Terug
Gepubliceerd op 18/09/2024

Notulen  Raad voor Maatschappelijk Welzijn

ma 17/06/2024 - 20:00 Raadzaal
Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
Patrick Geuens, burgemeester
Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
Roel Slegers, algemeen directeur
    • Notulen en verslag vorige vergadering - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het verslag van 13 mei 2024 goed.

    • Jaarrekening 2023 - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Juridische grond

      Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

      Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

      Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

      Feiten en context

      De jaarrekening 2023 is opgemaakt en ligt ter goedkeuring voor. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het deel dat betrekking heeft op OCMW goed.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Onthouders: Thomas Wynants
      Resultaat: Met 20 stemmen voor, 1 onthouding
      BESLUIT

      Artikel 1

      De raad voor maatschappelijk welzijn keurt voorliggende ontwerp van de jaarrekening 2023 goed voor wat betreft het deel dat betrekking heeft op het OCMW.

    • AMJP 2020 - 2025: Herziening 12

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Voorgeschiedenis

      Het meerjarenplan 2020 - 2025 werd oorspronkelijk vastgesteld op 19 december 2019.

      Juridische grond

      Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid Deel2, Titel 4, Hoofdstuk 1,2 en 4.

      Feiten en context

      Het ontwerp van de 12de aanpassing van het meerjarenplan 2020 - 2025 werd opgemaakt en tijdig aan de raadsleden bezorgd.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Onthouders: Thomas Wynants
      Resultaat: Met 20 stemmen voor, 1 onthouding
      BESLUIT

      De raad voor maatschappelijk welzijn hecht goedkeuring aan de vaststelling van de aanpassing 12 van het meerjarenplan 2020 - 2025 - deel OCMW

    • Installatie verwarming / koeling / sanitair warm water - Serviceflats Kloosterhof Retie - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - AMD284.7

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Voorgeschiedenis

      De serviceflats Kloosterhof (24 flatjes) werden in 2000 in gebruik genomen. Destijds werd er gekozen voor elektrische accumulatiekachels. Gezien de voorbije elektriciteitscrisis, het wegvallen van het uitsluitend nachttarief en de ouderdom van de installaties werd in 2022 een energie-audit uitgevoerd door Factor 4.

       

      Uit deze audit kwam onder andere het voorstel om de huidige verwarming en elektrische boilers te vervangen door een warmtepompboiler.

      Juridische grond

       

      • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
      • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
      • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
      • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
      • De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
      • De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van € 750.000,00 niet);
      • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
      • Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
      Motivatie

      De ontwerpopdracht voor de opdracht “Installatie verwarming / koeling / sanitair warm water - Serviceflats Kloosterhof Retie” werd gegund aan Architectenbureau Maarten Dobbelaere, Brusselsesteenweg 509 te 9050 Gentbrugge.

       

       

      In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. AMD284.7 opgesteld door de ontwerper, Architectenbureau Maarten Dobbelaere, Brusselsesteenweg 509 te 9050 Gentbrugge.


       

      De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 236.884,84 + € 14.213,09 (6% btw medecontractant) = € 251.097,93.


       

      Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

      Financiële gevolgen

      De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode MJP002244 -- 214000/4/0952.

       

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      Het bestek met nr. AMD284.7 en de raming voor de opdracht “Installatie verwarming / koeling / sanitair warm water - Serviceflats Kloosterhof Retie”, opgesteld door de ontwerper, Architectenbureau Maarten Dobbelaere, Brusselsesteenweg 509 te 9050 Gentbrugge worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 236.884,84 + € 14.213,09 (6% btw medecontractant) = € 251.097,93.

      Artikel 2

      Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

      Artikel 3

      De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

      Artikel 4

      De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, op budgetcode MJP002244 -- 214000/4/0952.

    • Gemeenschapsdienst: rapportbeoordeling ESF-dossier 572 - aktename

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Juridische grond
      • organieke wet voor OCMW's van 8 juli 1976;
      • wet voor recht op maatschappelijke integratie van 26 mei 2002;
      • raadsbeslissing (RMW/2019/031) van 19 december 2019 betreffende de goedkeuring van het meerjarenplan 20-25 met beleidsdoelstelling 1 "Sterke buurten en verenigingen zorgen voor ontmoeting en kansen om deel te nemen", actieplan 5 "Alle Retienaren kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven" en actie 247 " We begeleiden onze inwoners via arbeidstrajectbegeleiding op weg naar werk" en actie 300 "We faciliteren wijk-werken";
      • artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2022 tot bepaling van de lokale regierol van de gemeenten op het vlak van sociale economie en werk;
      • conceptnota gemeenschapsdienst voor langdurig werkzoekenden van 10 december 2021;
      • brief Vlaamse Regering betreffende de gemeenschapsdienst en toekomst wijk-werken van 27 oktober 2022;
      • beslissing vast bureau (VB/2023/076) betreffende indiening ESF-dossier 572 en opstart Gemeenschapsdienst Retie.
      Feiten en context

      Het project gemeenschapsdienst werd goedgekeurd voor 3 leerwerkplekken binnen het lokaal bestuur. De subsidies betreft een lump sum formule waarbij een eindrapport opgemaakt dient te worden. Dit eindrapport is positief bevonden.

