaar van het Agentschap Wonen-Vlaanderen kan een conformiteitsattest weigeren en een woning of kamer ongeschikt verklaren, indien o.m. uit het technisch verslag van een conformiteitsonderzoek blijkt dat een woning of een kamer minstens één gebrek vertoont uit categorie II of categorie III (‘ongeschikte woning cf. art. 1.3, §1, eerste lid, 35° Vlaamse Codex Wonen van 2021; geen ‘conforme woning’ cf. art. 1.3, §1, eerste lid, 7° Vlaamse Codex Wonen van 2021). 7 of meer gebreken uit categorie I worden gelijkgesteld met 1 gebrek uit categorie II (cf. technisch verslag, bijlage 4 t.e.m. 6 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021).
Het conformiteitsattest vervalt van rechtswege, o.m. vanaf het ogenblik dat er een termijn van 10 jaar of een termijn die vastgesteld wordt door de gemeenteraad, met een maximum van 10 jaar, is verstreken na de afgifte van het conformiteitsattest (art. 3.9 Vlaamse Codex Wonen van 2021). De gemeenteraad kan derhalve de termijn beperken bij verordening.
Een verhuurder die beschikt over een conformiteitsattest kan aantonen dat de woning of kamer op het moment van het conformiteitsonderzoek conform is aan de geldende veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten.
In de voorgaande verordening ‘beperkte geldigheidsduur conformiteitsattest’ is voorzien dat de geldigheidsduur van het conformiteitsattest dat wordt afgeleverd, wordt beperkt tot 31 december 2022, indien uit het technisch verslag van het conformiteitsonderzoek blijkt dat bij een woning of kamer in minstens 1 woonlokaal of badkamer algemeen nog enkel glas aanwezig is. De conformiteitsattesten voor dergelijke woningen en kamers komen bijgevolg automatisch te vervallen op 31 december 2022.
De algemene aanwezigheid van enkel glas in minstens 1 woonlokaal of badkamer bij een woning of kamer geldt vanaf 1 januari 2023 bij een conformiteitsonderzoek als een gebrek van categorie II (cf. technisch verslag, bijlage 4 t.e.m. 6 Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021), waardoor het conformiteitsattest dan geweigerd kan worden en de woning of de kamer ongeschikt verklaard kan worden, zonder dat hier andere gebreken voor nodig zijn. Woningen of kamers met een dergelijk gebrek komen vanaf 1 januari 2023 bijgevolg principieel niet meer in aanmerking voor de afgifte van een conformiteitsattest. De beperking van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest voor dergelijke woningen en kamers die voorzien is in de voorgaande verordening beperkte geldigheidsduur conformiteitsattest, wordt bijgevolg zonder voorwerp voor conformiteitsattesten die vanaf 1 januari 2023 worden afgeleverd. Deze beperking wordt derhalve niet meer voorzien in de nieuwe verordening.
De kwaliteit van woningen en kamers kan te allen tijde verslechteren; één enkel gebrek van categorie I is onvoldoende ernstig voor een weigering van het conformiteitsattest en ongeschiktverklaring, maar een woning of kamer met 5 of meer gebreken uit categorie I kan snel evolueren tot meerdere kleinere gebreken of tot een ernstig gebrek en bijgevolg ook naar een niet conforme woning of kamer. Een beperking van de geldigheidsduur is voor een dergelijke situatie wel nog steeds wenselijk.
De kostprijs voor de behandeling van een conformiteitsattest kan vastgelegd worden in een gemeentelijk retributiereglement of, bij afwezigheid van een gemeentelijk retributiereglement, wordt het conformiteitsattest gratis behandeld. De kostprijs van het conformiteitsattest is vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement op de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen.
Gemeente Retie wenst in te zetten op het bevorderen van de woningkwaliteit met het oog op het realiseren van het recht op menswaardig wonen. Met dit doel heeft Retie zich aangesloten bij het project Kempens Woonplatform Zuidoost. Retie heeft zich in dat kader geëngageerd om in bepaalde gevallen de geldigheidsduur van conformiteitsattesten in de tijd te beperken.
Met voorliggend voorstel wordt uitvoering gegeven aan dat engagement.
Artikel 1
De geldigheidsduur van het conformiteitsattest dat wordt afgeleverd vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, wordt beperkt tot 5 jaar indien uit het technisch verslag van het conformiteitsonderzoek blijkt dat een woning of kamer 5 of meer gebreken vertoont uit categorie I.
Artikel 2
De gemeentelijke verordening ‘beperkte geldigheidsduur conformiteitsattest’ van 17 december 2020 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2023.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2023.
Het college van burgemeester en schepenen keurde in april 2019 de instap in UiTPAS en de aansluiting bij regio Kempen principieel goed. De gemeenteraad besliste op 28 april 2022 om in te stappen in UiTPAS-regio Kempen vanaf 1 januari 2023 en keurde de algemene voorwaarden en de regiospecifieke afspraken goed.
De gemeente Retie wil de participatie van mensen in armoede (MIA's) aan het vrijetijdsaanbod verhogen. Ze lanceerde hiertoe de UiTPAS en sluit in dit kader partnerschappen af met erkende Retiese verengingen, waarbij kortingen worden toegestaan aan MIA’s. De kortingen worden toegekend volgens het 20-40-40-principe: de MIA’s betalen 20% van het lidgeld of van het deelnamebedrag, het gemeentebestuur betaalt 40% en de organisator geeft 40% korting. Deze verdeelsleutel wordt geregeld in de basisovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de organisator in het kader van UiTPAS Kempen.
Om erkende Retiese verenigingen te stimuleren om partner te worden in het UiTPAS verhaal wil het lokaal bestuur erkende Retiese verenigingen tijdens de eerste drie jaar financieel vrijwaren. Via dit subsidiereglement kan een erkende Retiese vereniging een tussenkomst toegekend krijgen die gelijkstaat met de gederfde lidmaatschapsgelden en deelnamegelden van haar leden die gebruik maken van een UiTPAS met kansentarief. Wie beantwoordt aan de vastgelegde bepalingen in het subsidiereglement, krijgt de volledige 40% aan gederfde voor lidmaatschapsinkomsten en deelnamegelden gecompenseerd. Deze regeling geldt voor de lidgelden en deelnamegelden betaald in 2023, 2024 en 2025.
De UiTPAS heeft zowel voor de deelnemer aan vrijetijdsactiviteiten als voor kansengroepen voordelen. Als lokaal bestuur beschikken we over een instrument waarmee we zowel participatie aan vrijetijdsactiviteiten kunnen stimuleren als gericht kunnen communiceren over ons aanbod.
Om erkende Retiese verenigingen te stimuleren om partner te worden in het UiTPAS verhaal wil het lokaal bestuur erkende Retiese verenigingen tijdens de eerste drie jaar financieel vrijwaren.
De middelen voor UiTPAS zijn voorzien in het meerjarenplan MJP000718: Instapkosten en werkingskosten regionale UiT-PAS - 2022/613160/2/0739/
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor erkende Retiese verenigingen met betrekking tot de invoering van UiTPAS goed.
Er wordt verwezen naar het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeente is lid van de Intergemeentelijke Aankoopdienst van IOK.
De dienstverlenende vereniging IOK treedt voor de leden van IAD op als aankoopcentrale in de zin van artikel 2, 6°a) en 7°b) van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren, conform artikel 47 § 2 van bovenvermelde wet.
IOK heeft een groepsaankoop aangaande “raamovereenkomst verkeersborden, signalisatie, plooibare materialen en retro-reflecterende stickers” gevoerd. Deze opdracht heeft als voorwerp het sluiten van een raamovereenkomst met één opdrachtnemer per perceel voor het leveren van verkeersborden, signalisatie, plooibare materialen en retro-reflecterende stickers, voor de looptijd van 24 maanden.
De voorziene startdatum is 1 november 2022.
Op 7 oktober 2022 heeft de raad van bestuur van IOK de opdracht met betrekking tot de groepsaankoop “raamovereenkomst verkeersborden, signalisatie, plooibare materialen en retro-reflecterende stickers” gegund aan gesloten met:
Perceel 1 : Wayfinding België bv, Burchtstraat 2/002, 2470 Retie, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver en tegen een totaalprijs van het nagerekende offertebedrag van 290.693,44 euro, excl. btw of 351.739,06 euro, incl. btw, gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden zoals vermeld in de inventaris met dien verstande dat de maximale waarde van de opdracht over de gehele looptijd voor dit perceel is bepaald op € 300.000 excl. BTW of € 363.000 incl. BTW.
Perceel 2 : Verkeers- en Veiligheidssignalisatie NV, Veldstraat 107, 3500 Hasselt, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver en tegen een totaalprijs van het nagerekende offertebedrag van 162.206,01 euro, excl. btw of 196.269,27 euro, incl. btw, gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden zoals vermeld in de inventaris met dien verstande dat de maximale waarde van de opdracht over de gehele looptijd voor dit perceel is bepaald op € 175.000 excl. BTW of € 211.750 incl. BTW.
Perceel 3: Verkeers- en Veiligheidssignalisatie NV, Veldstraat 107, 3500 Hasselt, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver en tegen een totaalprijs van het nagerekende offertebedrag van 33.696,36 euro, excl. btw of 40.772,60 euro, incl. btw, gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden zoals vermeld in de inventaris met dien verstande dat de maximale waarde van de opdracht over de gehele looptijd voor dit perceel is bepaald op € 44.000 excl. BTW of € 53.240 incl. BTW.
Perceel 4: Verkeers- en Veiligheidssignalisatie NV, Veldstraat 107, 3500 Hasselt, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver en tegen een totaalprijs van het nagerekende offertebedrag van 11.369,70 euro, excl. btw of 13.757,34 euro, incl. btw, gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden zoals vermeld in de inventaris met dien verstande dat de maximale waarde van de opdracht over de gehele looptijd voor dit perceel is bepaald op € 18.000 excl. BTW of € 21.780 incl. BTW.
De gemeente begroot het bedrag voor de afname op basis van de raamovereenkomst op 37.5000 euro exclusief BTW.
De gemeente wordt nu gevraagd om toe te treden tot de gegunde groepsaankoop van aankoopcentrale IOK.
Gezien op basis van het Decreet Lokaal Bestuur de gemeenteraad voor deze opdracht bevoegd is om te beslissen voor de toetreding tot de aankoopcentrale.
De kosten voor deze opdracht zijn voorzien in de meerjarenplanning op budgetcode MJP000102 - 2022/610350/3/0200.
Artikel 1
De gemeente treedt toe tot de aankoopcentrale van IOK aangaande de groepsaankoop “raamovereenkomst verkeersborden, signalisatie, plooibare materialen en retro-reflecterende stickers” voor een bedrag van 37.500 euro exclusief BTW onder de opschortende voorwaarde dat IOK geen vordering tot schorsing ontvangt tijdens de wachttermijn en de opdracht sluit.
Er wordt verwezen naar het Decreet Lokaal Bestuur.
De dienstverlenende vereniging IOK treedt voor de leden van IAD op als aankoopcentrale in de zin van artikel 2, 6°a) en 7°b) van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren, conform artikel 47 § 2 van bovenvermelde wet.
De gemeente is lid van de Intergemeentelijke Aankoopdienst van IOK.
IOK heeft een groepsaankoop aangaande “raamovereenkomst voor de uitgifte (aanmaak en levering) van diverse elektronische cheques ten voordele van het personeel” gevoerd. Deze opdracht heeft als voorwerp het sluiten van een raamovereenkomst met één opdrachtnemer voor de uitgifte (aanmaak en levering) van diverse elektronische cheques ten voordele van het personeel, voor de looptijd van 48 maanden.
De voorziene startdatum is 1 januari 2023.
Op 4 november 2022 heeft de raad van bestuur van IOK de opdracht met betrekking tot de groepsaankoop “raamovereenkomst voor de uitgifte (aanmaak en levering) van diverse elektronische cheques ten voordele van het personeel” gegund aan:
Sodexo, Pleinstraat 15, 1050 Brussel, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver en tegen een totaalprijs van het nagerekende offertebedrag van 4,88 euro, excl. btw of 5,90 euro, incl. btw, gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden zoals vermeld in de inventaris met dien verstande dat de maximale waarde van de opdracht over de gehele looptijd is bepaald op 77.395,78 euro excl. BTW of 93.648,89 euro incl. BTW.
De gemeente begroot het bedrag voor de afname op basis van de raamovereenkomst op 0,604 euro exclusief BTW.
de gemeente wordt nu gevraagd om toe te treden tot de gegunde groepsaankoop van aankoopcentrale IOK.
Gezien op basis van het Decreet Lokaal Bestuur de gemeenteraad voor deze opdracht bevoegd is om te beslissen voor de toetreding tot de aankoopcentrale.
Er wordt verwezen naar het Decreet Lokaal Bestuur.
Vzw DOKO (Diensten ter Ondersteuning van het Katholiek Onderwijs) ondersteunt leden van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en aanverwante verenigingen bij de toepassing van de wetgeving overheidsopdrachten.
Gemeentescholen zijn standaard geen lid van deze aankoopcentrale DOKO of lid van KathOndVla. Er werd een vraag gesteld worden tot toetreding tot de aankoopcentrale, zodat ook de gemeentescholen kunnen afnemen van de afgesloten raamcontracten. In de statuten van DOKO is de mogelijkheid voorzien om nieuwe leden toe voegen.
Op 18 oktober 2022 heeft de raad van bestuur van vzw DOKO de toetredingsaanvraag goedgekeurd. De gemeentelijke basisschool Retie heeft toestemming om af te nemen van de DOKO raamovereenkomst PC’s onder de volgende voorwaarden:
- het akkoord geldt alleen voor deze ene raamovereenkomst en houdt geen engagement in voor andere raamovereenkomsten
- op dit ogenblik wordt geen vergoeding aangerekend aan afnemers die geen lid zijn van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. De raad van bestuur van vzw DOKO houdt zich het recht voor om dat naar de toekomst toe te wijzigen.
DOKO treedt voor de deelnemende besturen op als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2, 6°van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
DOKO vzw besliste de wijze van gunnen via een openbare procedure.
Op 06 mei 2019 besliste de raad van bestuur van DOKO om over te gaan tot gunning van deze opdracht aan Signpost, Wolfsakker 5A, 9160 Lokeren.
Het is aangewezen om gebruik te maken van de opdrachtencentrale om volgende redenen:
- De in de opdrachtencentrale voorziene ICT-producten voldoen aan de behoefte van het bestuur;
- Door het schaalvoordeel een mogelijke kostenbesparing kan realiseren op de aangekochte goederen;
- Voor Digisprong moeten nog een aantal computers aangekocht worden, tezamen met software en licenties. Het raamcontract beschikt over de benodigde licenties en software voor het onderwijs en over credits waarmee leerkrachten gratis opleidingen kunnen volgen.
De gemeente is niet verplicht tot afname van de diensten, conform het bestek.
