De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het verslag van 13 maart 2023 goed.
Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) bereidt de aanleg van een fietspad langs de N118 voor. Om het fietspad te realiseren, moeten er gronden onteigent worden. In eerste instantie wordt er gepoogd om de nodige gronden via een minnelijke onteigening te verwerven.
Twee percelen, de innemingen 8 en 9 van het bijgevoegd plan, zijn eigendom van OCMW Retie. Voor de verwerving van deze innemingen kan Marc Luyckx, Vlaams Commissaris Dienst VASTGOEDTRANSACTIES ANTWERPEN, Afdeling Juridische Dienstverlening van de Vlaamse overheid, in naam van en voor rekening van het Agentschap Wegen en Verkeer een aanbod doen van 2.750,00 euro, alle vergoedingen ingegrepen. Met de gebruiker van deze gronden werd eerder al een aparte overeenkomst afgesloten.
Concreet gaat het om de percelen B 1123 H P000 met een oppervlakte van 25 ca en B 362 A P000 (3a16ca). Er werd een onteigeningsplan opgemaakt.
De opbrengst van de afgestane grond in het kader van de minnelijke onteigening bedraagt 2 750,00 EUR. De kosten verbonden aan deze transactie worden gedragen door de verkrijger.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de ontwerpakte voor minnelijke onteigening voor de aanleg van fietspaden langs de N118 goed.
Artikel 2
Hierbij wordt uitdrukkelijk het ontslag opgenomen voor de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie om ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en zoals gewijzigd;
Statuten vzw ELZ BalDeMoRe van 24 december 2019;
Verslag overleg beheerscomité ILV BalDeMoRe 23 maart 2023;
Beslissing - voorstel van het vast bureau van 30 maart 2023.
Naar aanleiding van het einde van bestuursmandaten in juni 2023 doet ELZ BalDeMoRe vzw een oproep naar kandidaat-bestuurders voor het bestuursorgaan en voor het dagelijks bestuur van de vzw. Op de algemene vergadering van 22 juni 2023 zal deze verkiezing en bijhorende benoemingen plaatsvinden.
Mevrouw Lut Hermans was voor onze gemeente afgevaardigde in de zorgraad - cluster lokaal besturen van ELZ BalDeMoRe. Mevrouw Margriet Blockx is aangeduid als plaatsvervanger. Mevrouw Leni Sannen, diensthoofd Sociale dienst was afgevaardigde voor de sociale diensten van de OCMW's BalDeMoRe in de ELS-cluster sociale diensten. Door haar uitdiensttreding en wijziging in organogram lokaal bestuur Retie sinds 01.01.2022, is een aanpassing afvaardiging nodig.
In bijlage is een overzicht van de huidige samenstelling van de zorgraad en het dagelijks bestuur van de vzw ELZ BalDeMoRe opgenomen. Uitgaande van Vlaamse richtlijnen omtrent de samenstelling van de bestuursorganen van de ELZ is deze herbenoeming vereist. In de toekomst wordt de vertegenwoordiging gekoppeld aan de beheersperiode van de lokale besturen 2026-2031 (niet bestuursperiode 2025-2030).
De deadline voor de kandidaatstelling is 27 maart 2023. Op de zorgraad van 28 maart 2023 zullen de kandidaatstellingen meegedeeld worden. Vervolgens heeft elke cluster een maand de tijd om te bekijken welke kandidaten zij effectief willen voordragen op de algemene vergadering van 22 juni 2023. De kandidaten die voorgedragen worden, worden kenbaar gemaakt op de zorgraad van 27 april 2023.
Voor afvaardiging sociale diensten OCMW's BalDeMoRe wordt Mevr. Ann De Proost, diensthoofd Burger & Welzijn en technieker voor regionaal sociaal beleid BalDeMoRe, door het beheerscomité ILV BalDeMoRe van 23.03.2023, voorgesteld.
De raad gaat over tot een geheime stemming voor afvaardiging lokaal bestuur Retie in de zorgraad.
Na stemming voor afvaardiging in die volgende uitslag geeft:
Artikel 1
Lut Hermans aan te duiden als gemeentelijk afgevaardigde in de zorgraad van ELZ BalDeMoRe en Margriet Blockx als plaatsvervanger.
Artikel 2
Mevrouw Ann De Proost, diensthoofd Burger & Welzijn en aangeduid door het beheerscomité ILV BalDeMoRe als vertegenwoordiger voor het regionaal sociaal beleid, wordt aangeduid als afgevaardigde in de ELZ-cluster Welzijn - sociale diensten OCMW's.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan ELZ BalDeMoRe zodanig dat de zorgraad in zitting van 22 juni 2023 aangeduide personen officieel kan benoemen.