       

      Er is 1 aanmelding geweest binnen de gemeenschapsdienst. De gemeenschapsdienst werd georganiseerd door VDAB en de GLOW partner. In het najaar heeft de verplichte vorming plaatsgevonden voor mentoren en in de maand december heeft de eerste toeleiding plaatsgevonden binnen de regio. Het project wordt niet verlengd en liep ten einde op 31 december 2023.

      Financiële gevolgen

      Op 19 mei 2023 hebben we een vooruitbetaling ontvangen van 5917,47 EUR. Weldra ontvangen we nog een bedrag van 1479,37 EUR aan resterende subsidies.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van het eindrapport van het ESF project 572 met betrekking tot gemeenschapsdienst.

    • Procedure Kerkhofstraat 10 als doorgangswoning - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Voorgeschiedenis
      • Het vast bureau bespreekt op 1 juni 2021 het voorstel om de woning Kerkhofstraat 10 voortaan als noodwoning te gebruiken. Het vraagt nog verdere toelichting vooraleer tot een beslissing over te gaan;
      • Het vast bureau vraagt in de zitting van 26 januari 2023 om een beleidsvisie (noodwoning, LOI) uit te werken rond Kerkhofstraat 10;
      • Het themacollege sociale huisvestiging Retie van 16 mei 2023;
      • Procedure Kerkhofstraat 10 als tijdelijke doorgangswoning – positief advies door het vast bureau van 25 mei 2023 mits jaarlijkse evaluatie;
      • Procedure Kerkhofstraat 10 als tijdelijke doorgangswoning – goedkeuring door de raad voor maatschappelijk welzijn van 12 juni 2023 mits jaarlijkse evaluatie;
      • Procedure Kerkhofstraat 10 als doorgangswoning - positief advies door het vast bureau van 23 mei 2024.
      Feiten en context

      De sociale dienst wordt nog steeds geconfronteerd met verschillende problemen omtrent wonen:

       

      • stijgende huurprijzen;
      • afnemende kwaliteit van de woningen;
      • een beperkter aanbod op de privémarkt;
      • lange wachtlijsten op de sociale huurmarkt;
      • forse stijging uithuiszettingen;
      • vluchtelingencrisis;
      • grote vraag naar noodopvang
        • in 2023 hebben in het totaal 10 cliënten voor een totaal van 227 nachten gebruik gemaakt van de noodopvang bij KINA (zie overzicht bijlage)
        • in 2023 hebben in het totaal 8 cliënten voor een totaal van 570 nachten gebruik gemaakt van de noodopvang bij CAW
       

      We hebben kunnen vaststellen dat de doorgangswoning het afgelopen jaar zeer nuttig ingezet werd. We hebben in de periode van mei 2023 tot mei 2024 in het totaal zes inwoners van Retie onderdak kunnen bieden en hen kunnen ondersteunen bij hun zoektocht naar een permanente oplossing.

       

      De doelgroep die werd opgevangen is uitgebreid. Deze gaat van vluchtelingen tot personen met een beperkt inkomen door medische problemen en personen die slachtoffer werden van intrafamiliaal geweld.

       

      De doorgangswoning werd in 2023 - 2024 op volgende momenten bezet:

       

      • 7/2/2023 - 21/2/2023: alleenstaande moeder met 4 kinderen
      • 26/6/2023 – 27/9/2023: gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen
      • 30/10/2023 – 5/3/2024: alleenstaande man
      • 5/3/2024 - heden: twee alleenstaande mannen
       

      Er werden met alle bewoners heel duidelijke afspraken gemaakt. Deze werden door hen goed nageleefd. De betalingen van de bezetting ter bede werden correct uitgevoerd. De vraag naar een doorgangswoning in Retie blijft groot. De leegstand is beperkt. Er verhuisden geen inwoners van het LOI naar de doorgangswoning.

      Motivatie

      Voordelen verblijf doorgangswoning:

      • De personen die in de afgelopen periode in de doorgangswoning verbleven, hebben de tijd gekregen om in hun eigen regio in een veilige haven even op adem te komen.
      • Onder intensieve begeleiding van de maatschappelijk assistenten werd er gezocht naar degelijke en structurele oplossingen voor de toekomst.
      • De bezetting ter bede werd correct betaald en de inwoners maakten geen bijkomende schulden.
      • Er wordt met de noden en mogelijkheden van de cliënt in het achterhoofd sterk ingezet op het zoveel mogelijk beperken van de periode van het verblijf in de doorgangswoning.
      Financiële gevolgen

      Het OCMW heeft voor de bewoners van de doorgangswoning niet borg moeten staan voor de facturen van externe noodopvang (CAW, KINA). Hierdoor werden er geen bijkomende openstaande terugvorderingen gemaakt ten opzichte van de bewoners.