De gemeente wordt nu gevraagd om verbindend toe te treden tot de aankoopcentrale en de gegunde opdracht van aankoopcentrale DOKO door goedkeuring te geven aan het bestek en de gunning. Dit met het oog op contractsluiting met de gekozen opdrachtnemer.
De kost voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan MJP002063 budgetcode 2022/240200/2/0800.
Artikel 1
De gemeente beslist om toe te treden tot de aankoopcentrale DOKO voor het raamcontract ‘aankoop pc’s voor onderwijsinstellingen’.
Artikel 2
Het bestek “‘aankoop pc’s voor onderwijsinstellingen’ goed te keuren.
Artikel 3
De gemeente Retie kan beroep doen op de opdrachtencentrale van DOKO vzw voor de aankoop van diverse ICT-producten aangeboden via de raamovereenkomst ‘aankoop pc’s voor onderwijsinstellingen’.
Het Decreet Lokaal Bestuur.
DOKO treedt voor de deelnemende besturen op als opdrachtencentrale in de zin van artikel 2, 6° van de wet van 17 juni 20163 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
In het kader van Digisprong dienen er nog verschillende toestellen en oplaadkarren aangekocht te worden voor de gemeentelijke basisschool Retie.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 44.140,17 euro excl. btw of 53.409,60 euro incl. btw. Er wordt voorgesteld de opdracht tot stand te brengen via het desbetreffende raamcontract.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan MJP002063 budgetcode 2022/240200/2/0800.
Artikel 1:
Bovengenoemde opdracht komt tot stand via het raamcontract aangaande ‘Aankoop van ICT-infrastructuur’ georganiseerd door DOKO.
Artikel 2:
De offerte van Signpost België BV, Wolfsakker 5A, 9160 Lokeren van op 44.140,17 euro excl. btw of 53.409,60 euro incl. btw wordt goedgekeurd.
Artikel 3:
De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet voorzien in het meerjarenplan MJP002063 budgetcode 2022/240200/2/0800.
Eerder werd een gelijkaardige opdracht uitgeschreven. Tijdens de offertevraag van deze opdracht kwamen verschillende leveranciers met de optie van een klaptafel op wielen. Deze optie werd door de diensten onderzocht en lijkt voor GC Den Dries een haalbaar en gebruiksvriendelijker alternatief. Door het gebruik van tafels op wielen moet er niet meer getild worden aan de tafels, wat maakt dat het plaatsen en opruimen van de tafels op een ergonomische manier uitgevoerd kan worden door 1 persoon.
Omdat het vorige bestek geen varianten of opties toeliet, werd beslist de opdracht stop te zetten en een nieuwe opdracht uit te schrijven waarin deze mogelijkheid wel geboden wordt.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 140.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
In het kader van de opdracht “Aankoop klaptafels voor GC Den Dries” werd een bestek met nr. DVT/EW/2022_003 opgesteld door de Technische dienst en dienst Vrije Tijd.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 28.925,61. excl. btw of € 34.999,99 incl. btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode 2022/230000/2/0705.
Artikel 1
Het bestek met nr. DVT/EW/2022_003 en de raming voor de opdracht “Aankoop klaptafels voor GC Den Dries”, opgesteld door de Technische dienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 28.925,61. excl. btw of € 34.999,99 incl. btw.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode 2022/230000/2/0705.
Artikel 34, §2, 2°, artikel 41, §2, 4° en 9° en artikel 432 van het decreet lokaal bestuur. De gemeenteraad is bevoegd voor de aangelegenheden inzake de deelname aan en de vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen, evenals voor de aangelegenheden die het decreet uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt. De gemeenteraden bepalen de afvaardiging en het mandaat van hun vertegenwoordigers in de algemene vergadering van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Tijdens het laatste trimester van elk jaar wordt een algemene vergadering georganiseerd die beraadslaagt over de strategie en de begroting voor het volgende werkingsjaar.
De intergemeentelijke vereniging PONTES heeft een uitnodiging gestuurd voor een buitengewone algemene vergadering op 15 december 2022. Het betreft een buitengewone algemene vergadering waarop de strategische nota en de begroting voor het volgende jaar staan geagendeerd. Aangezien de gemeente aandeelhouder is in deze vereniging, moet een gemeentelijk vertegenwoordiger worden aangeduid en moet tevens het mandaat van deze vertegenwoordiger worden vastgesteld.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de agenda en de daarin opgenomen onderwerpen van de buitengewone algemene vergadering van de intergemeentelijke vereniging PONTES van 15 december 2022 goed. Aan de agenda staan volgende punten:
De gemeenteraad keurt de agenda van deze buitengewone algemene vergadering van De Ark en Molse Bouwmaatschappij goed. De agendapunten zijn:
De statuten van de opdrachthoudende vereniging Pidpa.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeente is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging Pidpa. Op vrijdag 16 december 2022 om 11.30 u organiseert Pidpa een algemene vergadering op afstand. De agenda van deze algemene vergadering is als volgt:
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om deze agendapunten goed te keuren.
De voorgelegde documenten omvatten de verslaggeving omtrent de geplande activiteiten en de begroting voor 2023. Daarnaast worden nog volgende punten behandeld: toetredingen en/of uitbreidingen van de opdracht van Pidpa bij verschillende gemeenten en benoemingen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de door de raad van bestuur van Pidpa voorgelegde begroting 2023 en het toelichtende verslag goed.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de toetreding en uitbreiding van de opdracht goed.
Artikel 3
De gemeenteraad keurt de benoemingen goed.
Het decreet over het lokaal bestuur (DLB) legt de verplichting op om in de loop van het laatste trimester van elk jaar een buitengewone algemene vergadering te organiseren om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar te bespreken.
Er wordt ook een door de raad van bestuur opgestelde begroting geagendeerd.
De buitengewone algemene vergadering van IOK Afvalbeheer zal plaatshebben op dinsdag 20 december om 18.45u, in het kantoorgebouw van IOK, Antwerpseweg 1, 2440 Geel
De agenda is als volgt samengesteld:
1. Statutaire benoeming
2. Samenstelling algemeen comité en adviescomité milieu
3. Activiteitenplan 2023
4. Begroting 2023
5. Varia
De gemeenteraad neemt standpunt in over deze agendapunten en mandateert de gemeentelijke afgevaardigde.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de voorgestelde statutaire benoeming.
Artikel 2
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de nieuwe samenstelling van het algemeen comité en het adviescomité milieu.
Artikel 3
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het activiteitenplan 2023.
Artikel 4
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de begroting 2023 en de hierin vervatte tarieven van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer.
Artikel 5
De volmachtdrager wordt gemandateerd om conform dit besluit te handelen en te beslissen op deze buitengewone algemene vergadering.
De gemeente is aangesloten bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband IKA.
De gemeente werd per aangetekend schrijven d.d. 12 oktober 2022 opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering van IKA die op 20 december 2022 om 18.30u, E10 Hoeve, Kapelstraat 8 te 2960 Brecht plaats heeft.
Een dossier met documentatiestukken werd aan de gemeente per brief van 12 oktober 2022 overgemaakt.
Besluit van de gemeenteraad d.d. 28/2/2019 betreffende de aanduiding van :
- dhr. Koen Claessens als afgevaardigde en
- mevr. Karolien Adriaensen als plaatsvervangend afgevaardigde
voor de huidige legislatuur op de algemene vergaderingen van IKA.
Artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Gelet op het feit dat de gemeente aangesloten is bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband IKA.
Gelet op het feit dat de gemeente/stad per aangetekend schrijven van 12 oktober 2022 werd opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering tevens jaarvergadering van IKA die op 20 december 2022 plaatsheeft in E10hoeve, Kapelstraat 8 te 2960 Brecht.
Gelet op het feit dat een dossier met documentatiestukken aan de gemeente/stad per brief van 12 oktober 2022 overgemaakt werd.
Gelet op de agenda die werd vastgesteld door de raad van bestuur van IKA op 10 oktober 2022
Artikel 1
De gemeenteraad beslist, na onderzoek van de documenten die bij de oproeping zijn gevoegd, zijn goedkeuring hechten aan de dagorde en de afzonderlijke punten van de dagorde van de algemene vergadering van IKA van 20 december 2022 om 18.30u:
Artikel 2
De gemeenteraad beslist om de vertegenwoordiger van de gemeente Retie die zal deelnemen aan de (fysieke of digitale) Buitengewone Algemene Vergadering van de dienstverlenende vereniging IKA op 20 december 2022 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
De gemeenteraad neemt kennis van het vervallen van het huidige retributiereglement van Fluvius op 31/12/2022 en de opstart van het nieuwe retributiereglement voor 2023 - 2024 - 2025.
Gelet op het feit dat de gemeente Retie en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Gelet op het feit dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de goedkeuring door de gemeente Retie van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
Gelet op het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Gelet op het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur;
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente Retie of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente Retie.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2023 voor een termijn eindigend op 31 december 2025.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente Retie aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente Retie.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente Retie.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De gemeenteraad besliste op 5 september 2019 om over te stappen van het provinciale bibliotheeksysteem (PBS) naar het nieuwe Eengemaakt Bibliotheeksysteem (EBS). De Vlaamse overheid heeft de uitrol en het beheer van het EBS toegewezen aan Cultuurconnect vzw. De overstap van het PBS naar het EBS wordt door Cultuurconnect uitgevoerd in zeven golven. De bibliotheken uit provincie Antwerpen maken deel uit van de zesde migratiegolf die loopt van april tot september 2021.
De gemeenteraad keurde op 17 december 2020 het gezamenlijke bibliotheekreglement van Stuifzand goed.
Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen Cultuurconnect vzw en de gemeente Retie.
Decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies.
Statutenwijziging intergemeentelijke projectvereniging Stuifzand van 7 februari 2017.
Het aangepast gezamenlijk bibliotheekreglement wijzigt het bestaande bibliotheekreglement op volgende onderdelen:
Het nieuwe aangepaste bibliotheekreglement treedt in werking van 1 januari 2023 tot 31 december 2025.
De bib kan een volgpas toekennen: een volgpas is een extra bibpas die je kan gebruiken voor een bestaand lidmaatschap. Voor een volgpas betaalt de lener ouder dan 12 jaar eenmalig 3 euro ongeacht het gebruik van de e-ID of een bibpas als volgpas.
Instellingen en verenigingen binnen het werkingsgebied van Stuifzand die een werkingsovereenkomst afsluiten met de bib, betalen geen lidgeld. Scholen waarmee een overeenkomst werd afgesloten betalen geen lidgeld en geen boetes. Leerlingen die via een scholenwerking lid worden van de bib, betalen geen boetes.
Houders van een UiTPAS met kortingtarief genieten de UiTPAS-korting op vertoon van een geldige pas in de bib.
Het beheersorgaan van de bibliotheek bracht op 24 november 2022 een positief advies uit over de aanpassingen van het gezamenlijke bibliotheekreglement.
Een volgpas kost 3 euro voor personen boven de 12 jaar, tot en met 12 jaar wordt dit gratis.
UiTPAS houders met kansentarief betalen slechts 1 euro lidgeld ipv 5 euro. De overige 4 euro zijn ten laste van de gemeente.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het onderstaande aangepast gezamenlijke bibliotheekreglement van Stuifzand goed. Het reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.
Artikel 2
Gezamenlijk bibliotheekreglement Stuifzand
De algemene bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op alle bibliotheken, hun filialen/uitleenposten en de dienstverlening buiten de muren van de bib binnen het samenwerkingsverband Stuifzand.
Gebruikte definities:
Stuifzand: De naam van het samenwerkingsverband.
Stuifzand-bibliotheken: De bibliotheken binnen het samenwerkingsverband Stuifzand: Balen, Dessel, Geel, Laakdal, Meerhout, Mol en Retie.
Materiaal: Alle fysieke materialen: boeken, cd’s, dvd’s, vertelplaten, … onder materialen wordt niet verstaan: de digitale collecties van de bibliotheken (bijvoorbeeld: fundels, e-boeken, …).
Kind: Elke persoon jonger dan 12 jaar.
Uitleendag: Een dag waarop de bib open is en materialen dus ontleend en ingeleverd kunnen worden.
Aankoopprijs van het materiaal: De aankoopprijs van het materiaal is de prijs die terug te vinden is in het bibsysteem.
Dit gezamenlijk bibreglement wordt aangevuld met het huishoudelijk reglement van de lokale bib.
Deel 1: Algemene bepalingen
1. Toegankelijkheid, inschrijven en verantwoordelijkheden
Artikel 1
De Stuifzand-bibliotheken zijn vrij toegankelijk op vastgestelde openingsuren. De aanwezige materialen, informatiebronnen en het internet zijn gratis raadpleegbaar. Kinderen moeten tijdens hun bezoek vergezeld zijn door een volwassene.
Artikel 2
Materialen ontlenen, reserveren en verlengen evenals digitale collecties raadplegen is voorbehouden aan personen die lid zijn van de bib. Het lidmaatschap geldt in alle Stuifzand-bibliotheken.
Bij inschrijving van een lener wordt de elektronische identiteitskaart als lidkaart gebruikt, mits uitdrukkelijke toestemming van de lener. Indien de lener niet over een elektronische identiteitskaart beschikt of zijn e-ID niet wenst te gebruiken, ontvangt hij een bibpas. Kinderen moeten de toestemming hebben van een ouder of voogd om lid te worden van de bib.
De betrokkene heeft het recht zijn toestemming om zijn e-ID als lidkaart aan te wenden te allen tijde in te trekken. Het intrekken van de toestemming laat de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming voor de intrekking daarvan, onverlet. Alvorens de betrokkene zijn toestemming geeft, wordt hij daarvan in kennis gesteld. Het intrekken van de toestemming is even eenvoudig als het geven ervan (AVG Artikel 7, lid 3).
Verlies of diefstal van de bibpas moet zo snel mogelijk worden gemeld. Een nieuwe bibpas kost 1 euro.
Artikel 3
De jaarlijkse bijdrage voor het lidmaatschap bedraagt 5 euro en wordt betaald bij de bib van inschrijving of hernieuwing. Tot en met 25 jaar is het lidmaatschap gratis.
Artikel 4
Het lidmaatschap is persoonlijk: de lener is verantwoordelijk voor het gebruik ervan en voor de op zijn/haar naam geleende materialen. Voor minderjarige gebruikers is de ouder of voogd verantwoordelijk.
De leden delen een wijziging van hun contactgegevens zo snel mogelijk mee aan de bib via mail, telefoon, het webformulier of aan de balie.
Artikel 5
De bib kan een volgpas toekennen: een volgpas is een extra bibpas die je kan gebruiken voor een bestaand lidmaatschap. Voor een volgpas betaalt de lener ouder dan 12 jaar eenmalig 3 euro ongeacht het gebruik van de e-ID of een bibpas als volgpas.