Het beleidscollege heeft in zitting van 26.01.2022 de doelstellingen en ontvangsten van de thuiszorg-poetsdienst bekeken. Binnen het OCMW is er een reguliere poetsdienst-thuiszorg met een contingent van 400 uren/maand (20 functies aan 20 uren) in werking. Daarnaast is OCMW-Retie sinds maart 2006 vennoot in DF BalDeMo, een dienstencheque-onderneming met sociaal oogmerk waarvoor een 10-tal huishoudhulpen uit Retie actief zijn bij hoofdzakelijk Retiese gezinnen.
De OCMW thuiszorg-poetsdienst richt zich naar zorgbehoevenden en bejaarden die nog zo lang mogelijk thuis wensen te wonen. Momenteel bestaan de ontvangsten van die dienst uit:
De administratie werd verzocht extra inkomsten voor deze dienstverlening te onderzoeken vanuit:
De meest passende subsidiëringsmaatregel voor de thuiszorg-poetsdienst voor en de Retiese kansengroepen en voor het lokaal bestuur bleek na onderzoek: de oprichting van een dienstencheque-onderneming.
Het vast bureau heeft in zitting van 30.03.2023 beslist de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn te vragen de oprichting van een dienstenonderneming, principieel goed te keuren.
Het voorstel van beslissing kadert binnen het beleidsplan 2020-2025:
- AP000011 We ondersteunen hulpbehoevenden met een sterk zorgaanbod.
- AC 287 De poetsdienst laat Retienaren toe om langer thuis te wonen.
Deze dienstverlening is arbeidsintensief, wat een serieuze personeelskost met zich meebrengt. Om verder in te zetten op deze doelstelling, is het zinvol om extra financiële middelen te verwerven. De subsidie van de Vlaamse Overheid is momenteel 26,98 EUR per dienstencheque. De gebruiker betaalt 9,00 EUR per dienstencheque.
Om een erkenning als dienstencheque-onderneming te bekomen dienen volgende stappen gezet te worden:
1) deelnemen aan een opleiding van het departement Werk en Sociale Economie omtrent reglementering en functioneren van het dienstenchequesysteem;
2) een ondernemingsplan opstellen en laten goedkeuren door een erkend boekhouder met volgende gegevens; algemene informatie over het bedrijf, uit te voeren investeringen, personeelsbehoefte, te verwachten inkomsten, vaste en variabele kosten, raming van de balans voor de eerste drie werkjaren, een financiële planning voor de eerste drie werkjaren;
3) een borgsom storten bij de Deposito- en Consignatiekas ten belope van 25.000,00 EUR;
4) sui-generisafdeling oprichten en een aparte boekhouding voeren;
5) aanvraag indienen tot erkenning als dienstenonderneming om activiteiten te verrichten in het kader van de dienstencheques bij de Vlaamse Overheid.
Om de subsidies van de Vlaamse Overheid te kunnen genereren, is er een software planningsprogramma vereist welke een link heeft met het bedrijf Sodexo, dat instaat voor het beheer van de dienstencheques (uitgiftebedrijf dienstencheques).
wordt voorgesteld een dienstencheque-onderneming op te richten die de werking van de huidige OCMW-thuiszorg-poetsdienst met bijkomende financiering kan ondersteunen.
Financiële middelen die voorzien zijn onder BC 2023/240200/4/0948 - Mjp001023 voor aankoop toepasselijke software dienen aangevuld te worden met 25 000,00 EUR. Dit bedrag vormt de éénmalige borgsom voor oprichting van een dienstencheque-onderneming.
De financieel directeur vraagt de voorziening van de nodige middelen door budgetwijziging 001/2023 op te vangen.
MJP 20-25 - BD 2 - AP 11 - AC 287.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft na beraadslaging, goedkeuring tot het oprichten van een erkende dienstenonderneming in het kader van de dienstencheques voor de reguliere dienst poetsdienst-thuiszorg met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 2
De administratie krijgt opdracht om de nodige formaliteiten inz. het ondernemingsplan, personeelsadministratie en feitelijke werking van een dienstencheque-onderneming verder voor te bereiden.
Artikel 3
De sociale dienst bewaakt en onderzoekt de noodzaak van het behoud van de bijdrageregeling voor OCMW-thuiszorgdiensten om de toegankelijkheid van deze OCMW-dienstverlening voor kansengroepen te kunnen blijven garanderen.
Artikel 4
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de financieel directeur en het diensthoofd Burger & Welzijn voor verdere formaliteiten.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 1° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van € 215.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
De OCMW-wet van 8 juli 1976 inzake bevoegdheden en opdrachten.