       

      Het OCMW heeft in de periode van mei 2023 tot mei 2024 inkomsten (9300 EUR) in de vorm van de bezetting ter bede ontvangen van de bewoners van de doorgangswoning.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het verdere gebruik van Kerkhofstraat 10 als doorgangswoning zoals in de procedure omschreven goed. Er wordt jaarlijks een overzicht van de bezettingscijfers aan het vast bureau geagendeerd.

    • Aanpassing reglement procedure bij tussenkomst in de verblijf- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Juridische grond
      • Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste  nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
      • Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
      • Koninklijk Besluit van 9 mei 1984 tot uitvoering van artikel 100bis,§1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
      • Intern reglement 'financiële tussenkomst in verblijf- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum', goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in zitting van 3 oktober 2019 en aangepast op 11 april 2023;
      • Aanpassing reglement financiële tussenkomst bij tussenkomst in de verblijf- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum: bespreking, goedgekeurd door het Vast Bureau in zitting van 30 mei 2023.
      Feiten en context

      Het intern reglement 'financiële tussenkomt in de verblijf- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum', laatst goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn in zitting van 11 april 2023 wordt aangepast. 

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1 

      Het intern reglement betreffende de verblijf- en aanverwante kosten bij opname in een woonzorgcentrum zoals laatst goedgekeurd door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 11 april 2023, wordt aangepast.

       

      Artikel 2  

      Het OCMW verleent aan personen die opgenomen worden in een woonzorgcentrum een tussenkomst in verblijf- en aanverwante kosten en dit onder bepaalde voorwaarden.

       

      Artikel 3        

      Indien de ouder de verblijfskosten niet kan betalen, kan een vraag tot tussenkomst of borgstelling gesteld worden aan het OCMW van de gemeente, waar de oudere is ingeschreven in het bevolkingsregister op het ogenblik van zijn opname.

      De vraag tot tussenkomst kan gesteld worden door de oudere, zijn wettelijk vertegenwoordiger of door de vrederechter aangeduide bewindvoerder op het moment van opname of tijdens de opname. 

       

      Artikel 4 

      Bij het stellen van de vraag tot tussenkomst in de verblijf– en aanverwante kosten zal er steeds een financieel onderzoek plaatsvinden naar het vermogen van de aanvrager en diens partner, ongeacht of het OCMW onmiddellijk dient tussen te komen, dan wel in de toekomst.

       

      § 1. De oudere  blijkt over voldoende middelen te beschikken.

      1.1 De aanvrager en onderhoudsplichtigen verklaren met een akte van borgtocht zelf de kosten te dragen, het vermogen te beheren als een goede huisvader en een overzicht bij te houden van de inkomsten en de uitgaven.  De akte van borgtocht blijft geldig gedurende een periode van vijf jaar en dient telkens deze periode hernieuwd te worden. De aanvrager en onderhoudsplichtigen  dienen geen inzage te geven in hun financiële situatie. Met het ondertekenen van de akte van borgtocht verbindt de oudere zich ertoe om gedurende het ganse verblijf nooit beroep te zullen doen op de financiële steun van het OCMW.

       

      1.2  De aanvrager en onderhoudsplichtigen ondertekenen de betalingsverbintenis (waarborg van roerende goederen). De gelden worden beheerd door een volmachtdrager (uit de familie) of een bewindvoerder. De volmachtdrager ondertekent de betalingsverbintenis. De volmachtdrager betaalt de factuur zolang er voldoende inkomsten zijn. Een financieel onderzoek gaat vooraf aan het ondertekenen van de betalingsverbintenis. De oudere en/of vertrouwenspersoon geeft dus inzage in de financiële situatie. Het document dient tevens als bewustmaking dat de gelden als een goede huisvader dienen beheerd te worden. Indien dit later niet zo blijkt te zijn kan de procedure inzake moedwillige verarming ingeroepen worden.

       

      1.3 De aanvrager en de onderhoudsplichtigen ondertekenen een verklaring op eer. Bij de vraag tot steun zal er een financieel onderzoek worden gedaan naar het vermogen van de aanvrager om daarna een gefundeerde beslissing te kunnen nemen.

       

      1.4 Indien de aanvrager over onvoldoende middelen beschikt om de kosten verbonden aan het sociaal en financieel onderzoek zelf te dragen, zal een niet-terugvorderbare steun hiervoor toegekend worden.

       

      § 2. De oudere beschikt over onvoldoende middelen om de verblijfskost te betalen.

       

      Om te bepalen of een oudere behoeftig is en dus een tussenkomst in het betalen van de verblijfkosten wordt verleend, zal de sociale dienst een financieel onderzoek uitvoeren en de behoeftigheid onderzoeken volgens volgende berekening: maandelijkse inkomsten – maandelijkse uitgaven + wettelijk zakgeld + 200,00 EUR extra uitgaven


      Indien de oudere niet langer dan 1 jaar de verblijfskosten kan betalen, wordt hij als behoeftig beschouwd.