Artikel 6
Door lid te worden van de bib en dus het bibsysteem te gebruiken, geeft de lener de toestemming dat de Stuifzand-bibliotheken (via cultuurconnect) gegevens van de lener bijhoudt. Het gaat om:
• Persoonsgegevens (naam en voornaam, contactgegevens, geslacht en geboortedatum)
• Rijksregisternummer
• Communicatievoorkeuren
• Bibgegevens: bibpasnummer, abonnementsgegevens, leenhistoriek, betalingshistoriek en berichtenhistoriek.
De gegevens worden enkel gebruikt voor de uitleenfunctie van de bib en worden bijgehouden tot maximaal twee jaar na het beëindigen van het bibliotheeklidmaatschap op voorwaarde dat er geen openstaande transacties of kosten zijn.
Meer info over de verwerking van deze gegevens en de rechten die de lener hierop kan uitoefenen kan de lener terugvinden in de privacyverklaring van Cultuurconnect. Een papieren versie is verkrijgbaar aan de balie van de bib.
De Stuifzand-bibliotheken houden zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening EU 2016/679).
2. Lenen, verlengen en terugbrengen
Artikel 7
Elke lener kan in elke bib maximaal 20 materialen ontlenen. Materialen uit de volwassenencollectie kunnen niet door kinderen ontleend worden.
Artikel 8
De uitleentermijn bedraagt 4 weken (28 kalenderdagen). Verlengen kan twee keer voor een periode van vier weken met een maximum van twaalf weken (84 kalenderdagen).
Verlengen kan niet:
• Wanneer de uitleentermijn verstreken is
• Wanneer de materialen gereserveerd zijn door een andere lener op het moment dat de lener ze wil verlengen
De lener neemt zelf het initiatief voor het verlengen van de materialen.
Artikel 9
Voor bijzondere en/of tijdelijke collecties en tijdens specifieke periodes kan het college van burgemeester en schepenen afwijkende leenvoorwaarden goedkeuren: een langere of kortere uitleentermijn, een hoger of lager aantal materialen dat kan worden uitgeleend.
3. Reservaties en interbibliothecair leenverkeer
Artikel 10
De lener kan maximaal vijf aanwezige of uitgeleende materialen in elke bib gelijktijdig reserveren. Reserveren is gratis. Zodra de gereserveerde materialen beschikbaar zijn, krijgt de lener een e-mail of brief. Een reservatie moet opgehaald worden binnen de tien kalenderdagen na het versturen van de mail of brief.
Artikel 11
Een lener kan materialen uit een andere bib (inclusief de Stuifzand-bibliotheken) aanvragen via het interbibliothecair leenverkeer (IBL). Per geslaagde aanvraag betaalt de lener 4 euro voor een materiaal van een openbare bib in België of 8 euro voor een materiaal van een wetenschappelijke bib in België. De lener betaalt ook bij het niet afhalen van de gevraagde materialen.
4. Beschadiging, verlies of diefstal
Artikel 12
De lener controleert alle meegenomen materialen. Is een materiaal onvolledig of beschadigd, dan dient hij dit te melden aan de infobalie. Wanneer de lener de bib verlaat, is hij verantwoordelijk voor de meegenomen materialen.
Artikel 13
Bij beschadiging, verlies of diefstal van materialen betaalt de lener de aankoopprijs. Indien een materiaal meerdere elementen omvat (cd’s, dvd’s, tekstboeken of andere) en één of meer elementen beschadigd of verloren zijn, zal steeds het volledige werk worden vergoed. De bibmedewerker bepaalt of een materiaal wordt beschouwd als beschadigd.
Artikel 14
De Stuifzand-bibliotheken zijn niet aansprakelijk voor defecten of beschadigingen aan apparatuur, veroorzaakt door het afspelen van geleende materialen.
5. Boetes
Artikel 15
De lener kan aan de uitleenbalie een ticket printen met vermelding van de leentermijn per materiaal. Als de lener een mailadres heeft opgegeven bij inschrijving, ontvangt hij een herinneringsmail wanneer de leentermijn bijna afloopt. Deze mail is een extra dienstverlening. Het niet ontvangen van de herinneringsmail kan niet worden ingeroepen om een boete niet te moeten betalen. De lener is zelf verantwoordelijk voor het bewaken en respecteren van de uitleentermijn.
Artikel 16
Wanneer de ontleende materialen niet tijdig worden ingeleverd, is de lener na het aflopen van de leentermijn een boete van 0,10 euro per uitleendag per materiaal verschuldigd. De boete kan oplopen tot maximum 4 euro per materiaal.
Artikel 17
Voor het innen van de boetes geldt volgende procedure:
Acht kalenderdagen na het overschrijden van de uitleentermijn ontvangt de lener een eerste herinnering voor het terugbrengen van de materialen. Na 22 kalenderdagen volgt een tweede herinnering. Na 49 kalenderdagen ontvangt de lener een materiaalvergoedingsnota. Daarin wordt hij gevraagd de materialen terug te brengen of te vergoeden. Na 84 dagen wordt het dossier van de lener overgemaakt aan de financiële dienst van de gemeente.
|
|
Hoe? |
Wanneer? |
Boete? |
Administratie-kosten? |
Extra kosten? |
| 1ste herinnering |
|
Na 8 kalenderdagen te laat |
0,10 euro per materiaal per uitleendag |
Geen |
Geen* |
| 2de herinnering |
|
Na 22 kalenderdagen te laat |
0,10 euro per materiaal per uitleendag |
Geen |
Geen* |
| Materiaal-vergoedingsnota |
Brief |
Na 49 kalenderdagen te laat |
0,10 euro per materiaal per uitleendag |
Geen |
Geen* |
| 4de herinnering |
Brief met factuur (vanuit de financiële dienst van de gemeente of stad) |
Na 84 kalenderdagen te laat |
Maximumboete (4,00 euro per materiaal) |
Kosten verbonden aan de opvolging via de gemeente of stad |
Aankoopprijs van het materiaal** |
* Indien alle materialen teruggebracht zijn in de bib
** Alle materialen moeten worden vergoed, terugbrengen naar de bib kan niet meer
Artikel 18
Het lidmaatschap van de lener wordt geblokkeerd wanneer:
• de lener de maximumboete bereikt heeft,
• of de openstaande schulden meer dan 84 kalenderdagen onbetaald blijven,
• of de lener niet reageert op de laatste betaalherinnering.
6. Uitzonderingen op lidgeld en boetegelden
Artikel 19
Instellingen en verenigingen binnen het werkingsgebied van Stuifzand die een werkingsovereenkomst afsluiten met de bib, betalen geen lidgeld. Scholen waarmee een overeenkomst werd afgesloten betalen geen lidgeld en geen boetes. Leerlingen die via een scholenwerking lid worden van de bib, betalen geen boetes. Houders van een UiTPAS met kortingtarief genieten de UiTPAS-korting op vertoon van een geldige pas in de bib.
7. Gebruik van het internet
Artikel 20
In de bib kan je gratis inloggen op het lokale wifi-netwerk. Ook het gebruik van de computers in de bib is gratis.
Artikel 21
Het gebruik van de computers en internet is niet toegelaten voor:
• Onwettige doeleinden
• Het bekijken van webpagina’s of informatie met discriminerende, opruiende, aanstootgevende of bedreigende inhoud.
• Inbreuken op het auteursrecht (door kopiëren of andere inbreuken)
• Het schenden van het computerbeveiligingssysteem
• Het vernietigen, wijzigen of aanpassen van informatie op de computer
• Het vernietigen of beschadigen van hardware, software of gegevens van de bib of van andere gebruikers.
8. Akkoord met het reglement
Artikel 22
Door zich in te schrijven, verklaart de bibgebruiker zich akkoord met het reglement. De bibgebruiker kan een exemplaar van het reglement verkrijgen op eenvoudig verzoek en nalezen op de website van de bib. Beslissingen in verband met invorderingen vallen onder de bevoegdheid van de financieel directeur van de gemeente. Alle andere onvoorziene gevallen worden geregeld door de verantwoordelijke van de bib waar het probleem zich voordoet, en indien nodig door het college van burgemeester en schepenen van de respectievelijke gemeente.
Het college van burgemeester en schepenen kan voor de gemeentelijke vestigingen, op voorstel van de verantwoordelijke van de bib, het lidmaatschap intrekken en/of de toegang tot de bib ontzeggen, wanneer men zich niet schikt naar de bepalingen i.v.m. het gebruik van de bib. De betrokkene wordt hiervan in kennis gesteld.
decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd
besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid, inzonderheid artikel 5, 7 en 14;
Vlaamse Codex Wonen van 2021
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen 2021
De gemeente kan een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bijhouden op grond van artikel 2.15. Vlaamse Codex Wonen.
De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen ook als taak te werken aan de kwaliteit van het woningpatrimonium, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (met name Kempens Woonplatform).
Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde gebouwen en woningen.
Het register van verwaarlozing is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de verwaarlozing van gebouwen en woningen in kaart te brengen.
Boek 2, deel 2, titel 4 Vlaamse Codex Wonen bepaalt het decretale kader voor het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Een gemeentelijke verordening kan daarnaast nadere materiële en procedurele regelen bepalen.
De gemeente kan de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde gebouwen en woningen toevertrouwen aan een intergemeentelijke administratieve eenheid. De gemeente heeft deze bevoegdheid overgedragen aan IOK bij besluit van 7 november 2017. De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De gemeentelijke administratie beoordeelt de verwaarloosde toestand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties in een technisch verslag. Dit kan leiden tot de opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Om weer geschrapt te kunnen worden uit het register moeten de gebreken worden aangepakt. Daarbij kan het wegwerken van louter één klein gebrek (categorie I; 3 punten) niet volstaan om geschrapt te worden uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Administratie: de personeelsleden van de intergemeentelijke administratieve eenheid die door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het register van verwaarloosde gebouwen en woningen en met de opsporing van verwaarloosde panden;
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
4° Gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventaris die t.e.m. 31 december 2016 vermeld was in art. 28, §1, eerste lid, 1° van het Heffingsdecreet ;
5° Onafgewerkt gebouw of woning: een gebouw of woning waarvan de werken werden aangevat, maar dat niet binnen 3 jaar na de aanvang van de werken winddicht is;
6° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
7° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
Artikel 2: Wijze van inventarisatie
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Een onafgewerkt gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd.
De administratie beoordeelt de verwaarlozing van een gebouw of een woning op basis van de indicaties in het technisch verslag, dat als bijlage bij dit reglement gevoegd is.
Bij de beoordeling geldt een indicatie van categorie I voor 3 punten, van categorie II voor negen punten en van categorie III voor achttien punten.
Het gegeven dat het gebouw of de woning onafgewerkt is, leidt tot een score van 18 punten (categorie III).
Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in het technisch verslag een eindscore opleveren van minimaal 18 punten.
§3. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, aan de hand van een administratieve akte waarbij een fotodossier en het technisch verslag, met vermelding van de elementen die de verwaarlozing staven, gevoegd worden.
De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.
De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van verwaarloosde gebouwen en woningen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het technisch verslag.
Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen
Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.
Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
Artikel 4: Beroep tegen het besluit tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:
1° de identiteit en het adres van de indiener;
2° de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht met dien verstande dat de vaststelling van de verwaarlozing betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.
§2. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid;
2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht;
3° het beroepschrift is niet ondertekend.
Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§3. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§4. Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing in de administratieve akte.
Artikel 5: Schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen
§1. Een gebouw of een woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in artikel 2, §2, werden hersteld of verwijderd. Hiertoe dient de houder van het zakelijk recht te bewijzen dat het gebouw of de woning geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die op basis van het technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren. Bijkomend dient er minstens één indicatie van categorie II of III op het technisch verslag, vermeld in artikel 2, weggewerkt te worden, of bij het ontbreken van indicaties van categorie II en III, drie gebreken van categorie I.
De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in het eerste lid, zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.
Een onafgewerkt gebouw of woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning winddicht is gemaakt.
Een gebouw dat of een woning die op 31 december 2016 opgenomen was in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw geen andere indicaties van verwaarlozing vertoont die op basis van het technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren .
De administratie vermeldt als datum van schrapping de datum van aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het gegronde verzoek tot schrapping. De administratie kan hier gemotiveerd van afwijken.
§2. Voor de schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§3.De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 voldaan is.
Artikel 6: Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
§2. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§3. Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen met als datum van schrapping de datum van aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het initiële verzoek tot schrapping. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid kan hier gemotiveerd van afwijken.
Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen opgenomen.