In het kader van de opdracht “Aankoop van een planningssoftware” werd een bestek met nr. TD/SVL/2023_014 opgesteld door de Technische dienst.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 56.820,00 + € 11.932,20 (21% btw) = € 68.752,20.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode MJP000730 -- 2023/614600/1/0110
Het voorziene krediet zal verhoogd worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
Artikel 1:
Het bestek met nr. TD/SVL/2023_014 en de raming voor de opdracht “Aankoop van een planningssoftware”, opgesteld door de Technische dienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 56.820,00 + € 11.932,20 (21% btw) = € 68.752,20.
Artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3:
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Artikel 4:
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode MJP000730 -- 2023/614600/1/0110
Artikel 5:
Het krediet zal verhoogd worden bij de volgende aanpassing meerjarenplan.
Het Vast Bureau beslist in zitting van 2 maart 2023 om de maximale ligdagprijs niet rechtstreeks te koppelen aan de ligdagprijs van WZC Annadal.
Het Vast Bureau beslist om de interne procedure (artikel 7§1) aan te passen zodat de oudere die langer dan één jaar verblijft in een woonzorgcentrum met een dagprijs boven het maximumbedrag niet langer automatisch toelating te geven om niet meer te moeten verhuizen, maar om in overleg met de bewoner de best mogelijk optie te kiezen.
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Koninklijk Besluit van 9 mei 1984 tot uitvoering van artikel 100bis,§1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Intern reglement 'financiële tussenkomst in verblijf - en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum', goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in zitting van 3 oktober 2019 en aangepast op 24 februari 2022.
Intern reglement 'aanpassing procedure bij tussenkomst in de verblijf - en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum: dagprijs', goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in zitting van 24 februari 2022.
Aanpassing reglement financiële tussenkomst bij tussenkomst in de verblijf - en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum: dagprijs - goedkeuring, goedgekeurd door het Vast Bureau in zitting van 2 maart 2023.
Het intern reglement 'financiële tussenkomt in de verblijf - en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum', laatst goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in zitting van 24 februari 2022 wordt aangepast.
De wijzigingen zijn in kleur aangeduid in het intern reglement in bijlage.
Artikel 1:
Het intern reglement betreffende de verblijfs- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum zoals laatst goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn d.d. 24 februari 2022, wordt aangepast.
Artikel 2:
Het OCMW verleent aan personen die opgenomen worden in een woonzorgcentrum een tussenkomst in verblijfs- en aanverwante kosten en dit onder bepaalde voorwaarden.
Artikel 3:
Indien de ouder de verblijfskosten niet kan betalen, kan een vraag tot tussenkomst of borgstelling gesteld worden aan het OCMW van de gemeente, waar de oudere is ingeschreven in het bevolkingsregister op het ogenblik van zijn opname.
De vraag tot tussenkomst kan gesteld worden door de oudere, zijn wettelijk vertegenwoordiger of door de vrederechter aangeduide bewindvoerder op het moment van opname of tijdens de opname.
Artikel 4:
Bij het stellen van de vraag tot tussenkomst in de verblijf – en aanverwante kosten zal er steeds een financieel onderzoek plaatsvinden naar het vermogen van de aanvrager en diens partner, ongeacht of het OCMW onmiddellijk dient tussen te komen, dan wel in de toekomst.
§ 1. De oudere blijkt over voldoende middelen te beschikken .
1.1 De aanvrager en onderhoudsplichtigen verklaren met een akte van borgtocht zelf de kosten te dragen, het vermogen te beheren als een goede huisvader en een overzicht bij te houden van de inkomsten en de uitgaven. De akte van borgtocht blijft geldig gedurende een periode van vijf jaar en dient telkens deze periode hernieuwd te worden. De aanvrager en onderhoudsplichtigen dienen geen inzage te geven in hun financiële situatie. Met het ondertekenen van de akte van borgtocht verbindt de oudere zich ertoe om gedurende het ganse verblijf nooit beroep te zullen doen op de financiële steun van het OCMW.
1.2 De aanvrager en onderhoudsplichtigen ondertekenen de betalingsverbintenis (waarborg van roerende goederen). De gelden worden beheerd door een volmachtdrager (uit de familie) of een bewindvoerder. De volmachtdrager ondertekent de betalingsverbintenis. De volmachtdrager betaalt de factuur zolang er voldoende inkomsten zijn. Een financieel onderzoek gaat vooraf aan het ondertekenen van de betalingsverbintenis. De oudere en/of vertrouwenspersoon geeft dus inzage in de financiële situatie. Het document dient tevens als bewustmaking dat de gelden als een goede huisvader dienen beheerd te worden. Indien dit later niet zo blijkt te zijn kan de procedure inzake moedwillige verarming ingeroepen worden.