       

      Artikel 5        

      De steunvoorwaarden zijn afhankelijk van de gezinssituatie en zijn de volgende.

       

      Voor alleenstaanden of feitelijk samenwonenden:

      Een alleenstaande komt in aanmerking voor een tussenkomst in de verblijfskosten wanneer blijkt dat:

      -       de verblijf- en aanverwante kosten hoger zijn dan het totaal van de maandelijkse inkomsten;

      -       er geen spaargelden of beleggingen zijn;

      -       er geen onregelmatigheden worden vastgesteld inzake verkoop of schenking van roerende en onroerende goederen in de loop van tien jaar voor de vraag tot tussenkomst. De resterende gelden van de opbrengsten van verkoop van onroerende goederen binnen tien jaar voor de  vraag tot financiële steun in het woonzorgcentrum dienen in het sociaal onderzoek in rekening gebracht te worden. We gaan hierbij uit van een beheer van de gelden als goede huisvader.

       

      Voor gehuwden of wettelijk samenwonenden:

      Een echtpaar of wettelijk samenwonenden komt in aanmerking voor een tussenkomst in de verblijfskosten wanneer blijkt dat:

      -       de verblijfskosten en aanverwante kosten hoger zijn dan ofwel de helft van het gezinspensioen, ofwel het pensioen als alleenstaande van de aanvrager, vermeerderd met de andere persoonlijke inkomsten van de aanvrager;

      -       de persoonlijke en de helft van de gezamenlijke spaarrekeningen een nulsaldo hebben na vrijstelling van een saldo met maximum 6.200,00 EUR voor de thuisblijvende partner;

      -       er geen onregelmatigheden worden vastgesteld inzake verkoop of schenking van roerende of onroerende goederen in de loop van tien jaar voor de vraag tot tussenkomst. De resterende gelden van de opbrengsten van verkoop van onroerende goederen binnen tien jaar voor de  vraag tot financiële steun in het woonzorgcentrum dienen in het sociaal onderzoek in rekening gebracht te worden. We gaan hierbij uit van een beheer van de gelden als goede huisvader. 

       

      Artikel 6       

      De middelen die aangewend worden om de verblijfskosten en aanverwante kosten te betalen zijn ook afhankelijk van de gezinssituatie en zijn als volgt.

       

      Voor alleenstaanden of feitelijk samenwonenden:

      Alle inkomsten.

      Er is geen onderhoudsplicht tussen feitelijk samenwonenden.

       

      Voor gehuwden met een gezinspensioen:

      In dit geval wordt bij de Rijksdienst voor Pensioenen een aanvraag gedaan om het gezinspensioen te splitsen wegens scheiding van tafel en bed.

      Volgende middelen worden bijgevolg aangewend:

      -       de helft van het gezinspensioen (eventueel verhoogd met de inkomensgarantie voor ouderen);

      -       persoonlijke inkomsten van de opgenomen persoon (zoals zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of tussenkomst zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, kinderbijslag bij verlengd minderjarigen,…);

      -       de persoonlijke spaarrekening van de opgenomen persoon als ook de helft van de gezamenlijke spaargelden met een maximum van 6 200,00 EUR voor de thuisblijvende partner;

      -       opbrengst van verkoop van onroerende goederen en/of beleggingen (of de helft van de opbrengst in geval van gemeenschappelijke goederen).

       

      Voor een gehuwden,  wettelijk of feitelijk samenwonenden met een pensioen voor alleenstaanden:

      Ieder behoudt zijn of haar eigen pensioen. Indien de aanvrager of de thuiswonende partner een pensioen heeft lager dan het bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen, wordt er een inkomensgarantie aangevraagd.

      Volgende middelen worden bijgevolg aangewend:

      -       het volledig eigen pensioen van de opgenomen persoon (eventueel aangevuld met de inkomensgarantie voor ouderen);

      -       persoonlijke inkomsten van de opgenomen persoon zoals zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of tussenkomst zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, kinderbijslag bij verlengd minderjarigen;

      -       de persoonlijke spaarrekening van de opgenomen persoon als ook de helft van de gezamenlijke spaargelden met een maximum van 6 200,00 EUR voor de thuisblijvende partner;

      -       opbrengst van verkoop van onroerende goederen en/of beleggingen (of de helft van de opbrengst in geval van gemeenschappelijke goederen).

       

      De onderhoudsplicht van de thuiswonende partner wordt onderzocht en berekend volgens de wettelijke terugvorderingschaal.

       

      Artikel 7

      Er kunnen bijkomende voorwaarden gesteld worden aan de tussenkomst in verblijfkosten of borgstelling, zijnde:

       

      § 1             De oudere die een tussenkomst vraagt, heeft de vrije keuze bij het bepalen van het woonzorgcentrum (OCMW of privaat), ongeacht de ligging en de dagprijs. Het OCMW zal echter slechts een tussenkomst verlenen bij opname in een woonzorgcentrum met een maximum ligdagprijs van 82,00 EUR per dag.