Artikel 7: Slotbepaling
§1. De gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2020 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2023 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, blijven opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2023 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Bijlage : Technisch verslag
| Graad van |
|
|||||||||||||||||
| I |
II |
III |
|
|||||||||||||||
| 1 |
DAK(EN) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 11 |
type dakvorm (overwegend) |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
plat |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
hellend |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
gemengd |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
niet zichtbaar |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 12 |
dakbedekking |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 121 |
aard van de (overwegende) bedekking |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
pannen |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
leien |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
platen (al of niet gegolfd) |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
banen (bitumineus, metaal,...) |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
niet zichtbaar |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|||||||||||||||
| 122 |
staat van de bedekking |
|
|
|
|
|||||||||||||
| losliggende/verschoven elementen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| sterk verweerde elementen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 13 |
dakgebinte |
|
|
|
|
|||||||||||||
| doorbuiging/verzakking |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 14 |
dakranden (andere dan goten) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| vereiste aansluitingen ontbreken |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| loszittende/sterk verweerde delen |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 15 |
goten (bakgoten/hanggoten) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| afwezig, niettegenstaande vereist |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| afhangende/gebroken elementen |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| meerdere lekkages met zichtbare schade |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| verstopte goten |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 16 |
regenafvoerbuizen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| afwezig, niettegenstaande vereist |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| ernstige beschadigingen/lekkages |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 17 |
schoorstenen (buitendaks) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| Gemetselde elementen |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| gevaarlijk overhellend/onstabiel |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| loszittende delen |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| zelfdragende pijpsystemen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| gevaarlijk overhellend/onstabiel |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| 18 |
plantengroei/mosgroei |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| 19 |
dak: geheel of gedeeltelijk afwezig |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|||||||||||||||
2 |
GEVEL(S) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 21 |
Voorgevel en zijgevel links / zijgevel rechts / achtergevel* |
|
|
|
|
|||||||||||||
| (* de gevels die niet beoordeeld kunnen worden zijn door te halen) |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 211 |
gevelvlak |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2111 |
grote heterogeniteit van materialen ingevolge onverantwoorde verbouwingen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2112 |
metselwerk |
|
|
|
|
|||||||||||||
| uitgevallen voegwerk (1 à 2 cm) |
|
|
|
|
||||||||||||||
| loskomende stukken steen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| structurele breuken, barsten/verzakkingen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| afbladderend schilderwerk |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 2113 |
gevelbepleisteringen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| afvallend pleisterwerk |
|
|
|
|
||||||||||||||
| structurele breuken, barsten / verzakkingen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| afbladderende verf |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 2114 |
gevelbekledingen (plaatmateriaal met luchtspouw: leien, schroten, platen ...) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| loszittend |
|
|
|
|
||||||||||||||
| sterk verweerd |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 2115 |
oneigenlijke gevelafwerkingen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| storende affichering en/of betimmeringen |
|
|
|
|
||||||||||||||
| dichtgemaakte gevelopeningen (niet in overeenstemming met de |
|
|
|
|
||||||||||||||
| oorspronkelijke bestemming), dichtgemetseld, dichtgetimmerd … |
|
|
|
|
||||||||||||||
| 212 |
gevelelementen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2121 |
balk(en) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| corrosie (staal) |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| schimmel- of insektenaantasting (hout) |
|
|
|
|
||||||||||||||
| betonrot (beton) |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| beschadiging |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2122 |
kolom(men) |
|
|
|
|
|||||||||||||
| corrosie (staal) |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| schimmel- of insektenaantasting (hout) |
|
|
|
|
||||||||||||||
| betonrot (beton) |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| beschadiging |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2123 |
uitkragende balkon(s): verwering van de meeste elementen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2124 |
inliggende loggia('s): verwering van de meeste elementen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 2125 |
erker(s): ernstige verwering van de meeste elementen |
|
|
|
|
|||||||||||||
| (dak/dakrand/raam/structuur) |
|
|
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| 22 |
plantengroei/mosgroei |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| 23 |
gevel(s): eén of meerdere gevels ontbreken |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||
| 3 |
BUITENSCHRIJNWERK |
|
|
|
|
|||||||||||||
| 31 |
Ramen en deuren |
|
|
|
|
|||||||||||||
| verweerde (rot/corrosie) kader/vleugel |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
| afbladderende verf |
|
|
|
|
||||||||||||||
| glasbreuk |
|
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| 32 |
plantengroei/mosgroei |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||
| 33 |
ramen en deuren: eén of meerdere ramen en/of deuren ontbreken |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|||||||||||||||
| 4 |
ONAFGEWERKT |
|
|
|
|
|
||||||||||||
|
|
41 |
Onafgewerkt gebouw of woning |
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
|
|
(een gebouw of woning waarvan de werken werden aangevat, maar dat niet binnen 3 jaar na de aanvang van de werken winddicht is) |
|
|
|
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
| 5 |
EINDBEOORDELING |
|
kolomtotaal |
|
|
|
= |
|
||||||||||
| Indien (A*3) + (B*9) + (C*18) >= 18 is er sprake van een verwaarloosd gebouw of woning |
A |
B |
C |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid, inzonderheid artikel 5, 7 en 14;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021
De gemeente kan een register van leegstaande gebouwen en woningen bijhouden op grond van artikel 2.9. Vlaamse Codex Wonen.
De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen ook de verplichting om een leegstandsregister bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform).
Het leegstandregister is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de langdurige leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen.
Boek 2, deel 2, titel 3 Vlaamse Codex Wonen bepaalt het decretale kader voor het leegstandregister. Een gemeentelijke verordening kan daarnaast nadere materiële en procedurele regelen bepalen.
Een gemeentelijke verordening kan de functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen. De gemeente heeft deze niet omschreven in onderhavig reglement. Dit heeft tot gevolg dat om de kwalificatie als ‘leegstaand’ te verhinderen, een woning in principe dient aangewend te worden in overeenstemming met de woonfunctie.
De gemeente kan de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwen aan een intergemeentelijke administratieve eenheid. De gemeente heeft deze bevoegdheid overgedragen aan IOK bij besluit van 8 november 2011. De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezittende onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De gemeentelijke administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties die in dit reglement zijn vastgelegd .
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Administratie: de personeelsleden van de intergemeentelijke administratieve eenheid die door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister en de opsporing van leegstaande panden.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
4° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of –melding, milieuvergunning of -melding , of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;
5° Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien die woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;
6° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art. 2.9. Vlaamse Codex Wonen;
7° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
8° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning
Artikel 2: Wijze van inventarisatie
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij van leegstaande woningen en gebouwen.
§2. De administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning op basis van volgende indicaties:
1° het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
2° het ontbreken van een aangifte als 2de verblijf;
3° het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
4° de aanwezigheid van een attest dat de waterleiding reeds meer dan 1 jaar afgesloten is;
5° de aanwezigheid van een attest dat de elektriciteit reeds meer dan 1 jaar afgesloten is;
6° de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
7° een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
8° de onmogelijkheid om de woning of het gebouw te betreden, bv. door een geblokkeerde toegang;
9° verzegelde toegang(en) tot de woning of het gebouw;
10° geblindeerde (bv. dichtgeplakt, dicht geschilderd), dichtgemaakte (bv. dichtgetimmerd, gemetseld) of gesupprimeerde raam- en of deuropeningen
11° de winddichtheid van de woning of het gebouw is niet gewaarborgd (bv. belangrijke glasbreuk, buitenschrijnwerk kan niet meer gesloten worden);
12° de waterdichtheid van de woning of het gebouw is niet gegarandeerd: zeer zware infiltraties via dak/gevel(s)
13° onafgewerkte ruwbouw;
14° ernstige inpandige vernielingen: de woning of het gebouw is deels vernield of gesloopt;
15° het langdurig aanbieden van de woning of het gebouw als ‘te huur’ of ‘te koop’;
16° rolluiken in slechte staat (ernstig vervuild, mosgroei…);
17° glas- en/of buitenschrijnwerk in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden…);
18° Dakgoot en/of waterafvoerpijp in slechte staat (ernstig vervuild, slecht onderhouden, afhangend…);
19° Afwezigheid van een brievenbus;
20° uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
21° storende omgevingsaanleg: slecht onderhouden omgeving/tuin;
22° de woning of het gebouw is gedeeltelijk niet bemeubeld;
23° getuigenissen (bv. van omwonende(n), postbode, wijkagent);
24° het ontbreken van een actief vestigings- /ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemingen op het adres van het gebouw;
25° het ontbreken van handelswaar in de etalage/handelsruimte van het gebouw;
§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister, aan de hand van een administratieve akte waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden.
De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand.
De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen en woningen in het leegstandsregister. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het beschrijvende verslag.
Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen
Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.
Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister, en omgekeerd.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 4: Beroep tegen het besluit tot opname in het leegstandsregister
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:
1° de identiteit en het adres van de indiener;
2° de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.§2. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid;
2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht;
3° het beroepschrift is niet ondertekend.
Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§3.Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§4. Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het leegstandsregister.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand in de administratieve akte.
Artikel 5 : Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 4°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie, vermeld in artikel 1, 5°. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de voormelde functie.
§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd of dat de hoofdfunctie van een gebouw of woning gewijzigd werd op grond van een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd uitgevoerd.
§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel. 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§4.De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het leegstandsregister schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 of §2, voldaan is.
Artikel 6 : Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
§2. Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel. 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§3. Als het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister met als datum van schrapping het initiële verzoek tot schrapping.
Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen.
Artikel 7 : Slotbepaling
De gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2020 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2023 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. De panden die op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen in het leegstandsregister.
Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2023 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.
De gemeenteraad dient de gebruikstarieven vast te stellen voor de gemeentelijke sporthal 'Boesdijkhof' en de turnzaal van de gemeentelijke basisschool Schoonbroek.
Deze tarieven worden geïndexeerd met 2% vanaf juli 2023.
De gemeenteraad vindt het billijk om een tariefonderscheid in te voeren voor gebruikers van de eigen gemeente en gebruikers van buiten de gemeente omwille van volgende redenen:
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging integraal door te rekenen aan de gebruikers aangezien ook de werkingssubsidies niet volledig geïndexeerd worden. Een verhoging van de retributie met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen.
Artikel 1
De uurtarieven voor het gebruik van de gemeentelijke sporthal worden voor de periode 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 als volgt vastgesteld:
| Gebruikt gedeelte |
Retiese gebruiker |
Niet-Retiese gebruiker |
| Grote zaal, per 1/3e deel |
6,17 euro |
9,23 euro |
| Polyvalente zaal |
6,17 euro |
9,23 euro |
| Kleedkamer (zonder gebruik van de sporthal) |
6,17 euro |
9,23 euro |
| Turnzaal school Schoonbroek |
6,17 euro |
9,23 euro |
Vanaf 1 juli 2023 en eindigend op 31 december 2023 worden de uurtarieven voor het gebruik van de gemeentelijke sporthal vastgesteld als volgt:
|
Gebruikt gedeelte
|
Retiese gebruiker |
Niet-Retiese gebruiker |
| Grote zaal, per 1/3e deel |
6,30 euro |
9,41 euro |
| Polyvalente zaal |
6,30 euro |
9,41 euro |
| Kleedkamer (zonder gebruik van de sporthal) |
6,30 euro |
9,41 euro |
| Turnzaal school Schoonbroek |
6,30 euro |
9,41 euro |
Artikel 2
De retributie voor het gebruik van de speeltuigen wordt als volgt vastgelegd:
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de retributie voor het gebruik van gemeenschapscentrum Den Dries.
Het is aangewezen dat gebruikers van GC Den Dries, met het oog op een goede financiële planning, zekerheid hebben over de tarieven voor de ganse duur van hun werkingsjaar.
De gemeenteraad vindt het aangewezen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen erkende verenigingen en andere verenigingen aangezien de eersten aan een aantal kwalitatieve voorwaarden dienen te beantwoorden. De gemeenteraad vindt het bovendien billijk dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen verenigingen van Retie en buitendorpse verenigingen aangezien de eersten reeds door de gemeentebelasting bijgedragen hebben tot de infrastructuur. Tot slot acht de gemeenteraad het aangewezen dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen de verenigingen en commerciële organisaties aangezien de eersten een maatschappelijke meerwaarde bijbrengen.
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging integraal door te rekenen aan de gebruikers aangezien ook de werkingssubsidies niet volledig geïndexeerd worden. Bovendien lopen op die manier ook de verschillen tussen de verschillende gebruikersgroepen hoog op. Een verhoging van de retributie met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen.
Artikel 1:
Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 worden volgende retributies vastgesteld voor het gebruik van de lokalen van Gemeenschapscentrum Den Dries. GC Den Dries omvat volgende gebouwen:
Den Dries, gelegen Kerkhofstraat 37, 2470 Retie
De Vest, gelegen Passtraat 14, 2470 Retie
Refter gemeentelijke basisschool Schoonbroek, Schoolstraat 4, 2470 Retie
Artikel 2:
§1. Er zijn 5 gebruikersgroepen die onder verschillende tarieven vallen. De gevraagde toegangsgelden en de aard van de activiteit spelen een rol in de berekening van de verschillende tarieven.
Categorie A: gemeentelijke diensten en gemeentelijke adviesraden (voor activiteiten die door de adviesraad zelf georganiseerd worden)
Categorie B: Verenigingen met zetel in Retie die erkend zijn door het college van burgemeester en schepenen.
Categorie C: Verenigingen met zetel in Retie die niet erkend zijn door het college van burgemeester en schepenen.
Categorie D: Particulieren die in Retie gedomicilieerd zijn.
Categorie E: Commerciële instellingen, niet-Retiese verenigingen en niet-Retiese particulieren.
§2. De terbeschikkingstelling van het lokaal geldt voor de volledige periode van de activiteit. De perioden die eventueel nodig zijn voor het opstellen en het opruimen dienen eveneens gereserveerd te worden en worden aan een aangepast tarief ter beschikking gesteld.
§3. De gebruiker kan gratis over de ruimte waar de tentoonstelling doorgaat beschikken voor vier dagdelen voor de opening van de tentoonstelling, behoudens oudere reserveringen.
§4. Verenigingen kunnen voor eigen optredens in GC Den Dries voor drie repetities (3 dagdelen) gratis beschikken over de ruimte waarin de voorstelling doorgaat, behoudens oudere reserveringen.
§5. De dagdelen waarop de activiteit plaatsvindt, worden ter beschikking gesteld aan het volledige tarief. Aansluitende dagdelen waarop de activiteit niet plaatsvindt, maar waarop het lokaal toch niet toegankelijk is voor andere gebruikers, kunnen ter beschikking gesteld worden aan het tarief voor opstellen en afbreken en stockeren van materiaal.
§6. Gebruikers uit de categorieën A en B kunnen een meervoudige reservering bekomen wanneer ze tussen 15 en 30 juni een aanvraag indienen om ten minste 20 dagdelen gebruik te maken van de lokalen van GC Den Dries voor eenzelfde type activiteit gedurende het volgende werkjaar. In dat geval zal een reductie verleend worden van 25%. Ook wanneer er tijdens het lopende werkjaar nog extra dagdelen gereserveerd worden, zal de gebruiker kunnen genieten van deze 25% reductie. Dagdelen die gebruikt worden voor het opstellen, afbreken of stockeren van materiaal, komen niet in aanmerking voor deze reductie.
Van vrijdagavond tot en met zondagavond kunnen er geen meervoudige reserveringen genomen worden in de lokalen van GC Den Dries. Voor De Vest kunnen er tijdens de weekends wel meervoudige reserveringen genomen worden.
Artikel 3:
Voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 zullen volgende tarieven per dagdeel gelden:
§1. Lokalen Den Dries
| Podiumzaal |
|
| vergadertarief |
131,95 |
| feesttarief |
263,89 |
| fuiftarief |
527,78 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,39 |
|
|
|
| Kleine zaal |
|
| vergadertarief |
52,78 |
| feesttarief |
131,95 |
| fuiftarief |
197,92 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,39 |
|
|
|
| Vergaderlokaal |
|
| vergadertarief |
26,39 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
13,19 |
|
|
|
|
|
|
| Keuken vergadertarief 39,58 feesttarief 65,97 fuiftarief 65,97 opstellen, afbreken en stockeren materiaal 26,39 |
|
§2. De Vest
|
|
|
| vergadertarief |
26,39 |
| feesttarief |
65,97 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
13,19 |
§3. Refter gemeentelijke basisschool Schoonbroek
|
|
|
| vergadertarief |
79,16 |
| feesttarief |
158,34 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,39 |
Voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 zullen volgende tarieven per dagdeel gelden:
§1. Lokalen Den Dries
| Podiumzaal |
|
| vergadertarief |
134,59 |
| feesttarief |
269,17 |
| fuiftarief |
538,34 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,92 |
|
|
|
| Kleine zaal |
|
| vergadertarief |
53,84 |
| feesttarief |
134,59 |
| fuiftarief |
201,88 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,92 |
|
|
|
| Vergaderlokaal |
|
| vergadertarief |
26,92 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
13,45 |
|
|
|
| Keuken |
|
| vergadertarief |
40,37 |
| feesttarief |
67,29 |
| fuiftarief |
67,29 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,92 |
§2. De Vest
|
|
|
| vergadertarief |
26,92 |
| feesttarief |
67,29 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
13,45 |
§3. Refter gemeentelijke basisschool Schoonbroek
|
|
|
| vergadertarief |
80,75 |
| feesttarief |
161,50 |
| opstellen, afbreken en stockeren materiaal |
26,92
|
Vergadertarief: vergadering, cursus en vorming, infoavond, tentoonstelling, repetitie, ledenwerking, ruilbeurs/tweedehandsbeurs...