1.3 De aanvrager en de onderhoudsplichtigen ondertekenen een verklaring op eer. Bij de vraag tot steun zal er een financieel onderzoek worden gedaan naar het vermogen van de aanvrager om daarna een gefundeerde beslissing te kunnen nemen.
§ 2. De oudere beschikt over onvoldoende middelen om de verblijfskost te betalen.
Om te bepalen of een oudere behoeftig is en dus een tussenkomst in het betalen van de verblijfkosten wordt verleend, zal de sociale dienst een financieel onderzoek uitvoeren en de behoeftigheid onderzoeken volgens volgende berekening:
maandelijkse inkomsten – maandelijkse uitgaven + wettelijk zakgeld + 200,00 EUR extra uitgaven
Indien de oudere niet langer dan 1 jaar de verblijfskosten kan betalen, wordt hij als behoeftig beschouwd.
Artikel 5:
De steunvoorwaarden zijn afhankelijk van de gezinssituatie en zijn de volgende:
Voor alleenstaanden of feitelijk samenwonenden:
Een alleenstaande komt in aanmerking voor een tussenkomst in de verblijfskosten wanneer blijkt dat:
- de verblijfs - en aanverwante kosten hoger zijn dan het totaal van de maandelijkse inkomsten;
- er geen spaargelden of beleggingen zijn;
- er geen onregelmatigheden worden vastgesteld inzake verkoop of schenking van roerende en onroerende goederen in de loop van tien jaar voor de vraag tot tussenkomst. De resterende gelden van de opbrengsten van verkoop van onroerende goederen binnen tien jaar voor de vraag tot financiële steun in het woonzorgcentrum dienen in het sociaal onderzoek in rekening gebracht te worden. We gaan hierbij uit van een beheer van de gelden als goede huisvader.
Voor gehuwden of wettelijk samenwonenden:
Een echtpaar of wettelijk samenwonenden komt in aanmerking voor een tussenkomst in de verblijfskosten wanneer blijkt dat:
- de verblijfskosten en aanverwante kosten hoger zijn dan ofwel de helft van het gezinspensioen, ofwel het pensioen als alleenstaande van de aanvrager, vermeerderd met de andere persoonlijke inkomsten van de aanvrager;
- de persoonlijke en de helft van de gezamenlijke spaarrekeningen een nulsaldo hebben na vrijstelling van een saldo met maximum 6 200,00 EUR voor de thuisblijvende partner.
- er geen onregelmatigheden worden vastgesteld inzake verkoop of schenking van roerende of onroerende goederen in de loop van tien jaar voor de vraag tot tussenkomst. De resterende gelden van de opbrengsten van verkoop van onroerende goederen binnen tien jaar voor de vraag tot financiële steun in het woonzorgcentrum dienen in het sociaal onderzoek in rekening gebracht te worden. We gaan hierbij uit van een beheer van de gelden als goede huisvader.
Artikel 6:
De middelen die aangewend worden om de verblijfskosten en aanverwante kosten te betalen zijn ook afhankelijk van de gezinssituatie en zijn als volgt:
Voor alleenstaanden of feitelijk samenwonenden:
Alle inkomsten.
Er is geen onderhoudsplicht tussen feitelijk samenwonenden.
Voor gehuwden met een gezinspensioen:
In dit geval wordt bij de Federale Pensioendienst een aanvraag gedaan om het gezinspensioen te splitsen wegens scheiding van tafel en bed.
Volgende middelen worden bijgevolg aangewend:
- de helft van het gezinspensioen (eventueel verhoogd met de inkomensgarantie voor ouderen);
- persoonlijke inkomsten van de opgenomen persoon (zoals zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of tussenkomst zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, kinderbijslag bij verlengd minderjarigen,…);
- de persoonlijke spaarrekening van de opgenomen persoon als ook de helft van de gezamenlijke spaargelden met een maximum van 6 200,00 EUR voor de thuisblijvende partner;
- opbrengst van verkoop van onroerende goederen en/of beleggingen (of de helft van de opbrengst in geval van gemeenschappelijke goederen).
Voor een gehuwden, wettelijk of feitelijk samenwonenden met een pensioen voor alleenstaanden:
Ieder behoudt zijn of haar eigen pensioen. Indien de aanvrager of de thuiswonende partner een pensioen heeft lager dan het bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen, wordt er een inkomensgarantie aangevraagd.