      Indien de oudere een vraag stelt tot financiële steun terwijl hij verblijft in een woonzorgcentrum die de maximumdagprijs overschrijdt, dient hij zich in te schrijven in een woonzorgcentrum waarbij de dagprijs onder de vooropgestelde maximumdagprijs valt. Zodra betrokkene de mogelijkheid krijgt om te verhuizen, mag de oudere dit niet weigeren wil hij verder een financiële tussenkomst ontvangen.

       

      Desgevallend de oudere langer dan 1 jaar verblijft in het woonzorgcentrum met een dagprijs boven het maximumbedrag, dient hij niet meer te moeten verhuizen. Desgevallend de oudere meer dan 1 jaar verblijft in een woonzorgcentrum met een dagprijs boven het maximumbedrag zal individueel bekeken worden welke optie het meest aangewezen is: verhuizen naar een woonzorgcentrum met een ligdagprijs onder het gesteld maximum of niet.

       

      § 2             Indien blijkt dat zonder enig aanvaardbare uitleg het patrimonium van de begunstigde de afgelopen vijf jaar voor de aanvraag van de dienstverlening in belangrijke mate is verminderd, spreken we van moedwillige verarming.

       

      Bij een vermoeden van moedwillige verarming beperken we een borgstelling in tijd met een maximumperiode van vijf jaar. De sociale dienst heeft de mogelijkheid om binnen de termijn van vijf jaar opnieuw financieel onderzoek uit te voeren en de reeds uitgekeerde gelden terug te vorderen van de onderhoudsplichtigen ongeacht de wettelijk terugvorderingsschaal en vanaf het ogenblik dat het OCMW op de hoogte werd gebracht van het onvermogen.

       

      Indien het OCMW vaststelt dat er in de afgelopen vijf jaren een moedwillige verarming heeft plaatsgevonden, zal het OCMW ook de onderhoudsplicht van anderen dan kinderen en (ex-) echtgenoten onderzoeken.  In dit geval is het verhaal niet beperkt tot inkomensgrenzen van de bij de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten.

       

      Wanneer uit het sociaal en financieel onderzoek blijkt dat er sprake is van moedwillige verarming, kan het OCMW een tussenkomst weigeren als bedrog aangetoond kan worden. Dit is o.a. toepasbaar in geval van schenkingen aan niet – onderhoudsplichtigen.

       

      § 3             Schulden die dateren van voor de opname worden niet ten laste genomen door het OCMW tenzij ze de mogelijkheden van de oudere op een menswaardig leven bedreigen.

       

      Artikel 8

      Onder verblijf- en aanverwante kosten in een woonzorgcentrum wordt verstaan:

      • de dagprijs zoals deze is goedgekeurd door het Department Zorg;
      • de persoonlijke waskosten en herstellen van persoonlijk linnen (indien deze kosten volgens de opnameovereenkomst niet zijn inbegrepen in de dagprijs), gestaafd door een factuur;
      • een maandelijks zakgeld ten bedrage van het wettelijk bedrag;
      • een geneesmiddelenverbruik op doktersvoorschrift;
      • de basisbijdragen van het lidmaatschap bij een ziekenfonds;
      • de jaarlijkse bijdrage voor de zorgverzekering;
      • noodzakelijke vervoerskosten in kader van gezondheidszorg;
      • de hospitalisatiekosten van gemeenschappelijke kamer o.b.v RIZIV nomenclatuur;
      • de kosten van consultatie bij geneesheer of specialist mits toevoeging van het medisch getuigschrift;
      • de kosten voor prestaties van kinetherapie voor ROB bewoners;
      • kosten voor bepaalde hulpmiddelen in de RIZIV nomenclatuur;
      • pedicure en manicure op doktersvoorschrift;
      • enterale voeding;
      • administratieve kosten (waaronder kosten voor ID kaart en pasfoto’s, vergoedingen van bewindvoerder en aanslagbiljet personenbelasting).

       

      Artikel 9   

      Het sociaal verslag wordt voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst binnen de vier maanden na ontvangst van de vraag tot tussenkomst of borgstelling. De borgstelling kan ingaan vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag werd ingediend.

       

      De beslissingsbrief wordt verstuurd naar de oudere, het woonzorgcentrum en de vertrouwenspersoon van de oudere.

       

      Artikel 10       

      Vanaf het ogenblik dat het OCMW een financiële tussenkomst verleent, zal de financieel beheerder hypotheek leggen op het onroerend goed (waarborg van onroerende goederen) en dat voor het aandeel dat de aanvrager heeft in dit goed. De financieel beheerder heeft hiertoe geen toestemming nodig van de eigenaar.

       

      De kosten verbonden aan de hypotheeklegging vallen volledig ten laste van het OCMW:

      -       hypotheeklegging

      -       grondlasten

      -       brandverzekering (wordt niet tenlaste genomen bij een thuiswonende partner)

      -       provinciebelastingen

       

      Wanneer er een hypotheek gelegd wordt op (de) eigendom(men), moet er geen onderzoek gebeuren naar de onderhoudsplicht.