Feesttarief: podiumgebruik, receptie, cafetariagebruik, quiz, kaartavond, filmvoorstelling, eetdag, ledenfeest, begrafenismaal, commerciële ruilbeurs, afhaaleetdagen, ...
Fuiftarief: fuif, elektronisch versterkt optreden/DJ, vat, private feesten, ...
Artikel 4:
Dagdelen en gebruikersgroepen
§1. Dagdelen
De dagdelen worden als volgt afgebakend:
§2. Gebruikersgroepen
Tarieven per gebruikersgroep zoals bepaald in het gebruiksreglement
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de retributie voor het vissen op de gemeentelijke visvijver.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2013
Voor de vlotte praktische werking van de betrokken gemeentediensten is het aangewezen dat de bedragen bepaald worden op ronde getallen.
Artikel 1
De in artikel 1 van hoofdstuk 10 (deel B) van het reglement op het vissen in de gemeentelijke visvijver vermelde vergunningen kunnen bekomen worden tegen betaling per kalenderjaar van:
Artikel 2
Kinderen onder de 16 jaar dienen slechts de helft van deze tarieven te betalen. Deze voorwaarde dient vervuld te zijn op de dag van de aflevering van het visverlof.
Artikel 3
Deze retributie wordt gestemd voor het aanslagjaar 2023.
Artikel 4
De jaarlijkse retributie is ondeelbaar verschuldigd welke ook het tijdstip is waarop de visvergunning wordt aangevraagd en bekomen.
Artikel 5
Bij niet minnelijke regeling zal de inning gebeuren overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de retributie voor de deelname aan de speelpleinwerking.
De gemeenteraad vindt het aangewezen en billijk om een tariefonderscheid te maken voor deelnemers van de eigen gemeente en deelnemers van buiten de gemeente omwille van volgende redenen:
Vanaf het 2e kind in het gezin dat aan de speelpleinwerking deelneemt, wordt een korting voorzien. Het registratiesysteem laat echter niet toe om kortingsbedragen in te stellen. Het systeem voorziet enkel in het instellen van kortingspercentages.
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging integraal door te rekenen aan de deelnemers. Een verhoging van de retributie met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen.
Artikel 1
De volgende tarieven gelden voor deelname aan de speelpleinwerking in 2023:
Retiese kinderen (indien gelijktijdig aanwezig):
| dagprijs 1e kind |
6,37 EUR |
|
| 2e kind |
4,14 EUR |
35% korting op het basisbedrag |
| 3e kind |
2,23 EUR | 65% korting op het basisbedrag |
| halve dag 1e kind |
3,18 EUR |
|
| 2e kind |
2,07 EUR |
35% korting op het basisbedrag |
| 3e kind |
1,11 EUR |
65% korting op het basisbedrag |
Vanaf het vierde kind: deelname gratis
Anderen: Het tarief van de Retiese kinderen x 2.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de retributie voor de ondersteuning van evenementen.
Er wordt regelmatig beroep gedaan op het gemeentebestuur voor het ter beschikking stellen van de gemeentelijke infrastructuur, zowel door de plaatselijke verenigingen als door verenigingen van buiten de gemeente en door particulieren;
Gezien het gepast voorkomt hiervoor een tariefreglement vast te stellen;
De gemeenteraad vindt het aangewezen en billijk om een tariefonderscheid in te voeren voor gebruikers van de eigen gemeente en gebruikers van buiten de gemeente omwille van volgende redenen:
- de buitengemeentelijke gebruikers hebben niet bijgedragen in de investeringskosten van de gemeentelijke infrastructuur;
- de buitengemeentelijke gebruikers leveren evenmin via andere heffingen een bijdrage tot uitbating van de infrastructuur;
Deze retributie wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar
Index september 2013
Artikel 1
Volgende gebruikersgroepen worden vastgesteld:
Categorie A: gemeentelijke diensten, gemeentelijke adviesraden en andere openbare besturen (voor eigen initiatieven)
Categorie B: Verenigingen met zetel in Retie die erkend zijn door het college van burgemeester en schepenen.
Categorie C: Verenigingen met zetel in Retie die niet erkend zijn door het college van burgemeester en schepenen.
Categorie D: Particulieren die in Retie gedomicilieerd zijn.
Categorie E: Commerciële instellingen, niet-Retiese verenigingen en niet-Retiese particulieren.
De tarieven worden als volgt vastgelegd:
Het elektriciteitsverbruik en de vergoeding voor ontbrekende materialen wordt aan de gebruikerscategorieën B, C, D en E aangerekend aan 100%.
Artikel 2
Ontlening gemeentelijke materialen en terreinen
| Omschrijving |
Vergoeding |
| Podiumwagen |
515,66 euro |
| Podiumelementen |
8,59 euro per element |
| Nadarhek |
0,71 euro per hek |
| Poten podiumelementen 40 cm, 60 cm of 80 cm |
gratis |
| Tentoonstellingsborden 200 x120 cm |
gratis |
| Tentoonstellingsborden 100 x120 cm |
gratis |
| Palen voor tentoonstellingsborden |
gratis |
| Ark |
gratis |
| Tijdelijke bewegwijzering |
gratis (€ 1,45 per ontbrekende) |
| Herbruikbare beker |
gratis (€ 2,10 per ontbrekende) |
| Wateraansluiting |
28,87 euro per aansluitpunt |
| Elektriciteitskast vast |
verbruik |
| Elektriciteitskast mobiel |
28,87 euro + verbruik |
| Vlaggen |
Gratis |
| Vlaggenmasten |
Gratis |
| Gemeentelijke terreinen |
Gratis |
| Gemeentelijke lokalen |
|
Artikel 3
Er wordt geen retributie aangerekend voor het kampvervoer.
Artikel 4
Er wordt geen retributie aangerekend voor het vervoer van materialen.
Artikel 5
De retributie wordt eisbaar op het ogenblik van de dienstverlening. Een bedrag gelijk aan de vermoedelijke vergelding zal voorafgaandelijk in bewaring worden gegeven bij de gemeenteontvanger. Een ontvangstbewijs zal worden afgeleverd.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning van de retributie gebeuren overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 6
Huidig retributiereglement wordt goedgekeurd voor het aanslagjaar 2023.
De gemeenteraad dienst jaarlijks de tarieven vast te stellen van de belasting op toeristische verblijfplaatsen.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2016 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2015
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging meteen integraal door te rekenen aan de uitbaters aangezien zij niet in de mogelijkheid zijn om hun prijzen voor het komende jaar nog aan te passen. Een verhoging van de belasting met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen. De uitbaters worden op de hoogte gebracht dat de volledige index in 2024 wel doorgerekend wordt zodat zij tijdig hun prijzen kunnen aanpassen.
Artikel 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2023 ten behoeve van de gemeente een taks gelegd per overnachtingsplaats in een toeristische logies, een gasthof, pension of andere plaats waar logement wordt gegeven.
Artikel 2
De taks is vastgesteld op 35,99 EUR per ingerichte overnachtingsplaats voor de eerste 20 overnachtingsplaatsen. Een ingerichte overnachtingsplaats bestaat uit een bed waarin 1 persoon kan overnachten. Een bed waarin meerdere personen kunnen overnachten bestaat in deze uit meerdere overnachtingsplaatsen.
Voor overnachtingsplaats 21 tot en met 80 wordt 1/2e van de vastgestelde taks per overnachtingsplaats aangerekend. Vanaf overnachtingsplaats 81 wordt 1/3e van de vastgestelde taks per overnachtingsplaats aangerekend.
Artikel 3
Zij is verschuldigd door de houders der gasthoven, pensions of plaatsen waar logement wordt gegeven.
Artikel 4
Deze taks gaat in vanaf 1 januari 2023.
Artikel 5
Zijn vrijgesteld van de belasting of zijn geen toeristische logies:
zo geregistreerd bij de gemeente.
Bij occasioneel gebruik van jeugdwerkverblijfplaatsen voor andere dan jeugd(werk)groepen is 1/3e van de vastgestelde taks verschuldigd.
Artikel 6
Toeristische logies, een gasthof, pension of andere plaats waar de voorbije 5 jaren geen logement werd aangeboden, zijn tijdens het startjaar vrijgesteld van de taks. Aanbieders die in Retie reeds een toeristische verblijfplaats uitbaten en wegens verhuis of uitbreiding binnen het grondgebied een andere verblijfplaats gaan uitbaten, worden niet vrijgesteld. Tijdens jaargang 2 wordt 1/3e van het tarief aangerekend; tijdens jaargang 3 wordt 1/2e van het tarief aangerekend; tijdens jaargang 4 wordt het volledige tarief aangerekend.
Bij renovatie of bij een tijdelijke sluiting van de logiesverstrekkende inrichting wordt de forfaitaire taks verminderd. De periode waarin geen gebruik van de kamer(s) kan worden gemaakt, wordt niet belast. De periode moet minimaal 30 dagen bedragen.
De taksvermindering wordt enkel toegestaan op voorwaarde dat de logiesverstrekker dit voorafgaand aan de renovatiewerken of de tijdelijk sluiting, schriftelijk (per brief of per mail) meedeelt aan de dienst Financiën van het gemeentebestuur. Bij de aanvraag moet de aanvangsdatum van de renovatiewerken, het onbruik van de kamers of de tijdelijke sluiting en de periode van de werken, onbruik of sluiting worden opgegeven. Behoudens in geval van onvrijwillige sluiting telt de datum van ontvangst van de aanvraag van de belastingvermindering als aanvangsdatum van de werken, onbruik of tijdelijke sluiting indien de aanvraag wordt ingediend tijdens de werken, het onbruik of de sluiting.
Artikel 7
De belastingplichtige is verplicht bij het gemeentebestuur aangifte te doen door middel van een door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld formulier.
Deze aangifte wordt ingediend binnen de maand na afkondiging van deze verordening.
Artikel 8
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de belasting op kamperen.
De ontwikkeling van het toerisme voert groepen kampeerders aan, die hun tenten opslaan, hun caravans, woonaanhangwagens of andere soortgelijke verblijven installeren op het grondgebied van de gemeente.
Het aanrekenen van 4,5 maanden aan overnachtingen is billijk.
Overwegende dat deze belasting jaarlijks wordt geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2016 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2015
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging meteen integraal door te rekenen aan de uitbaters aangezien zij niet in de mogelijkheid zijn om hun prijzen voor het komende jaar nog aan te passen. Een verhoging van de belasting met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen. De uitbaters worden op de hoogte gebracht dat de volledige index in 2024 wel doorgerekend wordt zodat zij tijdig hun prijzen kunnen aanpassen.
De ontvangsten uit deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1
Er wordt voor het aanslagjaar 2023 een onrechtstreekse belasting geheven op het kamperen onder tenten, caravans, mobilhome, kampeerauto, woonauto, chalet, bungalow, huisje, paviljoen of iedere andere verblijfsvorm die niet ontworpen is om als vaste woonplaats te dienen op kampeerterreinen of kampeerverblijfsparken, gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2
§1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder kamperen verstaan, het gebruiken door andere personen dan kermisexploitanten, nomaden of deelnemers aan kampen, georganiseerd door jeugdverenigingen die als zodanig handelen, van één van de openluchtrecreatieve verblijven vermeld onder artikel 1;
§2. Voor de toepassing van deze verordening worden onder kampeerterrein en kampeerverblijfpark die terreinen bedoeld als omschreven in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristisch logies, zoals gewijzigd en het bijhorend uitvoeringsbesluit van 15 mei 2009, zoals gewijzigd.
§3. De belasting is eveneens verschuldigd voor het kamperen in een tent, in een verplaatsbare caravan, in een woonaanhangwagen of ander soortgelijk verblijf op een terrein dat zelfs privaat eigendom is van de betrokken kampeerders en voor zover dit terrein gelegen is binnen de grenzen van een perceel dat beantwoordt aan de definitie van een kampeerterrein of kampeerverblijfpark zoals bepaald in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristisch logies, zoals gewijzigd en het bijhorend uitvoeringsbesluit van 15 mei 2009, zoals gewijzigd.
Artikel 3
De belasting is verschuldigd door de uitbater van het terrein, naar rato van 0,39 euro per dagbezetting door een tent, verplaatsbare caravan, woonaanhangwagen of ander soortgelijk verblijf, zelfs onbewoond, en per kampeerder of recreant. Onder dagbezetting dient verstaan een termijn van 24 uur. Begonnen dagen worden als volle dagen beschouwd.
Artikel 4
De wijze van belasting zoals vervat in bovenvermelde bepalingen, kan op verzoek van de natuurlijke of rechtspersoon die het kamp beheert, vervangen worden door een jaarlijkse forfaitaire belasting, berekend volgens hetzelfde bedrag en op dezelfde grondslag:
Artikel 5
De uitbater van het terrein houdt elk jaar en op ieder ogenblik, met het oog op de controle, een fiche met de identiteit van de kampeerders en recreanten ter beschikking van de beambten van het gemeentebestuur.
Artikel 6
De belastingplichtige is verplicht bij het gemeentebestuur aangifte te doen door middel van een door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld formulier.
Deze aangifte wordt ingediend binnen de maand na de afkondiging van deze verordening.
Artikel 7
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12
Indien eenzelfde toestand voor eenzelfde periode van het jaar binnen het toepassingsgebied valt van een reglement van de belasting op de tweede verblijven, is enkel dit laatste reglement van toepassing.
De gemeenteraad dient jaarlijks het tarief van de belasting op de tweede verblijven vast te stellen.
Op het grondgebied van de gemeente bevinden zich een groot aantal tweede verblijven. Dit brengt lasten voor de gemeente met zich mee.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar
Index september 2013
Deze belasting vormt een bron van inkomsten voor de gemeente.
De ontvangsten van deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1:
Er wordt voor het aanslagjaar 2023 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Artikel 2:
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in het bevolkingsregister, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
Artikel 3:
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf.
Artikel 4:
De belasting wordt vastgesteld op 499,53 euro per jaar en per tweede verblijf.
Artikel 5:
De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 6:
De belastingplichtige is verplicht bij het gemeentebestuur aangifte te doen van zijn eigendom door middel van een door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld formulier.
Deze aangifte wordt ingediend binnen de maand na de afkondiging van deze verordening.
Artikel 7:
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8:
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 9:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10:
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven voor de retributie voor het uitvoeren van werken vast te stellen.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
basisbedrag 2021 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar
index september 2020
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2023, volgende retributie vast te stellen voor werken, uitgevoerd door de gemeentelijke diensten:
Deze tarieven zijn inclusief BTW.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die om de uitvoering van deze werken verzoeken.