Volgende middelen worden bijgevolg aangewend:
- het volledig eigen pensioen van de opgenomen persoon (eventueel aangevuld met de inkomensgarantie voor ouderen);
- persoonlijke inkomsten van de opgenomen persoon zoals zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of tussenkomst zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, kinderbijslag bij verlengd minderjarigen
- de persoonlijke spaarrekening van de opgenomen persoon als ook de helft van de gezamenlijke spaargelden met een maximum van 6 200,00 EUR voor de thuisblijvende partner;
- opbrengst van verkoop van onroerende goederen en/of beleggingen (of de helft van de opbrengst in geval van gemeenschappelijke goederen).
De onderhoudsplicht van de thuiswonende partner wordt onderzocht en berekend volgens de wettelijke terugvorderingschaal.
Artikel 7:
Er kunnen bijkomende voorwaarden gesteld worden aan de tussenkomst in verblijfkosten of borgstelling, zijnde
§ 1 De oudere die een tussenkomst vraagt, heeft de vrije keuze bij het bepalen van het woonzorgcentrum (OCMW of privaat), ongeacht de ligging en de dagprijs. Het OCMW zal echter slechts een tussenkomst verlenen bij opname in een woonzorgcentrum met een maximum ligdagprijs van 79,00 EUR per dag.
Indien de oudere een vraag stelt tot financiële steun terwijl hij verblijft in een woonzorgcentrum die de maximumdagprijs overschrijdt, dient hij zich in te schrijven in een woonzorgcentrum waarbij de dagprijs onder de vooropgestelde maximumdagprijs valt. Zodra betrokkene de mogelijkheid krijgt om te verhuizen, mag de oudere dit niet weigeren wil hij verder een financiële tussenkomst ontvangen.
Desgevallend de oudere meer dan 1 jaar verblijft in een woonzorgcentrum met een dagprijs boven het maximumbedrag zal individueel bekeken worden welke optie het meest aangewezen is: verhuizen naar een woonzorgcentrum met een ligdagprijs onder het gesteld maximum of niet.
§ 2 Indien blijkt dat zonder enig aanvaardbare uitleg het patrimonium van de begunstigde de afgelopen vijf jaar voor de aanvraag van de dienstverlening in belangrijke mate is verminderd, spreken we van moedwillige verarming.
Bij een vermoeden van moedwillige verarming beperken we een borgstelling in tijd met een maximumperiode van vijf jaar.
De sociale dienst heeft de mogelijkheid om binnen de termijn van vijf jaar opnieuw financieel onderzoek uit te voeren en de reeds uitgekeerde gelden terug te vorderen van de onderhoudsplichtigen ongeacht de wettelijk terugvorderingsschaal en vanaf het ogenblik dat het OCMW op de hoogte werd gebracht van het onvermogen.
Indien het OCMW vaststelt dat er in de afgelopen vijf jaren een moedwillige verarming heeft plaatsgevonden, zal het OCMW ook de onderhoudsplicht van anderen dan kinderen en (ex-) echtgenoten onderzoeken. In dit geval is het verhaal niet beperkt tot inkomensgrenzen van de bij de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten.
Wanneer uit het sociaal en financieel onderzoek blijkt dat er sprake is van moedwillige verarming, kan het OCMW een tussenkomst weigeren als bedrog aangetoond kan worden. Dit is o.a. toepasbaar in geval van schenkingen aan niet – onderhoudsplichtigen.
§ 3 Schulden die dateren van voor de opname worden niet ten laste genomen door het OCMW tenzij ze de mogelijkheden van de oudere op een menswaardig leven bedreigen.
Artikel 8:
Onder verblijf- en aanverwante kosten in een woonzorgcentrum wordt verstaan:
- de dagprijs zoals deze is goedgekeurd door het Agentschap Zorg & Gezondheid;
- de persoonlijke waskosten en herstellen van persoonlijk linnen (indien deze kosten volgens de opnameovereenkomst niet zijn inbegrepen in de dagprijs), gestaafd door een factuur;
- een maandelijks zakgeld ten bedrage van het wettelijk bedrag;
- een geneesmiddelenverbruik op doktersvoorschrift;
- de basisbijdragen van het lidmaatschap bij een ziekenfonds;
- de jaarlijkse bijdrage (zorgpremie) voor de zorgkas;
- noodzakelijke vervoerskosten in kader van gezondheidszorg
- de hospitalisatiekosten van gemeenschappelijke kamer o.b.v RIZIV nomenclatuur;
- de kosten van consultatie bij geneesheer of specialist mits toevoeging van het medisch getuigschrift
- de kosten voor prestaties van kinetherapie voor ROB bewoners;
- kosten voor bepaalde hulpmiddelen in de RIZIV nomenclatuur;
- pedicure en manicure op doktersvoorschrift;
- enterale voeding
- administratieve kosten (waaronder kosten voor ID kaart en pasfoto’s en vergoedingen van bewindvoerder).