      Indien de financiële tussenkomst 80% bedraagt van de hypotheekwaarde van de onroerende goederen, zal er alsnog een onderzoek naar de onderhoudsplicht gebeuren.

       

      Artikel 11  

      Vanaf het ogenblik dat het OCMW een financiële tussenkomst verleent in de verblijfskosten en aanverwante kosten, wordt er een systeem I rekening geopend op naam van betrokken oudere en beheerd door de financieel beheerder van het OCMW. Op deze rekening worden de inkomsten van betrokkene gestort.

       

      Artikel 12 

      Elke resident in een woonzorgcentrum waarvan de verblijfskosten door het OCMW gedragen worden, heeft recht op een wettelijk maandelijks zakgeld vanaf de maand volgend op de maand van opname. De zakgeldregeling wordt individueel vastgelegd.

       

      Het zakgeld is door de oudere vrij te besteden. Bepaalde zaken mogen wettelijk niet betaald worden van het zakgeld.

       

      Indien er bij overlijden nog een resterend saldo is, komt dit wettelijk ten goede aan de nalatenschap. Het saldo behoort tot de actieve nalatenschap waarop de betaling van uitvaartkosten steeds voorrang heeft.

       

      Het vakantiegeld zit vervat in het maandelijks zakgeld. Er kan echter een aanvraag gedaan worden om kosten, verbonden aan vakantie en vrije tijd, ten laste te nemen in het kader van socio-culturele participatietoelage.

       

      Artikel 13     

      Over de vraag tot tussenkomst in de premiebetaling voor hospitalisatie- of uitvaartverzekering wordt individueel beslist.

       

      Artikel 14 §1

      Het OCMW heeft de mogelijkheid om terug te vorderen van de onderhoudsplichtigen en dit van volgende categorieën.

       

      Onderhoudsplicht is verplicht voor:

       -       de echtgenoot of echtgenote.

      -       de ex-echtgeno(o)t(e).  Het bedrag van het onderhoudsgeld in beperkt tot het bedrag, bepaald door de rechter of overeengekomen tussen de echtgenoten bij scheiding met onderlinge toestemming;

      -       descendent in eerste graad of volle en gewone adoptanten. De bijdrage is beperkt tot het kindsdeel van de levende kinderen. Kinderen die overleden zijn, tellen niet meer als kindsdeel.

      -       ascendenten in de eerste graad indien ze rechtstreeks en enig erfgenaam zijn.

       

      Het OCMW zal in principe enkel terugvorderen van personen uit bovenstaande categorie.

       

      Onderhoudsplicht is facultatief voor:

      -       stiefkinderen en stiefouders

      -       kleinkinderen

      -       de wegens overlijden ex-schoonkinderen op voorwaarde dat er levende kinderen zijn uit het huwelijk en zolang de schoonouder niet hertrouwt.

       

      Geen onderhoudsplicht voor:

      -       de wegens echtscheiding gewezen schoonkinderen

      -       wettelijk en feitelijk samenwonende partner

      -       zijverwanten (broers, zussen)   

       

      Artikel 14 §2              

      Het OCMW kan de onderhoudsplichtigen vrijstellen van het betalen van bijdragen op grond van bepaalde feiten, de zogenaamde billijkheidsredenen of op basis van de financiële draagkracht. Het OCMW oordeelt volledig vrij per individueel geval of ze de aangehaalde redenen in aanmerking neemt.

       

              1. Inkomen

      Om het netto belastbaar inkomen te bepalen, wordt rekening gehouden met het aanslagbiljet van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beslissing genomen wordt. Indien het huidig inkomen in erge mate verschilt van het aanslagbiljet, wordt rekening gehouden met het huidige inkomen. De bedrijfsvoorheffing wordt bij het nettoloon van de loonbrief opgeteld (sociale zekerheidsbijdragen niet). Het OCMW zal afzien van de terugvordering indien het netto belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtigen overeenkomstig de door de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten, te laag is.  

       

      Indien het OCMW vaststelt dat de inkomensgrens voor terugvordering niet bereikt werd, maar de onderhoudsplichtige over meerdere eigendommen beschikt of er een groot patrimonium is, kan individueel en mits grondige motivering rekening gehouden worden met het kadastraal inkomen. Van zodra het geïndexeerd KI groter dan of gelijk is aan 2.000,00 EUR wordt het  belastbaar inkomen vermeerderd met driemaal het bedrag aan kadastraal inkomen.

       

      Dit volgens berekening van volgende formule:

      netto belastbaar inkomen + 3 x globaal kadastraal inkomen            

             1,1 + 0,1 x aantal personen ten laste boven de drie

       

      1.1  gehuwden

      Bij gehuwden zal het OCMW bij de  bepaling van de onderhoudsbijdrage rekening houden met de gezamenlijke inkomsten (de gezamenlijke belastingaangifte).