Artikel 3
De retributie wordt eisbaar op het ogenblik dat de werken zijn uitgevoerd. Bij niet-minnelijke regeling zal de inning gebeuren overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging meteen integraal door te rekenen aan de uitbaters aangezien de markt momenteel slechts een beperkt aantal kramen telt. Een verhoging van de belasting met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondheidsindex, is aangewezen.
Artikel 1
Ten laste van eenieder die zich voor de uitoefening van zijn handel of beroep en afgezien van de aard der koopwaren of der inrichting, tijdens de markt- of foordagen op de openbare plaatsen en wegen der gemeente stelt, wordt een eenvormig plaatsrecht geheven van 2,00 euro per m² en per dag.
De plaatsrechten zijn niet verschuldigd ingeval de organisatie van een openbare markt wordt toevertrouwd aan een organisator.
Artikel 2
Dit plaatsrecht wordt gestemd voor het aanslagjaar 2023.
Artikel 3
De opmeting der ingenomen oppervlakte geschiedt door de zorgen van het gemeentebestuur. Het plaatsrecht is eisbaar zodra de plaats op het openbaar domein wordt ingenomen.
Artikel 4
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning ervan gebeuren overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2023 wordt ten behoeve van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op de bebouwde en onbebouwde eigendommen gelegen langs openbare wegen om de door de gemeente gedane uitgaven te dekken voor het verwerven van de zate van openbare wegen.
Het college van burgemeester en schepenen zal de afrekening van de verhaalbare uitgaven opmaken.
Onderhavige belasting zal voor om het even welk aanpalend eigendom vastgesteld worden in functie van het aandeel betreffende dit eigendom in het bedrag van de verhaalbare uitgaven, bedoeld in de vorige paragraaf.
Dit aandeel zal berekend worden volgens de formule:
A = U x M, waarin
L + L’
A = het bedrag van het aandeel,
U = het totaal bedrag van de verhaalbare uitgaven,
L = de totale lengte in meter van de perceelsbreedten van de eigendommen aan de rooilijn,
L’ = de totale lengte in meter van alle dwarsstraten van de straat waarop de belasting slaat,
M = het aantal aanrekenbare meter perceelsbreedte van het eigendom.
Artikel 2:
§1. Worden onderworpen aan deze belasting, waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd, de al dan niet aangelande eigendommen die gelegen zijn langs openbare wegen of gedeelten van openbare wegen die moeten worden aangelegd, verbreed, rechtgetrokken of verlengd.
§2.
§3. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 100 % van de som van de verhaalbare uitgaven, benevens de interesten.
De duur van de terugbetaling wordt vastgesteld op 20 jaar.
Artikel 3:
De terugvorderbare uitgaven zijn:
Van het bedrag der terugvorderbare uitgaven wordt afgetrokken, de waarde volgens schatting, van de gebeurlijke overschotten van de vroegere weg.
Het bedrag der verhaalbare uitgaven wordt berekend op een maximum wegbreedte van 24 meter.
Artikel 4:
De terugvorderbare uitgave die ieder eigendom treft, is gelijk aan de eenheidsprijs per strekkende meter vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 5.
De eenheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven, benevens de schattingswaarde van de terreinen welke kosteloos worden afgestaan, te delen door de totale lengte der eigendommen aan de straatzijde.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek, gevormd door twee openbare wegen, wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Artikel 5:
Wanneer er twee of meer eigendommen gelegen zijn binnen een der zones welke zich langs weerszijden van de weg uitstrekken, over een diepte van 8 meter, dan wordt de belasting welke berekend wordt overeenkomstig artikel 4, verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de hun toebehorende oppervlakte binnen de betrokken strook. Wanneer er een strook non aedificandi bestaat, wordt er geen rekening gehouden met de diepte dezer stroken voor de berekening van de diepte van 8 meter zoals bepaald in alinea 1.
Artikel 6:
In de mate dat de stroken, bepaald in het voorgaande artikel, elkaar dekken, kan een eigendom of een gedeelte van een eigendom niet tweemaal worden belast wegens grondverwerving, achtereenvolgens uitgevoerd aan twee verschillende wegen.
Wanneer werken gelijktijdig aan twee verschillende wegen worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling voor de belasting welke verschuldigd is voor de werken aan de weg waar de belasting het laagst is.
Dit artikel is niet van toepassing op de hoekterreinen.
Artikel 7:
Het eigendom of gedeelte van een eigendom op de hoek van twee openbare wegen of van twee gedeelten van de openbare weg en dat langs elk van deze wegen of gedeelten van de weg aan de straatzijde gelegen is, wordt vrijgesteld:
Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de assen van de wegen of gedeelten van openbare wegen tegenover het betrokken eigendom een hoek vormen van ten hoogste 120°.
Bovendien worden de door onderhavig artikel toegestane vrijstellingen slechts berekend op een maximale gevellengte van het eigendom van 30 meter langs elke weg of gedeelte van een weg.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde of gedeelte van een straatzijde.
De verkaveling of de wijziging van de oppervlakte van een eigendom brengt geen verandering in de bij onderhavig artikel bepaalde vrijstelling.
Artikel 8:
De jaarlijks te betalen belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling van de terugvorderbare uitgave, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het niet-teruggestorte gedeelte moet worden betaald. De jaarlijkse belastingen kunnen worden berekend onder de vorm van vaste jaarlijkse bedragen.
De toe te passen rentevoet is die welke op het ogenblik dat de verrichtingen ten einde zijn, toepasselijk is op de voor 20 jaar toegestane leningen voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting.
Artikel 9:
De belastingplichtige kan, te allen tijde, het eigendom ontlasten van het bedrag der terugvorderbare uitgave, die erop betrekking heeft door aan de gemeente het bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal te storten. De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 10:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11:
De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar. Ingeval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de betaling van de belasting verschuldigd is.
Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in verhouding van hun respectief aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe eigenaar belastingplichtig vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.
Artikel 12:
Worden op het kohier gebracht, de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 12, ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing van de grondverwervingen en op 1 januari van ieder volgend aanslagjaar.
Artikel 13:
De eerste jaarlijkse schijf is verschuldigd op de 1e januari, volgend op de voltooiing van de grondverwervingen, vastgesteld door een besluit van het college van burgemeester en schepenen.
Elke jaarlijkse schijf is eisbaar vanaf ontvangst door de ontvanger van de uitvoerbare rol en betaalbaar binnen de 2 maanden vanaf het waarschuwingsuittreksel uit het kohier.
Artikel 14:
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen:
Artikel 15:
Het huidig reglement is toepasselijk op de bewerkingen waarvan de voltooiing gelegen is tijdens het jaar 2020. Het wordt van kracht na bekendmaking overeenkomstig de wet.
Artikel 16:
Ingeval van opheffing of niet-hernieuwing van onderhavige verordening of indien de belastingvoeten zouden verlaagd worden, verbindt de gemeente zich ertoe aan de belastingplichtigen, die de belasting in kapitaal gekweten hebben, de bedragen terug te betalen die ten gevolge de afschaffing van de belasting of de vermindering van de belastingvoeten als ten onrechte betaald moeten beschouwd worden.
In dit laatste geval zal de terugbetaling in verhouding zijn tot de vermindering van de belastingvoeten, waarvan de belastingplichtigen die jaarlijks ingekohierd worden zullen genieten.
Artikel 17:
De bepalingen van de vroeger van kracht zijnde reglementen op de verhaalbelastingen blijven van kracht op de toestanden die tijdens hun heffingstermijn ontstonden.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de belasting op het uitstallen van terrassen, terrasschutsels en van waren en voorwerpen op het openbaar domein.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2013
De ontvangsten uit deze belasting zullen opgenomen worden in het meerjarenplan.
Artikel 1
1) Voor het aanslagjaar 2023, wordt een belasting geheven ten laste van alle personen die terrassen en/of terrasschutsels van gelijk welke aard plaatsen op openbaar domein.
2) Tijdens dezelfde periode wordt eveneens een belasting geheven ten laste van alle personen die een lokale handelsactiviteit op de plaats van de vestiging van de handelszaak verderzetten op het openbare domein gedurende een termijn van minimum 1 maand.
Artikel 2
Het volle bedrag van de belasting, bedoeld in artikel 1.1 zal verschuldigd zijn, zelfs wanneer de belastingplichtige enkel gedurende een gedeelte van het jaar de grond zou gebruiken.
Artikel 3
De belasting voor het plaatsen van terrassen en/of terrasschutsels van gelijk welke aard op het openbaar domein, bedoeld onder artikel 1.1 wordt vastgesteld op 6,24 euro per m² ingenomen oppervlakte en per jaar.
De belasting voor het verderzetten van een lokale handelsactiviteit op het openbaar domein op de plaats van de vestiging van de handelszaak, bedoeld in artikel 1.2 wordt vastgesteld op 9,37 euro per m² ingenomen oppervlakte per maand.
In de berekening van de te betalen belasting worden de gedeelten van een vierkante meter als een eenheid beschouwd indien zij tenminste een halve vierkante meter bedragen, in het andere geval worden zij verwaarloosd.
Artikel 4
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 5
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 6
De overeenkomstig artikel 5 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 9
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
De gemeenteraad dienst jaarlijks de tarieven van de belasting op reclameborden vast te stellen.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2013
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2023 wordt ten behoeve van de gemeente een directe belasting geheven op de aanplakborden voor publiciteitsdoeleinden.
Artikel 2:
Onder de aanplakborden wordt verstaan, elke constructie in onverschillig welk materiaal langs de openbare weg of op een plaats in openlucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door beplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.
Artikel 3:
Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.
Voor muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt. Hierbij dient de bedekte totale oppervlakte beschouwd te worden als een bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Artikel 4:
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 25,58 euro per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter oppervlakte van het bord.
Artikel 5:
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het aanplakbord en in bijkomende orde, als de gebruiker niet gekend is, door de eigenaar van de grond, de muur of de omheining waarop zich het bord bevindt of de reclame is aangebracht.
Artikel 6:
De belastingplichtigen zijn gehouden aangifte van de belastbare elementen te doen uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar, volgens de toestand op 1 maart van het jaar. De borden geplaatst in de loop van het jaar en niet begrepen in de aanvankelijke aangifte, dienen opgegeven te worden binnen de veertien dagen na de plaatsing.
Artikel 7:
De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het belastingjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst, in gebruik wordt genomen of weggenomen.
Artikel 8:
De belasting is niet verschuldigd voor:
a) De borden, geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd.
b) De borden die alleen gebruikt worden voor notariële aankondigingen.
c) De borden die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen.
d) De borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig gebied, op voorwaarde dat die borden niet langer dan een maand voor de aankondiging van hun activiteit aangewend worden.
e) Alle publiciteit zoals uithangborden en lichtreclames van handelshuizen en hun bijhuizen en dienstverlenende beroepen, op de plaats van de uitbating
f) De reclameborden, alhoewel zichtbaar van de openbare weg, geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van de sportbeoefening.
Artikel 9:
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 10:
De overeenkomstig artikel 9 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 11:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12:
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven van de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen vast te stellen.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2013
De inkomsten uit deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2023 wordt er een belasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken, evenals bij het wijzigen van de bestemming van de parkeerplaats(en).
Artikel 2:
§1. De belasting wordt gevestigd in hoofde van de houder van de stedenbouwkundige vergunning:
a) die op grond van deze vergunning niet onderworpen is aan de verplichting één of meer van de nodige parkeerplaatsen aan te leggen.
of
b) die één of meer van de in deze stedenbouwkundige vergunning begrepen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd. De belasting is verhaalbaar op de rechtsopvolgers te algemene en te bijzondere titel van de houder van een bouwvergunning.
§2. De belasting is eveneens verschuldigd door de eigenaar indien de bestemming van de parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 3:
§1. De belasting is verschuldigd zes maanden nadat het hoofdgebouw onder dak staat, de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is, of het gebouw eventueel gedeeltelijk bewoond of gebruikt wordt.
De vaststelling dat het gebouw onder dak staat, dat de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is of dat het gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt, geschiedt door de daartoe aangestelde ambtenaar van het gemeentebestuur door middel van een proces-verbaal waarin tevens het werkelijk aantal ontbrekende parkeerplaatsen op het ogenblik van de vaststelling wordt vermeld. Dit proces-verbaal wordt aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven toegestuurd die, vanaf de datum van het proces-verbaal over zes maanden beschikt om eventueel het aantal parkeerplaatsen aan te vullen. Na het verstrijken van die termijn van zes maanden wordt een tweede vaststelling door de aangestelde ambtenaar gedaan en worden in een proces-verbaal het definitief aantal ontbrekende parkeerplaatsen en de verschuldigde belasting alsmede desgevallend de verschuldigde boetes vastgesteld. Zowel bij de eerste als bij de tweede vaststelling wordt de belastingplichtige tenminste acht kalenderdagen vooraf per aangetekend schrijven uitgenodigd om bij de vaststelling aanwezig te zijn.
§2. In het geval van artikel 2, §2, dient de eigenaar binnen de maand aangifte te doen van de bestemmingswijziging. Vanaf de datum van aangifte of desgevallend vanaf de ambtshalve vaststelling van de bestemmingswijziging, beschikt de belastingplichtige over zes maanden om opnieuw in het vereiste aantal parkeerplaatsen te voorzien. Bij ontstentenis hiervan – hetgeen blijkt uit een proces-verbaal van vaststelling – is de belasting eisbaar.
Artikel 4:
De belasting wordt vastgesteld op 6244,13 euro per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats.
Artikel 5:
A.
a. Onder parkeerplaats wordt verstaan:
b. Een parkeerplaats moet voldoen aan de volgende minimale afmetingen:
B.
a. Elke parkeerplaats moet afzonderlijk bereikbaar zijn langs een toegangsweg.
b. Voor een parkeerplaats in afgesloten ruimte moet deze toegangsweg de volgende minimale breedte hebben:
c. Voor een parkeerplaats in open lucht moet deze toegangsweg de volgende minimale breedte hebben:
C.
Voor de eigendommen gelegen in verkeersvrije straten dienen de parkeerplaatsen eveneens aangelegd te worden binnen een straal van 400 m. De parkeerplaatsen mogen eveneens aangelegd worden op het bouwperceel zelf, doch niet in de gevel uitgevende op die verkeersvrije straat.
b. Bij afzonderlijk ingeplante hoogbouw of bij andere omvangrijke gebouwen kan worden toegelaten de parkeerplaats ondergronds te voorzien in groenstroken andere dan voortuinen, voor zover:
D.
Voor de toepassing van onderhavig voorschrift dient er mee rekening te worden gehouden dat een parkeerplaats slechts in aanmerking kan worden genomen voor zover zij nog niet werd geteld als parkeerplaats voor een ander gebouw.