Artikel 9:
Het sociaal verslag wordt voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst binnen de vier maanden na ontvangst van de vraag tot tussenkomst of borgstelling. De borgstelling kan ingaan vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag werd ingediend.
De beslissingsbrief wordt verstuurd naar de oudere, het woonzorgcentrum en de vertrouwenspersoon van de oudere.
Artikel 10:
Vanaf het ogenblik dat het OCMW een financiële tussenkomst verleent, zal de financieel beheerder hypotheek leggen op het onroerend goed (waarborg van onroerende goederen) en dat voor het aandeel dat de aanvrager heeft in dit goed.
De financieel beheerder heeft hiertoe geen toestemming nodig van de eigenaar.
De kosten verbonden aan de hypotheeklegging vallen volledig ten laste van het OCMW:
- hypotheeklegging
- grondlasten
- brandverzekering (wordt niet tenlaste genomen bij een thuiswonende partner)
- provinciebelastingen
Wanneer er een hypotheek gelegd wordt op (de) eigendom(men), moet er geen onderzoek gebeuren naar de onderhoudsplicht.
Indien de financiële tussenkomst 80% bedraagt van de hypotheekwaarde van de onroerende goederen, zal er alsnog een onderzoek naar de onderhoudsplicht gebeuren.
Artikel 11:
Vanaf het ogenblik dat het OCMW een financiële tussenkomst verleent in de verblijfskosten en aanverwante kosten, wordt er een systeem I rekening geopend op naam van betrokken oudere en beheerd door de financieel beheerder van het OCMW. Op deze rekening worden de inkomsten van betrokkene gestort.
Artikel 12:
Elke resident in een woonzorgcentrum waarvan de verblijfskosten door het OCMW gedragen worden, heeft recht op een wettelijk maandelijks zakgeld vanaf de maand volgend op de maand van opname. De zakgeldregeling wordt individueel vastgelegd.
Het zakgeld is door de oudere vrij te besteden. Bepaalde zaken mogen wettelijk niet betaald worden van het zakgeld.
Indien er bij overlijden nog een resterend saldo is, komt dit wettelijk ten goede aan de nalatenschap. Het saldo behoort tot de actieve nalatenschap waarop de betaling van uitvaartkosten steeds voorrang heeft.
Het vakantiegeld zit vervat in het maandelijks zakgeld. Er kan echter een aanvraag gedaan worden om kosten, verbonden aan vakantie en vrije tijd, ten laste te nemen in het kader van socio-culturele participatietoelage.
Artikel 13:
Over de vraag tot tussenkomst in de premiebetaling voor hospitalisatie- of uitvaartverzekering wordt individueel beslist.
Artikel 14 §1:
Het OCMW heeft de mogelijkheid om terug te vorderen van de onderhoudsplichtigen en dit van volgende categorieën:
Onderhoudsplicht is verplicht voor:
- de echtgenoot of echtgenote.
- de ex-echtgeno(o)t(e). Het bedrag van het onderhoudsgeld in beperkt tot het bedrag, bepaald door de rechter of overeengekomen tussen de echtgenoten bij scheiding met onderlinge toestemming;
- descendent in eerste graad of volle en gewone adoptanten. De bijdrage is beperkt tot het kindsdeel van de levende kinderen. Kinderen die overleden zijn, tellen niet meer als kindsdeel.
- ascendenten in de eerste graad indien ze rechtstreeks en enig erfgenaam zijn.
Het OCMW zal in principe enkel terugvorderen van personen uit bovenstaande categorie.
Onderhoudsplicht is facultatief voor:
- stiefkinderen en stiefouders
- kleinkinderen
- de wegens overlijden ex-schoonkinderen op voorwaarde dat er levende kinderen zijn uit het huwelijk en zolang de schoonouder niet hertrouwt.
Geen onderhoudsplicht voor:
- de wegens echtscheiding gewezen schoonkinderen
- wettelijk en feitelijk samenwonende partner
- zijverwanten (broers, zussen)
Artikel 14 §2:
Het OCMW kan de onderhoudsplichtigen vrijstellen van het betalen van bijdragen op grond van bepaalde feiten, de zogenaamde billijkheidsredenen of op basis van de financiële draagkracht. Het OCMW oordeelt volledig vrij per individueel geval of ze de aangehaalde redenen in aanmerking neemt.
Inkomen
Om het netto belastbaar inkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met het aanslagbiljet van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beslissing genomen wordt.