       

      1.2  feitelijk en wettelijk samenwonenden

      Feitelijk en wettelijk samenwonenden zijn juridisch op basis van het Burgerlijk wetboek niet onderhoudsplichtig ten aanzien van de ouders van de partner. Feitelijk en wettelijk samenwonenden kunnen enkel aangesproken worden op de onderhoudsplicht ten aanzien van hun eigen ouders en dit op basis van de eigen netto belastbare inkomsten.

       

            2. Billijkheidsredenen 

      De verschillende billijkheidsredenen die ingeroepen kunnen worden zijn raadpleegbaar in het verslag aan de Koning bij het K.B van 9 mei 1984.  In dit reglement wordt er enkel rekening met billijkheidsredenen wanneer:

      -       ouders zelf niet voor de kinderen hebben gezorgd wanneer zij jonger waren dan 25 jaar en hiermee dus hun plicht als ouder niet hebben vervuld;

      -       er sprake is van misbruik eender op welk gebied en in welke periode. Bij gebrek aan bewijzen kan dit gestaafd worden met een attest of verklaring op eer van kind of ouder;

      -       er meer dan 25 jaar geen contact meer is geweest.

       

      De billijkheidsredenen moeten grondig gemotiveerd worden in het sociaal verslag en in de beslissing van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

       

      Artikel 14 § 3      

      De onderhoudsplichtigen worden verzocht informatie te verschaffen aangaande hun inkomsten. Wanneer de onderhoudsplichtige niet reageert bij gewoon schrijven, wordt er een aangetekende brief verzonden. Desgevallende de onderhoudsplichtige geen medewerking verleent aan het sociaal en financieel onderzoek, zal de sociale dienst informatie inwinnen via andere instanties of Kruispuntenbank en op basis van deze gegevens een sociaal verslag opmaken dat voorgelegd wordt aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Het sociaal en financieel onderzoek naar de onderhoudsplichtigen dient binnen de termijn van drie maanden afgerond te zijn.

       

      Artikel 14 § 4       

      Conform artikel 104 van het Wetboek van Inkomstenbelasting kunnen onderhoudsuitkeringen door kinderen fiscaal worden afgetrokken. De financiële dienst bezorgt de onderhoudsplichtigen jaarlijks in de periode mei een attest van betaalde onderhoudsgelden.

       

      Artikel 14 § 5          

      Het OCMW mag nooit meer dan de werkelijke kostprijs terugvorderen en dit overeenkomstig met de door de minister vastgelegde schaal van tussenkomsten. Zijn er geen ernstige wijzigingen in de gezinssituatie of inkomenspatroon zal het OCMW maandelijks hetzelfde bedrag vragen en na een jaar een concrete afrekening maken. Jaarlijks zal er een herziening plaatsvinden van de onderhoudsplichtige bijdrage.

       

      Bij wijziging van de financiële situatie van de onderhoudsplichtige in de loop van het jaar kan door deze laatstgenoemde of de oudere een herziening van het onderhoudsbedrag gevraagd worden. Een herziening kan wanneer er gedurende een periode van minstens drie maanden een wijziging in inkomsten is van meer of minder dan 20%.

       

      De toekenning van de onderhoudsplicht  begint te lopen vanaf de datum toekenning van de financiële tussenkomst.      

       

      Artikel 14 § 6                

      De terugvordering bij onderhoudsplichtige kinderen mag niet meer bedragen dan het ‘kindsdeel’. Bij de berekening van het kindsdeel wordt geen rekening gehouden met kinderen die reeds overleden zijn, tenzij het overleden kind zelf kinderen heeft.

       

      Artikel 14 § 7           

      Ingeval eenzelfde onderhoudsplichtige door meerdere OCMW’s aangesproken wordt op de onderhoudsplicht, spreekt men van een samenloop van terugvorderingen en zal het bedrag dat de verschillende OCMW’s wensen te krijgen, proportioneel verdeeld worden. De terugvorderingsbijdrage in het maximumbedrag per kind. Bijgevolg betaalt het kind maximum voor één ouder het maximumbedrag, ook al verblijven beide ouders in een woonzorgcentrum.

       

      Artikel 14 § 8

      Het bedrag van de onderhoudsplicht wordt geïndexeerd bij het overschrijden van de spilindex. De onderhoudsplichtige wordt hiervan schriftelijk verwittigd.

       

      Artikel 14 § 9

      Het verschuldigde onderhoudsgeld dient maandelijks gestort te worden op de rekening van OCMW Retie BE 07 0910 0086 7066 met vermelding ‘onderhoudsplicht + naam oudere’.

       

      Artikel 14 § 10           

      Er bestaat geen verhaalplicht door het OCMW wanneer de kosten en inspanningen niet opwegen tegen het verwachte resultaat of wanneer de toekenning van maatschappelijke dienstverlening niet langer zal duren dan drie maanden.

       

      Artikel 15                 

      De oudere kan bij de arbeidsrechtbank een beroep instellen tegen de beslissing om tussen te komen in de verblijf– en aanverwante kosten bij opname in het woonzorgcentrum en dit binnen de termijn van drie maanden. Deze beroepsmogelijkheid wordt vermeld in de beslissing.