Daarenboven moet het eventuele gebouw, waarin de parkeerruimte wordt voorzien, opgericht zijn overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning die na 11 november 1964 is afgegeven.
Gebouwen die werden opgericht overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning die afgegeven werd voor de voormelde datum, kunnen evenwel in aanmerking worden genomen, indien hun oorspronkelijke bestemming na die datum in garagebestemming werd gewijzigd. De nodige bewijsstukken hieromtrent moeten door de aanvrager worden bijgevoegd.
Artikel 6:
Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt als volgt bepaald:
A. WOONGEBOUWEN
Nieuwbouw:
Voor elke woning, voorzien in het op te richten gebouw, moet een parkeerplaats worden aangelegd.
Voor complexen van sociale woningen gebouwd door intercommunale verenigingen, door maatschappijen erkend door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en voor woningen gebouwd overeenkomstig de door de centrale overheid opgelegde voorwaarden met het oog op het toekennen van premies voor de bouw van sociale woningen door het privaat initiatief, volstaat dat 60 % van het aantal parkeerplaatsen effectief worden aangelegd, terwijl evenwel de oppervlakte voor de overige 40 % moet worden gereserveerd, en dit niet ten koste van de groenstroken.
Bij gebouwcomplexen voor bejaarden gebouwd door intercommunale verenigingen, commissies van openbare onderstand, maatschappijen erkend door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, volstaat één parkeerplaats per drie woningen.
Verbouwing:
Indien door verbouwingswerken bijkomende woningen ontstaan, gelden dezelfde regels als voor nieuwbouw.
Indien geen bijkomende woningen ontstaan, moet één parkeerplaats voorzien worden voor elke woning waarvan de oppervlakte met ten minste 50 % wordt vergroot.
Deze laatste regel vervalt indien de woning reeds een parkeerplaats had voor de verbouwing.
B. HANDELSGEBOUWEN
Het betreft de winkels en warenhuizen, voor groot- en kleinhandel, alsook de restaurants, cafés en dergelijke.
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van 50 m² vloeroppervlakte.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer telkens de vloeroppervlakte vergroot met 50 m².
Opmerking: De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag gemeten, met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de verticale verbindingswegen en met die van de garages.
De vloeren van de lokalen, die zich beneden het terreinniveau bevinden, worden niet meegerekend met uitzondering van de vloeren van de lokalen, die zich onder het terreinniveau bevinden en die dezelfde bestemming hebben als de bovengrondse lokalen.
C. BEDRIJFSGEBOUWEN
Hieronder worden verstaan: industriële en ambachtelijke gebouwen, magazijnen, opslagplaatsen voor handelsgebouwen, remises voor voertuigen van het openbaar vervoer zoals trams, autobussen, taxi's, …
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van 100 m² bedrijfsoppervlakte.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer per schijf van 100 m² bijkomende bedrijfsoppervlakte.
Opmerkingen: Onder bedrijfsoppervlakte wordt verstaan: de som van de grondoppervlakte ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in open lucht, en de vloeroppervlakte, gebruikt voor bedrijfsdoeleinden in gesloten gebouwen. Deze laatste vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de verticale verbindingswegen.
Bergplaatsen en opslagplaatsen maken deel uit van de bedrijfsoppervlakte.
De parkeerplaatsen, voorzien om te voldoen aan de onderhavige verordening, niet.
D. KANTOORGEBOUWEN
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van 50 m² vloeroppervlakte.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer per schijf van 50 m² bijkomende vloeroppervlakte.
Opmerking: De vloeroppervlakte wordt gemeten zoals voor handelsgebouwen.
E. HOTELS
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van drie hotelkamers.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer per schijf van drie bijkomende hotelkamers.
F. SCHOUWBURGEN, BIOSCOPEN, CONCERTGEBOUWEN
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van tien zitplaatsen.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer per schijf van tien bijkomende zitplaatsen.
G. ZIEKENHUIZEN EN KLINIEKEN
Nieuwbouw:
Eén parkeerplaats per schijf van 4 bedden.
Verbouwing:
Eén parkeerplaats meer per schijf van vier bijkomende bedden.
H. ONDERWIJSINRICHTINGEN
Nieuwbouw:
Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend door het aantal gewone klaslokalen te vermenigvuldigen met een der coëfficiënten welke voorkomen op onderstaande tabel.
Type onderwijsinstelling Coëfficiënt
Kleuter- en lager onderwijs 1
Secundaire scholen 2
Hoger niet-universitair onderwijs 4
Verbouwing:
Dezelfde normen als voor nieuwbouw gelden voor de bijkomende klassen.
Opmerkingen: onder gewone klaslokalen verstaat men een klaslokaal waarin het algemeen onderricht wordt gegeven. Tot de gewone klassen behoren dus niet de lokalen waar uitsluitend een bijzondere vorm van onderricht wordt gegeven, zoals de laboratoria, de natuurkundeklassen, de gymnastiekzalen, de huishoudklassen en zo meer.
I Het aantal schijven zoals bedoeld in artikel 6 wordt bekomen door de totale hoeveelheid te delen door de hoeveelheid per schijf.
Indien de rest van die deling gelijk is aan een of meer bedraagt dan de helft van een schijf, wordt zij als een volle schijf aangerekend, zoniet wordt zij verwaarloosd.
Artikel 7:
De belastingplichtige is verplicht het vermoedelijk bedrag van de belasting, op grond van de door hem ingediende aangifte ter consignatie te geven bij de gemeenteontvanger of zijn afgevaardigde bij het afleveren van de bouwvergunning.
Deze consignatie kan door een andere zekerheidsinstelling of door een gestructureerde betalingsmodaliteit vervangen worden.
Het vermoedelijk bedrag van de belasting wordt vastgesteld op basis van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen berekend aan de hand van de bouwvergunning.
In geval het geconsigneerd bedrag dit van de belasting zou overtreffen, wordt het teveel gestorte aan de belastingplichtige teruggegeven.
Het geconsigneerde bedrag brengt ten voordele van de belastingplichtige intrest op waarvan de rentevoet gelijk is aan deze zoals, op het ogenblik van de uitbetaling, vastgesteld bij ministerieel besluit voor de uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten.
De intrest is betaalbaar op het ogenblik dat het geconsigneerd bedrag wordt omgezet in belasting.
Artikel 8:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
Het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen veroorzaakt kosten voor de gemeente.
Deze beslissing wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
basisbedrag 2021 x index september voorafgaand aan het belastingsjaar
index september 2020
De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.
De kosten voor recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. Het principe “de vervuiler betaalt” vormt de basis van het gemeentelijk afvalbeleid. Overeenkomstig dit principe dienen de verwerkingskosten van de huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen verhaald te worden op de aanbieders ervan.
Op basis van gewicht en volume kunnen de volgens het reglement ‘gebruik afficheborden’ niet reglementair geplakte affiches beschouwd worden als ‘zeer klein afval’. Vanwege bijkomende kosten die verbonden zijn aan he verwijderen van niet reglementair geplakte affiches is voor deze categorie van afval evenwel een apart tarief van toepassing.
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2023 wordt er een belasting geheven op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen. Niet reglementaire aangeplakte affiches worden in de geest van dit reglement als een vorm van sluikstorten beschouwd.
Artikel 2
De belasting is hoofdelijk verschuldigd door en de persoon die de afvalstoffen heeft gestort en/of achtergelaten op niet-reglementaire wijzen en/of plaatsen en/of tijdstippen en de persoon die opdracht of toelating gaf tot voormeld storten en achterlaten.
Artikel 3
De belasting wordt in de navolgende categorieën ingedeeld en als volgt vastgesteld:
Behoort het te verwijderen en/of weg te halen afval tot verschillende van de hierboven vermelde categorieën, dan is de duurste categorie van toepassing.
Artikel 4
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;
Bij de uitvoering van bouw- of andere werken worden meermaals delen van het openbaar domein ingenomen voor het stapelen van materialen, plaatsen van bouw- en goederenliften, voertuigen, werfketens e.d.
Dergelijke innemingen vormen een hinder voor het verkeer en vergen extra voorzieningen met het oog op de veiligheid van de weggebruikers.
Het is daarom billijk voor dergelijke innemingen een belasting te heffen;
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2014 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingsjaar
Index september 2013
Deze belasting vormt een bron van inkomsten waarmee de extra voorzieningen die getroffen worden voor de innemingen, kunnen gefinancierd worden.
De ontvangsten uit deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1:
Er wordt voor het aanslagjaar 2023 een belasting geheven op de ingenomen oppervlakte van het openbaar domein ten laste van diegenen die:
Artikel 2:
De belastingvoet wordt vastgesteld op 0,39 euro per m² ingenomen oppervlakte en per dag.
Artikel 3:
De belasting wordt vastgesteld volgens de ingenomen oppervlakte van het openbaar domein. Voor het berekenen van deze oppervlakte wordt elk deel van een vierkante meter voor één eenheid gerekend.
Artikel 4:
Op het eerste verzoek van het gemeentebestuur moet, binnen de 24 uren, de ingenomen oppervlakte worden vrijgemaakt, zo niet zal de inname verwijderd worden door of in opdracht van de gemeente en worden de kosten verhaald op diegene die de inname verricht heeft, en indien deze niet bekend is, op de bouwheer.
Artikel 5:
Van de belasting zijn vrijgesteld, de inneming van het openbaar domein ten gevolge van:
a) het oprichten of verbouwen van woongelegenheden door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of door haar gewestelijke en/of plaatselijke bouwmaatschappijen;
b) werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van openbare besturen, en daarmee gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut;
c) de restauratie van als monument geklasseerde gebouwen, van gebouwen gelegen in een als stadsgezicht beschermde zone en van niet-geklasseerde historische panden, als dusdanig door het college van burgemeester en schepenen erkend.
Artikel 6:
De belasting wordt ingekohierd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de belasting op de afgifte van administratie stukken.
De belasting zal jaarlijks geïndexeerd worden.
Voor de vlotte praktische werking van de betrokken gemeentediensten zullen de geïndexeerde bedragen door de gemeenteraad bepaald worden op ronde getallen;
Deze belasting vormt een bron van inkomsten voor onze gemeente.
De ontvangsten uit deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2023, wordt onder volgende voorwaarden een belasting geheven op de afgifte van administratieve stukken.
De belasting valt ten laste van de personen of instellingen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.
Artikel 2:
De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
bijlage 3 bis - verbintenis tot tenlasteneming (borgstelling t,o,v, een vreemdeling): 6,90 euro.
Artikel 3:
De belasting wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belaste stuk.
De aan de belasting onderworpen personen of instellingen die een verzoek tot het bekomen van een of ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van de aanvraag het bedrag der belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk kan afgegeven worden. Bij gebreke van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 4:
De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een K.B. of een overheidsverordening reeds aan een betaling van het recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is.
Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeente ambtshalve toekomen krachtens de tarieven, gevoegd bij de wet op de consulaire en de kanselarijrechten.
Artikel 5:
De personen of instellingen die weigeren de in artikel 2 vastgestelde belastingen te betalen, moeten het bedrag der belastingen in bewaring geven aan de gemeenteontvanger, totdat de bevoegde overheid op hun bezwaar beschikt heeft. De gemeenteontvanger geeft hiervoor een kosteloos ontvangstbewijs af.
Artikel 6:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante betaling.
Het gemeentebestuur van Retie dient jaarlijks het tarief van de aanvullende belasting op de personenbelasting goed te keuren.
De aanvullende belasting op de personenbelasting vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente Retie.
De ontvangsten uit deze belasting zullen voorzien worden in het meerjarenplan.
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2023 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 7,3 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
artikel 170, §4, van de Grondwet;
artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
De gemeenteraad dient jaarlijks de opcentiemen op de onroerende voorheffing vast te stellen.
De gemeentelijke financiën vereisen de nodige inkomsten.
Met ingang van 1 januari 2021 wordt de urbanisatiebelasting niet langer geheven.
Het verlies aan inkomsten van de urbanisatiebelasting, wordt gecompenseerd door de verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2023 worden ten bate van de gemeente 857 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2
De vestiging en de inning gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingsdienst.
De gemeenteraad dient jaarlijks de tarieven vast te stellen van de retributie verschuldigd bij voornaamswijzigingen.
Overwegende dat de retributie voor de overdacht van de bevoegdheid aan de ambtenaar van de burgerlijke stand 490 euro bedroeg; dat het gepast voorkomt dit bedrag aan te houden.
Overwegende dat het tarief voor transgenders niet meer dan 10% van het normale tarief mag bedragen.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2023 en voor een termijn eindigend op 31 december 2023 wordt een retributie gevestigd op elk verzoek tot voornaamswijziging ingediend bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand verzoekt zijn voornaam te wijzigen.
Artikel 3
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
- Gewoon tarief: € 490
- Tarief voor transgenders (*): € 49
(*) De retributie verschuldigd door transgender mag niet meer dan 10 procent van het door de gemeente vastgestelde gewone tarief bedragen
Artikel 4
Zijn vrijgesteld van de retributie:
Personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijging van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben bij het verzoek tot voornaamtoevoeging.
Artikel 5
De retributie dient betaald te worden bij overhandiging van het schriftelijk verzoek tot voornaamswijziging tegen ontvangstbewijs.
De retributie is gevestigd op elk verzoek tot voornaamswijziging, ze is niet restitueerbaar, ook niet indien de ambtenaar van de burgerlijke stand het verzoek tot naamsverandering weigert.
De toeziende overheid heeft er in hun omzendbrieven betreffende het opmaken van de gemeentebegrotingen meermaals op gewezen hebben dat de gemeenten van de begunstigden een retributie moeten eisen voor hun prestaties, zoals degene die vermeld zijn in deze verordening.
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd.
Voor de vlotte praktische werking van de betrokken gemeentediensten is aangewezen dat de bedragen bepaald worden op ronde getallen.
Artikel 1
Voor het aanslagjaar 2023 wordt een retributie ingevoerd voor het opzoeken en bezorgen, door het gemeentebestuur, van sommige administratieve inlichtingen, met inbegrip, met name, van het opmaken van sommige algemene statistieken.
Tevens wordt een retributie geheven op het maken van fotokopieën door de gemeentediensten op vraag van de bevolking.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die om de inlichting en/of fotokopie vragen.
De retributie wordt niet gevorderd voor de inlichtingen en statistieken die in uitvoering van wetten, decreten, koninklijke besluiten of overheidsverordeningen moeten worden verstrekt aan de gerechtelijke overheden, openbare besturen of de daaraan gelijkgestelde instellingen of aan instellingen van openbaar nut wier activiteiten niet op winst gericht zijn.
Artikel 3
De retributie met betrekking tot de te verstrekken inlichtingen, waarbij de gemeenteambtenaar meer dan een uur werk heeft, wordt vastgesteld op 36,60 euro per uur, en wordt ieder onderdeel van een uur, meer dan het eerste, aangerekend als een volledig uur.
De retributie voor het verstrekken van vastgoedinformatie bedraagt 37,40 euro.