Indien het huidig inkomen in erge mate verschilt van het aanslagbiljet, wordt rekening gehouden met het huidige inkomen. De bedrijfsvoorheffing wordt bij het nettoloon van de loonbrief opgeteld (sociale zekerheidsbijdragen niet).
Het OCMW zal afzien van de terugvordering indien het netto belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtigen overeenkomstig de door de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten, te laag is.
Indien het OCMW vaststelt dat de inkomensgrens voor terugvordering niet bereikt werd, maar de onderhoudsplichtige over meerdere eigendommen beschikt of er een groot patrimonium is, kan individueel en mits grondige motivering rekening gehouden worden met het kadastraal inkomen.
Van zodra het geïndexeerd KI groter dan of gelijk is aan 2 000,00 EUR wordt het belastbaar inkomen vermeerderd met driemaal het bedrag aan kadastraal inkomen.
Dit volgens berekening van volgende formule:
netto belastbaar inkomen + 3 x globaal kadastraal inkomen
1,1 + 0,1 x aantal personen ten laste boven de drie
1.1 gehuwden
Bij gehuwden zal het OCMW bij de bepaling van de onderhoudsbijdrage rekening houden met de gezamenlijke inkomsten (de gezamenlijke belastingaangifte).
1.2 feitelijk en wettelijk samenwonenden
Feitelijk en wettelijk samenwonenden zijn juridisch op basis van het Burgerlijk wetboek niet onderhoudsplichtig ten aanzien van de ouders van de partner.
Feitelijk en wettelijk samenwonenden kunnen enkel aangesproken worden op de onderhoudsplicht ten aanzien van hun eigen ouders en dit op basis van de eigen netto belastbare inkomsten.
2. Billijkheidsredenen
De verschillende billijkheidsredenen die ingeroepen kunnen worden zijn raadpleegbaar in het verslag aan de Koning bij het K.B van 9 mei 1984. In dit reglement wordt er enkel rekening met billijkheidsredenen wanneer:
- ouders zelf niet voor de kinderen hebben gezorgd wanneer zij jonger waren dan 25 jaar en hiermee dus hun plicht als ouder niet hebben vervuld;
- er sprake is van misbruik eender op welk gebied en in welke periode. Bij gebrek aan bewijzen kan dit gestaafd worden met een attest of verklaring op eer van kind of ouder;
- er meer dan 25 jaar geen contact meer is geweest.
De billijkheidsredenen moeten grondig gemotiveerd worden in het sociaal verslag en in de beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Artikel 14 § 3:
De onderhoudsplichtigen worden verzocht informatie te verschaffen aangaande hun inkomsten. Wanneer de onderhoudsplichtige niet reageert bij gewoon schrijven, wordt er een aangetekende brief verzonden. Desgevallende de onderhoudsplichtige geen medewerking verleent aan het sociaal en financieel onderzoek, zal de sociale dienst informatie inwinnen via andere instanties of Kruispuntenbank en op basis van deze gegevens een sociaal verslag opmaken dat voorgelegd wordt aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Het sociaal en financieel onderzoek naar de onderhoudsplichtigen dient binnen de termijn van drie maanden afgerond te zijn.
Artikel 14 § 4:
Conform artikel 104 van het Wetboek van Inkomstenbelasting kunnen onderhoudsuitkeringen door kinderen fiscaal worden afgetrokken. De financiële dienst bezorgt de onderhoudsplichtigen jaarlijks in de periode mei een attest van betaalde onderhoudsgelden.
Artikel 14 § 5:
Het OCMW mag nooit meer dan de werkelijke kostprijs terugvorderen en dit overeenkomstig met de door de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten.
Zijn er geen ernstige wijzigingen in de gezinssituatie of inkomenspatroon zal het OCMW maandelijks hetzelfde bedrag vragen en na een jaar een concrete afrekening maken. Jaarlijks zal er een herziening plaatsvinden van de onderhoudsplichtige bijdrage.
Bij wijziging van de financiële situatie van de onderhoudsplichtige in de loop van het jaar kan door deze laatstgenoemde of de oudere een herziening van het onderhoudsbedrag gevraagd worden. Een herziening kan wanneer er gedurende een periode van minstens drie maanden een wijziging in inkomsten is van meer of minder dan 20%.
De toekenning van de onderhoudsplicht begint te lopen vanaf de datum toekenning van de financiële tussenkomst.
Artikel 14 § 6:
De terugvordering bij onderhoudsplichtige kinderen mag niet meer bedragen dan het ‘kindsdeel’. Bij de berekening van het kindsdeel wordt geen rekening gehouden met kinderen die reeds overleden zijn, tenzij het overleden kind zelf kinderen heeft.