       

      Indien de onderhoudsplichtige niet akkoord gaat met de beslissing aangaande de terugvordering, kan deze beroep aantekenen bij de Raad van State.

       

      Indien de onderhoudsplichtige niet overgaat tot betaling van de verschuldigde onderhoudsgelden, zal de financieel directeur zich wenden tot het Vredegerecht.

       

      Artikel 16       

      De tenlasteneming van de huurkosten in een serviceflat valt niet onder de richtlijnen van dit reglement.

       

      Artikel 17

      Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de financieel beheerder.

    • Personeel: wijziging rechtspositieregeling - feedback en evaluatie - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Voorgeschiedenis

      Raad voor maatschappelijk welzijn van 28 april 2009 - Personeel: goedkeuring rechtspositieregeling.

      Juridische grond
      • Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
      • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
      • Besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen.
      Feiten en context

      Het Decreet Lokaal Bestuur en het nieuwe BVR RPR hebben als uitgangspunt dat medewerkers recht hebben op opvolging en feedback, al dan niet door middel van een evaluatie. Het nieuwe BVR RPR biedt een globaal kader waarbinnen elk bestuur op basis van zijn eigen visie op feedback en evaluatie dit principe verder vorm kan geven.

       

      Voorliggende aanpassing werd besproken in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties van 3 juni 2024.

      Motivatie

      Over de voorgestelde aanpassingen werd een protocol van akkoord bereikt in het onderhandelingscomité met de representatieve vakorganisaties.

      Financiële gevolgen

      Onderhavige beslissing heeft geen financiële gevolgen.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      De raad voor maatschappelijk welzijn hecht goedkeuring aan de aanpassingen aan de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel, vermeld in de bijlage van dit besluit.

      De bijlage maakt integraal deel uit van het besluit.

    • Cipal dv: algemene vergadering van 20 juni 2024 - goedkeuring

      Aanwezig: Karolien Adriaensen, voorzitter
      Patrick Geuens, burgemeester
      Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, schepenen
      Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, raadsleden
      Roel Slegers, algemeen directeur
      Voorgeschiedenis

      Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 februari 2019 betreffende de aanduiding van:

      • dhr. Koen Claessens als afgevaardigde en
      • dhr. Luc Janssens als plaatsvervangend afgevaardigde

      voor de huidige legislatuur op de algemene vergaderingen van Cipal dv.

      Juridische grond

      Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (“DLB”) en in het bijzonder art. 77 inzake de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn en inzake de intergemeentelijke samenwerking.

      Feiten en context

      Gelet op het feit dat het OCMW deelnemer is van de dienstverlenende vereniging Cipal (hierna kortweg “Cipal”);

       

      Gelet op de statuten van Cipal;

       

      Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 februari 2019 inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van het OCMW op de algemene vergaderingen van Cipal;

       

      Gelet op de oproeping tot de algemene vergadering van Cipal van 20 juni 2024 met de volgende agendapunten:

      1. Kennisname van het jaarverslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris over de enkelvoudige jaarrekening van Cipal over het boekjaar 2023
      2. Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening van Cipal over het boekjaar 2023 met bestemming van het resultaat
      3. Kennisname van het jaarverslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris over de geconsolideerde jaarrekening van Cipal over het boekjaar 2023
      4. Kennisname van de geconsolideerde jaarrekening van Cipal over het boekjaar 2023
      5. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders en aan de commissaris van Cipal voor de uitoefening van hun mandaat tijdens het boekjaar 2023
      6. Vervanging bestuurder
      7. Goedkeuring van het verslag, staande de vergadering

       

      Gelet op de toelichtende nota van Cipal betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering;

       

      Gelet op de voorstellen van de raad van bestuur van Cipal;

       

      Overwegende dat geen redenen voorhanden zijn om goedkeuring van de agendapunten te weigeren;

       

      Na beraadslaging en stemming;

      Publieke stemming
      Aanwezig: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens, Roel Slegers
      Voorstanders: Karolien Adriaensen, Patrick Geuens, Koen Claessens, Fonny Matthijs, Natalie Adriaensen, Luc Janssens, Lut Hermans, Margriet Blockx, Dirk Smets, Guy Vanherck, Griet Bastiaansen, Thomas Wynants, Niels Blockx, Marc Weyns, Guy Moons, Kato Slegers, Bie Van der Veken, Kurt Keersmaekers, Mia Lenaerts, Werner Mertens, Paul Stessens
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      BESLUIT

      Artikel 1

      Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van Cipal van 20 juni 2024 goedgekeurd.

      Artikel 2

      De vertegenwoordiger van het OCMW wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van Cipal van 20 juni 2024 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van het OCMW gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.

      Artikel 3

      Het vast bureau wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan Cipal.

Aldus beslist in zitting, de datum als voormeld.

Namens de RMW,

Namens raad voor maatschappelijk welzijn,

Roel Slegers
algemeen directeur

Karolien Adriaensen
voorzitter