De retributie voor het afleveren van fotokopieën bedraagt voor elk af te leveren exemplaar:
Artikel 4
Een bedrag gelijk aan de vermoedelijke retributie zal voorafgaandelijk in bewaring worden gegeven in handen van de gemeenteontvanger of de gemeentelijke aangestelde. Een ontvangstbewijs zal worden afgeleverd.
De retributie wordt eisbaar op het ogenblik dat de dienstverlening is verstrekt.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning ervan gebeuren overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 5
De particulieren en privé-instellingen die wensen dat de gevraagde inlichtingen hun per post zouden toegezonden worden, dienen het bedrag der verzendingskosten, behoudens wat de fotokopieën van bestuursdocumenten betreft, vooraf aan de betrokken dienst over te maken.
Het gewijzigde artikel 15 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging bepaalt dat elkeen tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking kan overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente die handelt over de gemeente waar men wil worden begraven of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.
De belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
basisbedrag 2020 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar
index september 2019
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2023 wordt een belasting geheven, vastgesteld als volgt:
| kistbegraving |
862,87 |
| asbegraving in urneveld |
575,24 |
| asbijzetting in columbarium |
575,24 |
| Asverstrooiing |
287,62 |
| toelating op opgraving |
287,62 |
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de kistbegraving, asbijzetting, asverstrooiing of opgraving.
Artikel 3
De aanvrager is vrijgesteld van de belasting indien er voldaan wordt aan een van volgende voorwaarden:
Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante kermisactiviteiten, zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie.
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 januari 2008 houdende vaststelling van een reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op openbare kermissen;
Overwegende dat er opnieuw een retributiereglement moet worden vastgesteld;
Overwegende dat het retributiebedrag jaarlijks geïndexeerd wordt als volgt:
Basisbedrag 2018 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar
Index september 2018
De hoge inflatie heeft tot gevolg dat de gezondheidsindex die gebruikt wordt om de indexering van deze retributie te bepalen, sterk gestegen is. Het is niet wenselijk om deze verhoging meteen integraal door te rekenen aan de uitbaters aangezien zij de voorbije jaren omwille van de beperkende coronamaatregelen weinig omzet hebben kunnen genereren. Een verhoging van de belasting met 2%, wat in lijn ligt met de normale stijging van de gezondsheidsindex, is aangewezen.
Artikel 1
De retributie wordt vastgesteld op 16,36 euro per strekkende meter voor kleine attracties (kramen met een diepte tot 3 meter) en op 22,89 euro per strekkende meter voor grotere attracties (attracties met een grotere diepte).
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
Artikel 3
De uitbaters van een kermisattractie dienen het bedrag van de retributie vooraf te betalen.
Artikel 4
De opmeting van de attracties gebeurt door het gemeentebestuur.
Gezien aan de afgifte van een conformiteitsattest steeds een conformiteitsonderzoek voorafgaat, dat uitgevoerd wordt door een woningcontroleur die door de burgemeester wordt aangewezen, met een bijhorende administratieve verwerking, is het aangewezen om voor de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest een zo goed mogelijk de kostprijs benaderende vergoeding vast te stellen.
Indien er geen aanvraag is, en de behandeling van het dossier op initiatief van de gemeente zelf gebeurt, lijkt er ook geen vergoeding te kunnen worden gevraagd. Er lijkt evenmin een vergoeding gevraagd te kunnen worden i.h.k.v. de nieuwe zgn. ‘waarschuwingsprocedure’ (art. 3.10 Vlaamse Codex Wonen 2021).
Woonmaatschappijen zijn wettelijk verplicht om sociale huurwoningen aan te bieden en het woningbestand te herwaarderen, via het eigen patrimonium of via inhuring op de private huurmarkt, om kwaliteitsvolle woningen en kamers te verhuren tegen een redelijke huurprijs (art. 4.40 Vlaamse Codex Wonen). Al deze huurwoningen moeten voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten (art. 3.1 Vlaamse Codex Wonen). In tegenstelling tot private personen, heeft de woonmaatschappij niet de keuze om deze woningen niet aan te bieden en te verhuren, en dienen ze kwaliteitsvol te zijn. De overheidsprestatie in kwestie (nl. behandeling van de aanvraag voor een conformiteitsattest) waarvoor de retributie verschuldigd wordt, is bijgevolg impliciet het gevolg van een overheidsverplichting zelf. Om die reden komt het gepast voor de woonmaatschappijen vrij te stellen van de retributie.
Naar analogie wordt de vrijstelling doorgetrokken naar de nog actieve en erkende sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingmaatschappijen, die gelijkaardige verplichtingen hebben, zolang de omschakeling naar de woonmaatschappijen niet rond is.
Het aantal conformiteitsattesten dat jaarlijks wordt aangevraagd, is zeer beperkt (de laatste 5 jaren gemiddeld 6 dossiers per jaar). Als gevolg daarvan blijven ook de financiële gevolgen zeer beperkt.
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2023 wordt een retributie gevestigd op de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen, zoals gedefinieerd in het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2
De retributie is niet verschuldigd indien er geen aanvraag is, m.n. indien de behandeling van het conformiteitsdossier op eigen initiatief van de burgemeester gebeurt, al dan niet na ontvangst van een melding over de mogelijk gebrekkige kwaliteit van een woning (in de zgn. ‘waarschuwingsprocedure’).
Artikel 3
De retributie is niet verschuldigd indien het conformiteitsattest wordt aangevraagd voor een huurwoning van een woonmaatschappij. Zolang het erkende sociaal verhuurkantoor woningen inhuurt op de private markt of een erkende sociale huisvestingsmaatschappij woningen verhuurt, worden zij voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld met de woonmaatschappij.
Artikel 4
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
Artikel 5
De retributie is verschuldigd door de persoon die een conformiteitsattest aanvraagt.
Artikel 6
De retributie wordt betaald door middel van storting op het rekeningnummer en binnen de termijn vermeld in het schrijven van het gemeentebestuur.
Artikel 7
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2023. Het gemeentelijk retributiereglement op conformiteitsattesten d.d. 17 december 2020 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2023.
Artikel 8
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2022 waarbij een reglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen werd vastgesteld.
Grondwet, zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 170, §4
decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd
decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd
Vlaamse Codex Wonen van 2021
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
De gemeente kan een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.
De gemeente wenst verwaarlozing van woningen en gebouwen te voorkomen en te bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
Om aan te sluiten bij de noden en het beleid van de gemeente worden in onderhavig belastingreglement vrijstellingen ingelast.
1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
2° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
3° Register van verwaarloosde gebouwen en woningen: het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, als vermeld in artikel 2.15. Vlaamse Codex Wonen;
4° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
5° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
6° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgenomen;
7° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.
2. HEFFING op verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 2: Belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
§4. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen houder van het zakelijk recht is van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning.
§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
– naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
– datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
– nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.
De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 4: Berekening van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
1° 1.000 euro voor een verwaarloosd gebouw;
2° 1.000 euro voor een verwaarloosde woning.
§2. De belasting wordt vermenigvuldigd met het aantal termijnen van twaalf maanden dat het gebouw of de woning zonder onderbreking is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§3. Voor elke woning die of elk gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen en op 31 december 2016 nog opgenomen was in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, wordt de belasting vermenigvuldigd met het aantal volledige termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen was opgenomen.
§4. De belasting wordt ten hoogste vermenigvuldigd met vijf, ook bij gezamenlijke toepassing van §2 en §3.
§5. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.
Artikel 5: Vrijstellingen
§1. Van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die volle eigenaar is van 1 enkele woning, die die woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en die geen zakelijk recht heeft op een ander onroerend goed;
2° de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning;
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument;
4° deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap;
5° opgenomen is op de gemeentelijke lijst van waardevol, niet-beschermd bouwkundig erfgoed;
6° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgende op de datum van de vernieling of de beschadiging;
7° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 3 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning;
8° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen;
9° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen;
Indien de belastingplichtige de verwaarlozing laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.
Artikel 6: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 7: Betaling van de belasting
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaar tegen de aanslag
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen 15 dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.
§2. Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
3. SLOTBEPALINGEN
Artikel 9
Het decreet van 30 mei 2008. betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit belastingreglement.
Artikel 10
De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2021 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake de heffing op verwaarlozing wordt met ingang van 1 januari 2023 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2023 en wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Gelet op de initiatieven die de gemeente Retie neemt inzake lokale economie en de acties die in het verleden door verschillende handelaars georganiseerd werden;
Overwegende dat de promotionele acties zich vooral toespitsen op het centrumgebied en dus in de eerste plaats vooral de (rechts)personen in het dorpscentrum voordeel halen uit de initiatieven die de gemeente Retie neemt in verband met handelsondersteunende projecten; dat het redelijk is om deze handelszaken te belasten;
Overwegende dat bepaalde sectoren geen voordeel halen uit de specifieke acties voor kernversterkende handel en het dus verantwoord is om deze sectoren vrij te stellen voor de taks:
beoefenaars van een vrij beroep worden niet betrokken bij en halen geen voordeel uit de specifieke acties voor het versterken van de commerciële activiteit van het centrum. Er kan echter met redelijkheid vastgesteld worden dat apothekers een commercieel luik in hun aanbod voorzien en daardoor ondanks hun beroep meer in de kijker staan indien gelegen in de betreffende zone. Bij beoefenaars van een vrij beroep m.u.v. apothekers bestaat het beroep er niet in de consument in het dorpscentrum te bereiken;
Overwegende dat de beoefenaars van sociale dienstverstrekkers (overheidsinstellingen, onderwijsinstellingen, gezondheids- en welzijnszorg, culturele en toeristische instellingen) niet betrokken worden bij en geen voordeel halen uit de specifieke acties voor het versterken van de commerciële activiteit van het centrum. Bij deze dienstverstrekkers bestaat het beroep er niet in de consument in het dorpscentrum te bereiken;
Overwegende dat een vestigingsadres van een aanbod in bijberoep zonder commercieel toegankelijke ruimte niet betrokken wordt en geen voordeel haalt uit de specifieke acties voor het versterken van de commerciële activiteit van het centrum. Bij dit aanbod bestaat het beroep er niet in de consument in het dorpscentrum te bereiken;
Overwegende dat een tijdelijke beperking door grote openbare infrastructuurwerken het effect van het geheel van promotionele acties kan beperken omwille van beperkte toegankelijkheid en het dus redelijk is een vrijstelling te overwegen;
Overwegende dat het masterplan van Retie en een onderzoek van BRO rekening houden met de afbakening van een handelskern en bestaande handel om mobiliteit en parkeerbeleid af te stemmen;
Overwegende dat een opdeling in bijdrage naar oppervlakte van de commerciële ruimte voor een woondorp niet rechtvaardig lijkt; dat een opdeling naar potentieel effect van handelsondersteunende projecten op basis van ligging in het dorpscentrum dit wel doet;
Overwegende dat de commerciële vestigingen iets verder verwijderd van het centrum in mindere mate genieten van de kernversterkende maatregelen; dat het redelijk verantwoord is om drie verschillende tariefzones te bepalen:
De aanloopstraten/hoofdassen (Peperstraat-Turnhoutsebaan, Kerkhofstraat, Kloosterstraat, St.-Martinusstraat, Gildenstraat en Kasteelstraat) naar deze handelskern worden reeds betrokken bij handelsondersteunende projecten. De commerciële vestigingen in deze straten zullen wel in iets beperktere mate mee genieten van de handelsondersteunende maatregelen in de handelskern.
Het dorpscentrum van Retie wordt als geheel mee geprofileerd bij handelsondersteunende projecten en vaart wel bij de aantrekking van de consument.
De commerciële vestigingen in de binnengebieden tussen de aanloopstraten/hoofdassen en de ringweg (Nieuwstraat, St.-Paulusstraat, Pijlstraat) zullen in beperktere mate mee genieten van de handelsondersteunende maatregelen in de handelskern. De Groenstraat-Laarstraat-Hovestraat lijken een logische grens voor de oostelijke afbakening van het dorpscentrum inzake effecten nagestreefd door handelsversterkende projecten voor het binnengebied, maar kunnen nog wel als binnengebied beschouwd worden;
Gelet op de mobiliteitsplanning, het masterplan en de overdracht van de ringweg, die maken dat er best geen structurele handelsversterkende projecten opgezet worden aan deze. ringweg (Nieuwstraat, St.-Paulusstraat, Pijlstraat);
Overwegende dat de ambachtszone De Bempdekens gezien de regelgeving ruimtelijke ordening weinig ruimte biedt voor detailhandel, waardoor structurele handelsversterkende projecten bedoeld in deze overwegingen hier niet van toepassing zijn;
Overwegende dat de gemeente handel in de handelskern wil stimuleren en dat starters bijdragen tot de versterking van deze handelskern;
Deze belasting wordt jaarlijks geïndexeerd als volgt:
Basisbedrag 2015 x index september van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar
Index september 2014
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2023 wordt een belasting geheven, de handelaarsbijdrage, op elke natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het dienstjaar een commerciële vestiging, gelegen binnen de vastgestelde gebiedsomschrijving, uitbaat.
Een commerciële vestiging omvat handelszaken (klein- en groothandel), ambachten en horecazaken, kantoren met een loketfunctie. Onder deze laatste worden commerciële dienstverstrekkers van financiële, zakelijke en andere diensten begrepen.
Artikel 2:
De belasting is niet verschuldigd:
Artikel 3:
De belasting wordt berekend op basis van de ligging van de commerciële vestiging:
Artikel 4:
Het dorpscentrum waarop de belasting van toepassing is wordt opgedeeld in 3 zones:
Artikel 5:
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.
Artikel 6:
De belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, dient teruggestuurd te worden vóór de erin vermelde datum. Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de formulieren zijn niettemin verplicht vóór 31 december van het aanslagjaar spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 7:
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van die kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8:
De overeenkomstig artikel 3 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan de verschuldigde belasting of, in geval van herhaling, aan het dubbele van het bedrag, onverminderd de verschuldigde belasting en de nalatigheidsintresten.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 9:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van kohieren, die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 11:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid Deel 2, Titel 4, Hoofdstuk 1, Afdelingen 1, 2 en 4.
Het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan 2020 - 2025 werd opgemaakt en tijdig aan de raadsleden bezorgd.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelde het deel dat betrekking heeft op het OCMW vast in vergadering van 15 december 2022.
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan:
1. de vaststelling van de aanpassing het meerjarenplan 2020 - 2025 - deel gemeente.
2. de vaststelling van de aanpassing van het meerjarenplan 2020 - 2025 - deel OCMW waardoor de aanpassing van het geïntegreerde beleidsrapport definitief is vastgesteld.
De voorzitter sluit de zitting op 15/12/2022 om 22:15.
Aldus beslist in zitting, de datum als voormeld.
Namens de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Roel Slegers
algemeen directeur
Karolien Adriaensen
voorzitter