Artikel 14 § 7:
Ingeval eenzelfde onderhoudsplichtige door meerdere OCMW’s aangesproken wordt op de onderhoudsplicht, spreekt men van een samenloop van terugvorderingen en zal het bedrag dat de verschillende OCMW’s wensen te krijgen, proportioneel verdeeld worden.
De terugvorderingsbijdrage in het maximumbedrag per kind. Bijgevolg betaalt het kind maximum voor één ouder het maximumbedrag, ook al verblijven beide ouders in een woonzorgcentrum.
Artikel 14 § 8:
Er bestaat geen verhaalplicht door het OCMW wanneer de kosten en inspanningen niet opwegen tegen het verwachte resultaat of wanneer de toekenning van maatschappelijke dienstverlening niet langer zal duren dan drie maanden.
Artikel 15:
De oudere kan bij de arbeidsrechtbank een beroep instellen tegen de beslissing om tussen te komen in de verblijf – en aanverwante kosten bij opname in het woonzorgcentrum en dit binnen de termijn van drie maanden. Deze beroepsmogelijkheid wordt vermeld in de beslissing.
Indien de onderhoudsplichtige niet akkoord gaat met de beslissing aangaande de terugvordering, kan deze beroep aantekenen bij de Raad van State.
Indien de onderhoudsplichtige niet overgaat tot betaling van de verschuldigde onderhoudsgelden, zal de financieel directeur zich wenden tot het Vredegerecht.
Artikel 16:
De tenlasteneming van de huurkosten in een serviceflat valt niet onder de richtlijnen van dit reglement.
Artikel 17:
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de financieel beheerder.
Besluit VB 8 mei 2012.
Besluit RMW van 23 mei 2012.
Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
gelet op het Organiek Decreet van 19 december 2008;
gelet op de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
1) Indexering dringende steun
Een dringende steun wordt hoogst uitzonderlijk verleend en dient enkel ter vervulling van de basisbehoeften (bed - bad - brood). Alvorens een dringende steun te verlenen worden alle andere mogelijke bronnen van inkomsten uitgeput; bijvoorbeeld, toekenning attest voedselbedeling.
De bedragen van de dringende steun zijn sinds RMW van 23 mei 2012 niet meer geïndexeerd.
| Alleenstaande |
56 EUR per week 8 EUR per dag |
| Koppel
|
84 EUR per week 12 EUR per dag |
| Kind ten laste |
28 EUR per week 4 EUR per dag |
| Maximum | 125 euro per dringende steun |
Gezien de snel oplopende inflatie is het opportuun om de dringende steun te indexeren en te verhogen. Er is een rondvraag gebeurd bij OCMW Balen, Mol en Dessel. Deze OCMW's baseerden zich vooral op de richtbedragen van het zakgeld van LOI'ers (fedasil). We hebben dit overgenomen. Het maximumbedrag lag meestal hoger, maar in dit voorstel wordt voorgesteld om dit bedrag toch lager te leggen om een realistisch beeld te blijven scheppen.
| Alleenstaande |
70 EUR per week 10 EUR per dag |
| Gezinshoofd |
70 EUR per week 10 EUR per dag |
| Partner gezinshoofd |
50 EUR per week 7 EURO per dag |
| Koppel |
120 EUR per week 17 EUR per dag |
| Kind ten laste
|
35 EUR per week 5 EUR per dag |
| Maximum |
200 EUR per dringende steun |
2) Niet terugvorderbare steun
De dringende steun die verleend wordt, is altijd terugvorderbaar gesteld. De wetgeving stelt dat we deze niet mogen terugvorderen. De inspectie heeft op 17/09/21 hier ook een opmerking over gegeven. In 2022 zijn er voor 1 062 euro aan dringende steunen verleend.
Gezien de inflatie en het feit dat de bedragen dringende steun niet meer geïndexeerd zijn sinds mei 2012 is het opportuun om deze te indexeren. Om met hanteerbare bedragen te werken, worden de bedragen naar boven afgerond.
AC000244 -- Retienaren hebben toegang tot financiële en materiële steun. -- SOC -- MJP000888 -- steun in speciën -- € 25.000,00
De dringende steunen zijn ondergebracht bij de steunen in speciën waar 25 000 euro voorzien is. Hiervan wodat er dit jaar een 1500 - 2000 euro dringende steun verleend zal worden die niet terugvorderbaar is.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de indexering van de dringende steunen toe vanaf 15 april 2023.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt een dringende steun niet terugvorderbaar.
Aldus beslist in zitting, de datum als voormeld.
Namens de RMW,
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Roel Slegers
algemeen directeur
Karolien Adriaensen
voorzitter